Waarom Nederlandse F16’s niet (of toch wél) boven Syrië kunnen vliegen

Kent u de grap van de Nederlandse F16’s die boven Syrië vliegen? Ze vliegen er helemaal niet. Althans, volgens Kamerleden die in Irak op bezoek waren. Zij zeggen dat de toestellen weinig worden ingezet omdat ze niet met satellieten kunnen communiceren. Volgens het ministerie van Defensie was dat al bekend, maar de Kamerleden laten het daar niet bij zitten. Zij vragen de minister een en ander te verklaren.

Een rel is geboren. Want, hoe zit het nou? Kamerleden zou zijn verteld dat de F16’s alleen via radio kunnen communiceren, en dus niet via satelliet. Boven Syrië vliegen is dan te gevaarlijk, en bovendien zouden er mensen op de grond aanwezig moeten zijn om het fatsoenlijk te coördineren.

Niets van waar, laat het Ministerie nu weten. Volgens Defensie zijn er helemaal geen beperkingen om de straaljagers in te zetten voor luchtaanvallen op doelen van Islamitische Staat in het oosten van Syrië. Bovendien kunnen de toestellen grondtroepen ondersteunen, heeft een woordvoerder laten weten, al zou dat amper nodig zijn. Tenslotte zou de strijd zich grotendeels afspelen buiten het gebied waar de Nederlanders actief zijn.

Ukunt zich afvragen wat wij doen in een gebied waar helemaal niet wordt gestreden, en waar straaljagers sporadisch grondtroepen hoeven te ondersteunen. Maar die vragen doen er momenteel niet toe.

Waarom niet
Een stukje duiding bij de vraag waarom Nederlandse F16 niet boven Syrië kunnen vliegen. Het Nederlands Dagblad meldde maandag dat nauwelijks missies kunnen worden uitgevoerd, omdat de daarvoor benodigde communicatieapparatuur ontbreekt. De vliegtuigen beschikken slechts over een gewone radio. De Verenigde Staten, dat de leiding heeft over de coalitie die doelen in Syrië bestookt, zet daarom nauwelijks Nederlandse vliegers in voor deze missies.

Opmerkelijke kanttekening daarbij: Nederland ging onlangs juist akkoord met het herhaalde verzoek van de VS om de vier F16’s boven Syrië te bijven inzetten.

Waarom wél
Lariekoek, stelt het Ministerie in een reactie op het bericht. De argumenten kent u inmiddels ook. Defensie erkent in die reactie overigens wél dat er inderdaad technische beperkingen zijn en dat een zogenaamd ‘relaystation’ nodig is om grondtroepen te kunnen ondersteunen. “Om deze reden, maar vooral vanwege de strijd die in Syrië buiten het mandaatgebied plaatsvindt, worden voor luchtsteun in Syrië vooral Amerikaanse toestellen ingezet,” aldus de woordvoerder tegen de Volkskrant. “Dat geldt dus niet voor de strijd in Irak en ook niet voor luchtaanvallen op vooraf vastgestelde doelen.”

De Nederlandse jachtvliegtuigen doen dus niet helemaal niets. Er zijn 1900 missies uitgevoerd, waarbij 1500 keer wapens zijn ingezet. In het oosten van Syrië worden daarbij onder meer de aanvoerlijnen van IS uitgeschakeld. Het zwaartepunt van de strijd ligt volgens Defensie nog altijd in Irak. Een grote strijd, een die véél belangrijker is dan de welles-nietes-strijd die ongetwijfeld in de Kamer een vervolg zal krijgen.