De UEFA-toelating van Kosovo gaat om veel meer dan voetbal

Met een krappe meerderheid (28 tegen 24) werd ‘het jongste land van Europa’ dinsdag gekozen als 55ste UEFA-lid. Kosovo mag voortaan op Europees niveau gaan voetballen, een overwinning die alle claxons van Pristina tot Tirana oververhit zal doen raken. Maar zoals iedere stap in de richting van een volledig erkend Kosovo wordt ook deze wisselend ontvangen.

Voor de Kosovaren zelf is het een enorme opsteker. Het land is een van de armste van ons continent, en heeft een (voor Europa) ongekend jeugdige bevolking. Zo’n zeventig procent van de bijna twee miljoen Kosovaren is onder de 35 jaar. De economie is nog steeds niet hersteld van de conflicten eind jaren negentig en de werkloosheid is er hoog. Voetbal is dan een welkome afleiding, en daarbij een uitgelezen kans om die zo fel bevochten nationale trots te manifesteren. Al eerder werd besloten dat Kosovo tegen FIFA-landen mocht spelen, maar veel verder dan een handjevol vriendschappelijke matches (zonder vlagvertoon) kwam het niet.

Een terugkeer van diaspora-talent?
Een eeuw aan armoede, met als dieptepunt een bittere onafhankelijkheidsoorlog aan het einde van de twintigste eeuw, heeft er bovendien voor gezorgd dat Kosovo-Albanezen massaal hun land ontvluchtten op zoek naar een beter bestaan. Naar schatting woont maar liefst een derde deel van de Kosovaren momenteel buiten Kosovo. West-Europese landen met een grote Kosovaarse gemeenschap zijn Duitsland, Zwitserland en de Scandinavische landen.

Uiteraard trokken er ook Kosovaren naar Nederland. Shkodran Metaj is een van hen, de 28-jarige Kosovaars-Nederlandse voetballer die altijd al op nationaal niveau voor zijn geboorteland uitkwam, speelde tot 2014 voor FC Emmen. Hij legt desgevraagd impact van de UEFA-stemming uit: “Het betekent heel veel. Kosovo deed al mee in de Olympische Spelen, maar voetbal blijft het grootste uithangbord. Nu tellen we echt mee als land.”

De aanzienlijke diaspora heeft binnen Europa ook voetballers voortgebracht die momenteel voor de landen uitkomen die hen asiel verleenden. De 21-jarige Adnan Januzaj, speler van Manchester United, kon uit een flink aantal nationale teams kon kiezen. Naast het Belgische team, waar hij in 2014 voor koos, kon de in Kosovo geboren Rode Duivel vanwege afkomst en omzwervingen ook voor de Albanese, Engelse, Bosnische en Turkse nationale ploegen uitkomen. En nu is daar dus een zesde optie bijgekomen.

In Zwitserland is het speculeren inmiddels ook begonnen. Het nationale team van het Alpenland kent momenteel twee spelers van Kosovaarse afkomst, Xherdan Shakiri en Granit Xhaka. Volgens Zwitserse officials is het niet onmogelijk dat een of beide spelers uit gaan komen voor het Kosovaarse team, en ook Januzaj heeft in het verleden te kennen gegeven dit als een mogelijkheid te zien. De hoeveelheid diaspora-spelers die de roep van het moederland daadwerkelijk beantwoorden is wel degelijk van belang. Metaj: “Iedereen maakt uiteindelijk zijn eigen beslissingen, maar mochten er veel spelers van Kosovaarse afkomst switchen, dan zou Kosovo zich zeker voor een EK kunnen kwalificeren.”

De buurlanden
Zo’n 95 procent van de Kosovaarse bevolking bestaat uit etnische Albanezen. De band met dat buurland is dan ook innig, en de grenzen tussen de twee broederlanden diffuus. Albanië is sinds de oprichting in 1954 lid van UEFA en het land maakte altijd handig gebruik van de etnisch-Albanese kweekvijvers in Kosovo. Een aanzienlijk deel van de spelers van het huidige team, dat zich als een van de weinige balkanlanden wist te kwalificeren voor het komende EK, komt zodoende uit Kosovo en zou nu dus in principe over kunnen stappen.

En dan is er nog Servië, het buurland in het noorden dat Kosovo nog steeds als een afvallige autonome provincie ziet, en het land nooit officieel heeft erkend. Alle pogingen van Kosovo om als volwaardig land mee te tellen worden door Belgrado gedwarsboomd, met wisselend succes. Zo werd een Kosovaars lidmaatschap voor Unesco wel ternauwernood (en met hulp van Rusland) tegengehouden, maar konden de Serviërs niets beginnen tegen een UEFA-lidmaatschap. Bovendien liep een kwalificatiewedstrijd tussen Albanië en Servië in oktober 2014 uit op flinke rellen, nadat er een drone met een Albanese vlag (inclusief Kosovo) over de middenstip vloog.

De Serviërs zijn op zijn zachtst gezegd not amused met de UEFA-toetreding van Kosovo, de president van de landelijke voetbalbond, Tomislav Karadzic, noemde het zelfs ‘politiek misbruik van het voetbal’, en zei dat het toelaten van Kosovo een ‘doos van Pandora’ zal openen. Over het politieke aspect valt natuurlijk te discussiëren, en met die doos zal het wel meevallen. Maar dat het hier niet puur om voetbal gaat, dat ontkent eigenlijk niemand.