Wilfred Genee: ‘Het trucje bevredigt niet meer’

Wilfred Genee (1967) staat al jaren bekend als de jennerige presentator van voetbaltalkshow VI. Maar die rol staat hem steeds meer tegen: hij is naar eigen zeggen een karikatuur van zichzelf geworden. Hij zoekt naar meer diepgang in zijn werk. ‘Het kan zijn dat ik daardoor op den duur niet meer geschikt ben als presentator van Voetbal Inside.’

Zeven minuten na de afgesproken tijd komt Wilfred Genee de zaal van café-restaurant Dauphine in Amsterdam binnengewandeld. “Sorry dat ik zo laat ben, het verkeer stond helemaal vast.”
Met vlotte tred loopt hij naar een tafeltje achter in de zaak. Ondertussen begroet hij enkele gasten in het café, pleegt hij een telefoontje en begroet hij een bekende serveerster met een zoen. En dat alles in nog geen twintig seconden tijd.

Als hij heeft plaatsgenomen aan het tafeltje – zijn blik nog steeds naar zijn telefoon – foetert hij: “Daar baal ik dus van, hè. Dat ik te laat ben. Volgens het navigatiesysteem had ik hier om achttien minuten over tien moeten zijn. Dan had ik dus nog twaalf minuten gehad om mijn radioprogramma van vanmiddag voor te bereiden.”

Ga jij altijd zo efficiënt met je tijd om?
“Ja. Als ik ergens een afspraak heb, zorg ik dat ik daar precies op tijd ben en ook precies op tijd weer vertrek. En als ik ergens iets te vroeg ben – zoals vandaag het geval zou zijn geweest – dan gebruik ik die tijd voor het voorbereiden van een interview of het schrijven van een column. Anders is het zonde van de tijd.”

En dat is niet voor niets. De agenda van Genee zit overvol. Neem alleen al vandaag: eerst dit interview, dan een fotoshoot, dan van vier tot half zeven zijn wekelijkse radioprogramma op BNR Nieuwsradio voorbereiden en presenteren. Tussendoor bereidt hij ook nog de onderwerpen van VI van vanavond voor. Dan zit hij van zeven tot acht in de ‘media-uitzending’ van De Wereld Draait Door om over zijn talkshow te praten, om vervolgens als de wiedeweerga naar Hilversum te scheuren om het begin van VI (half negen) niet te missen. “Mensen die mij haten, hebben vandaag echt een rotdag,” zegt hij gnuivend. “Ze zien me overal.”
Ben je niet bang dat het allemaal een keer te veel wordt?
“Ik weet natuurlijk ook wel dat ik 48 ben en niet meer de energie heb van vroeger. Maar ik heb echt een wereldbaan. Als ik heel eerlijk ben, zou ik het liefst elke dag zo’n schema willen hebben. Het geeft me een enorme adrenalinestoot.”
Maar dat houdt een gezond mens toch niet vol?
“Nee, en je hebt ook gelijk als je zegt dat ik misschien iets meer aandacht moet besteden aan het evenwicht tussen werk en privé. Ik moet zorgen dat ik niet omval. Natuurlijk zijn er weleens momenten waarop ik denk: en nu iets minder. Maar ik leef heel gezond: ik eet verantwoord, ik ga veel minder op stap dan vroeger en alcohol drinken doe ik nauwelijks nog. En ik probeer mijn slaap altijd te pakken, hoe moeilijk dat ook is met twee kinderen van drie en zes.”
Je hebt van dichtbij meegemaakt hoe het is om een burn-out te krijgen. Het zorgde er in 2011 voor dat René van der Gijp enkele maanden niet kon werken.
“Ja, en ik weet ook dat je het niet van tevoren ziet aankomen. Daar moet ik dus voor oppassen. Ik denk dat het bij mij wel meevalt, maar misschien overschat ik mezelf schromelijk en zit ik volgende week thuis schuimbekkend op de bank.”
Je zit de hele tijd op je telefoon te kijken. Doe je dat vaker tijdens een gesprek?
“O ja, sorry. Maar ik ben bij je hoor. Ik kan gewoon heel makkelijk meerdere dingen tegelijk doen.”
Of ben je snel verveeld?
“Dat ook. Ik moest nog even wat appjes beantwoorden.” Hij legt zijn telefoon op tafel. “Zo, klaar.”
Hoe doe je dat als je op vakantie bent? Kijk je dan ook constant op je telefoon?
“Dat valt wel mee, denk ik. We zijn ook nog nooit echt lang op vakantie geweest met zijn vieren. Ja, we zijn een keer twee weken naar Kreta geweest, maar dat was het wel. Dit jaar gaan we voor het eerst tweeënhalve week weg omdat VI Oranje en Tour du Jour niet doorgaan. Daar heb ik thuis wel punten mee gescoord.”
Maar jij presenteert natuurlijk liever een sportprogramma dan dat je op vakantie bent.
“Tuurlijk. Dat is wat ik het allerliefst doe. Op vakantie met mijn gezin vind ik ook heerlijk, maar zeker van een programma als Tour du Jour – waarin je werkt met andere mensen, een andere energie – kan ik intens genieten. Maar we hadden een extra stap moeten maken. Als er ooit een moment was geweest om het gat van De Avondetappe op te vullen, was het vorig jaar wel. De NOS koos er toen voor om van zeven tot acht te gaan zitten; wij begonnen om half negen. We hadden toen moeten roepen: wij gaan om half elf zitten. En dan niet vanaf een camping, maar vanaf een pleintje. Maar nu hebben we die kans verspeeld en zit de NOS weer om half elf. En dat vind ik jammer.”
Waarom kon Tour du Jour niet naar half elf dan?
“Ik heb dat natuurlijk wel bepleit met wat mensen, maar RTL7 zit elke dag met een speelfilm die telkens op een ander tijdstip is afgelopen. Dus dan zou de uitzending van dinsdag bij wijze van spreken om tien over half elf beginnen, de uitzending van woensdag om vijf voor elf… Dat was niet te doen.”
Aan het begin van dit jaar was het nog onzeker of je bij RTL zou blijven. Heb je overwogen om weg te gaan?
“Ik heb wel even getwijfeld of ik bij zou tekenen, ja. Anders had ik dat wel meteen gedaan.”
Heb je andere aanbiedingen gehad?
“Ik heb een paar heel leuke gesprekken gehad. Maar ik wilde niet weg bij RTL. Ik wilde alleen wel de mogelijkheid krijgen om er andere programma’s bij te doen. Programma’s met een meer persoonlijke inbreng. En dat is Wat Gaat Er Nu Door Je Heen (een soort Zomergasten met sportfragmenten – red.) geworden.”
Waarom wilde je dat?
“Als je tegen de vijftig loopt, kom je toch in een soort van midlifecrisis terecht. Ik dacht: als ik nu nog drie jaar alleen maar VI doe, is er nooit meer een mogelijkheid om van dat stigma af te komen. Ik wil geen one-trick pony worden. Dat iedereen denkt dat je alleen maar kunt prikken en steken in een voetbalpraatprogramma, wat natuurlijk vooral amusement is. En ik was toe aan een nieuwe uitdaging. Ik merkte dat de sleur er een beetje in kwam. Dan kwam ik de studio van VI binnenlopen en dan dacht ik: huh, is het alweer vrijdag? Ik heb de vorige uitzending er toch pas net op zitten? Als je dat gaat denken, wordt het tijd om eens te bedenken wat je eigenlijk verder nog wilt.”
En dat is meer de diepte in.
“Ja. Ik wil kijken of ik nog andere kanten heb die ik verder kan uitdiepen. Ik heb de afgelopen maanden ook wel nodig gehad om uit te kristalliseren wat ik nu eigenlijk wil. Ik ga nu zelf of samen met wat andere mensen een productiebedrijf beginnen, waarbij ik niet alleen programma’s voor mezelf wil gaan ontwikkelen, maar ook voor andere mensen.”
Een beetje zoals Jeroen Pauw dat doet?
Hij begint te lachen.
Waarom moet je lachen?
“Nou, ik ben met een aantal mensen in gesprek om samen een nieuw productiebedrijf op te starten. Misschien ook wel met Jeroen Pauw.”
Na een korte stilte: “Vorig jaar zat ik in het programma 5 jaar later van Jeroen Pauw. Daarin was ik vrij open voor mijn doen. Ik zat niet in de strijdmodus die ik mij de afgelopen jaren bij VI heb aangemeten. Toen kwamen er wat mensen van de publieke omroep naar mij toe die zeiden: als je eens wat vaker deze kant van jezelf kunt laten zien, dan zou je als presentator ook verder kunnen komen. Ik heb toen ook gesprekken gehad met Frans Klein (directeur televisie bij de NPO – red.) die mij een groot talent noemde, maar niet wist waar hij mij moest plaatsen. Er kwam dus geen concreet voorstel voor een talkshow of iets dergelijks, maar het opende wel mijn ogen.”
Die strijdmodus staat iets te vaak aan.
“Ja.”
Heeft VI je in dat opzicht als persoon ook veranderd? Dat je ook privé wat vaker in die modus zit?
“Die conclusie trok ik toevallig deze week wel een beetje. De Wilfred van VI heeft de Wilfred van thuis een beetje overgenomen. Omdat je zo gewend bent in een strijdmodus te zitten – tijdens de uitzendingen bouw je als het ware een muurtje om jezelf heen en ben je continu op je hoede omdat we elkaar aan het uitdagen zijn – ben je moeilijker te raken. Het wordt een soort tweede natuur. Dus als je een keer een discussie hebt met je vrouw of je bent boos op je kinderen, dan schiet je ineens ook in die modus. Dan trekt de Wilfred van thuis het harnas van de Wilfred van VI aan. En dat gebeurt net iets vaker dan ik zou willen. Daarom weet ik ook niet of ik VI tot in lengte van dagen moet blijven presenteren. Ik hoop dat ik door de nieuwe weg die ik ben ingeslagen mezelf beter kan ontwikkelen, maar ook dat er iets uit gaat dat misschien iets te dominant is geworden.”
De rol die je aanneemt in je talkshow – die van empathische interviewer – bevalt je beter dan de rol van jennende presentator die je aanneemt in VI?
“Ja.” Lacht: “Al hebben niet alle gasten dat zo beleefd.”
Zou het kunnen zijn dat je VI daardoor een keer gaat ontgroeien?
“Dr. Phil zegt altijd: ‘As long as it works, continue with it.’ Dat trucje wat ik doe – als je het een trucje wilt noemen – werkt nog steeds heel goed. Maar dat trucje alleen bevredigt niet meer. Ik probeer iets aan mijzelf te veranderen, mijzelf te verbreden, met alle gevolgen van dien. Het kan zijn dat ik daardoor op den duur niet meer geschikt ben als presentator van VI. Dat sluit ik zeker niet uit.”
Maar voorlopig zit je daar nog wel.
“Ons contract loopt in ieder geval tot 2018. Dan gaat Johan (Derksen – red.) met pensioen. Althans, dat zegt hij. Ik geloof er niets van. Hij maakt nog bijna elke dag radio, geeft nog lezingen door het hele land, haalt The Rolling Stones naar Cuba… En hij vindt het denk ik veel te leuk. Hij zegt dan wel dat hij televisie niet interessant vindt, maar duikt ondertussen wel in zo ongeveer elk programma op. Zeg dan gewoon eerlijk: ik wil graag in beeld. Maar nee, VI zonder Johan lijkt me heel erg lastig.”
Lastig of onmogelijk?
“Lastig, want ik weet dat René door zou willen, maar iemand als Johan Derksen vind je nooit weer. Maar misschien zouden we er dan een heel ander type bij moeten zetten als we door zouden willen gaan. VI is wel steeds meer een merk geworden – walgelijk om het zo te noemen. Maar met een goedlopende website, app en tijdschrift trek je de stekker er ook nog niet zo makkelijk uit.”
Er is al vaak gesproken over de houdbaarheidsdatum van jullie gekibbel.
“Acht jaar geleden zeiden ze al: stap er nu uit, voor het voorbij is. Ik heb zelf ook weleens gedacht dat we onze beste tijd hadden gehad, maar nu weet ik het niet meer. Ik moet heel eerlijk zeggen: er zijn echt nog avonden dat ik schaterlachend in de auto terug naar huis zit. Wat we in het begin deden, was natuurlijk baanbrekend. Het werd steeds gekker en gekker. We zitten nu wel een beetje tegen de grenzen aan van wat kan en wat niet. Maar binnen die lijnen kunnen we nog steeds dingen doen die heel erg leuk zijn.”
De kijkcijfers lopen wel langzaam terug.
“Maar dat doen die van Studio Voetbal ook. Dat heeft toch met een bepaald soort voetbalmoeheid te maken. Wij hadden ooit zo’n 950.000 kijkers, nu zo’n 800.000. Voor RTL7, waar bijna niemand naar kijkt, zijn dat nog steeds astronomische cijfers. René zegt altijd: we hebben samen de opgang meegemaakt, dus moeten we ook de ondergang samen meemaken. Dat René op een gegeven moment voor 300.000 kijkers roept dat de linksbuiten van Vitesse er niets van kan. En dat Johan dan een heel slechte grap maakt over die snotjongens die veel te veel geld krijgen. En dat René dan weer roept: ‘Dat kan toch niet waar zijn, joh.’ Dat lijkt mij ook wel een mooi beeld.”
Over kijkcijfers gesproken: vond je het jammer dat er zo weinig mensen naar je talkshow Wat Gaat Er Door Je Heen keken?
“Eigenlijk vind ik kijkcijfers niet zo relevant. Wat ik wel heel relevant vind, is dat ik er zelf tevreden over ben. Het zijn gewoon goede interviews geworden. Ik heb zoveel slechte televisie gemaakt in mijn leven, dat ik ook heel goed weet wanneer ik goede dingen maak. De kritieken waren over het algemeen ook goed. Ik had het veel erger gevonden wanneer ik hoge kijkcijfers had gehad maar dat de critici zouden zeggen: inhoudelijk gaat het helemaal nergens over.”
Maar uiteindelijk word je wel op die kijkcijfers afgerekend.
“Dat is nog maar de vraag. Ik heb het er gisteren met Marco Louwerens over gehad, de zenderbaas van RTL7, en Erland Galjaard, de programmadirecteur van RTL, en die zeiden: het is goede televisie. Misschien moeten we kijken of een ander tijdslot mogelijk is. Op de zondagavond bijvoorbeeld. Niet op maandagavond vlak na VI. VI is natuurlijk lichter dan licht. Wat Gaat Er Nu Door Je Heen heeft iets meer lading. Ik heb ook niet de indruk dat het publiek van VI op die talkshow zit te wachten. En daarbij: te veel Genee op een avond is ook niet goed.”

Waar zit je kracht als interviewer?
“Ik denk dat ik een redelijk ongemakkelijk maar toch ook spannend interview kan maken, en dat over een langere tijdspanne.”
En je zwakte?
Hij denkt even na. “Ik kan niet goed omgaan met emotie. Ik vond het bijvoorbeeld heel ongemakkelijk dat Peter R. de Vries tijdens ons gesprek tranen in zijn ogen kreeg. Bij Freek de Jonge merkte ik dat ook, toen we samen naar een fragment van voetballer Duncan Edwards keken. Ik merkte dat ik daar heel onhandig van werd. Als ik merk dat ergens heel veel emotie zit, loop ik daar het liefst met een boogje omheen.”
Waarom?
“Bij Peter R. de Vries was het omdat ik de in mijn ogen bijna ongenaakbare Peter R. de Vries niet zo kwetsbaar wilde zien. Maar dat is een tekortkoming van mij als interviewer. Want Peter R. de Vries heeft ook een zachte kant. Maar blijkbaar wil ik dat niet zien.”

Het cliché dat mannen niet over gevoelens kunnen praten klopt in jouw geval?
“Ik denk het wel. Maar dat heb ik altijd al gehad. Vroeger keek ik graag naar de televisieserie Family Ties. Daarin zeiden ze heel vaak tegen elkaar: ‘I love you.’ De vader zei dat tegen de moeder, de ouders tegen de kinderen, de kinderen tegen elkaar… En altijd als ze dat zeiden zette ik hem op een andere zender. Ik werd daar heel ongemakkelijk van. Klaarblijkelijk zit daar een gevoelig puntje.”
Zeg je zelf weleens tegen je vrouw en je kinderen dat je van ze houdt?
“Mijn zoontje van drie zegt het zeker tien, vijftien keer per dag. Dan komt hij naar je toe, geeft hij je een zoen en zegt: ‘Ik hou van jou.’ Niet alleen tegen Lili en mij, maar ook tegen zijn zusje. Heel ontwapenend en vertederend is dat. En dan besef ik dat ik het zelf bijna nooit doe. Ik vind het gewoon lastig. Ik ben daar best wel knullig in.”
Hoe komt dat?
“Daar kun je allerlei psychologie van de koude grond op loslaten, dat je dat vroeger thuis ook niet hebt gehoord enzovoort, maar dat vind ik niet zo interessant. Natuurlijk kan ik wel uitleggen waar dat gevoel vandaan komt, maar ik kan het niet veranderen.
“Kijk, wat wij bij VI eigenlijk doen, is een voetbalwedstrijd spelen. We delen uit, we incasseren, we gaan er vol in de hele tijd. Eigenlijk is daar geen ruimte voor gevoel. Bij zo’n situatie als laatst, toen de partner van René was overleden, zie je ook dat we heel onhandig worden. We weten ons dan geen houding te geven.”
Heeft die gebeurtenis jullie onderlinge band veranderd?
“Dat zou je denken, maar omdat René daar zo makkelijk overheen lijkt te stappen en na anderhalve week weer bij ons aan tafel zat, is het bijna of het niet is gebeurd. Het lastige is: ik stuurde hem van de week weer een sms’je: ‘Hé René, hoe gaat het?’ En toen kreeg ik terug: ‘Ja, hèhè’ met een kusje. Ik heb het er weleens met Johan over. We maken ons wel een beetje zorgen om René. René is natuurlijk een heel gevoelige jongen. Hij is al eens overspannen geweest toen het leven hem even te zwaar werd, en we hebben weleens angst dat dat nu weer zou kunnen gebeuren. Maar het kan ook zijn dat de zorg voor zijn zoontje ervoor zorgt dat de focus naar zijn kind gaat en dat hij het op die manier verwerkt. Ik merk wel dat hij soms iets stiller is in de uitzendingen. Maar het moet bij hem natuurlijk ook allemaal nog indalen wat er is gebeurd.”
Ben jij zo’n goede vriend dat je hem in de dagen na het overlijden van zijn partner thuis hebt opgezocht?
“Nee. Als ik het gevoel had gehad dat hij dat op prijs zou stellen, had ik dat gedaan, maar bij ons leidt dat eerder tot een soort ongemakkelijke situatie omdat we… Kijk, René zegt altijd: als we elkaar niet zouden kennen, zouden we niets met elkaar hebben. Ik ben vroeger, in het begin van VI, nog weleens op de verjaardag van René geweest. Maar dat contact is in zekere zin ook verwaterd. We zien elkaar twee keer per week in de studio, maar dat is het dan ook.”
Jullie hebben niet alleen een vreemde verhouding met elkaar, maar ook met RTL.
“Dat valt op zich wel mee. De verhouding met RTL is beter dan ooit, heb ik het idee. Ook omdat we de laatste tijd weinig ruzie hebben met elkaar. Natuurlijk heeft Johan met zijn opmerkingen over sponsors weleens wat ergernis opgewekt hier en daar. Maar iedereen weet wie we zijn. Je moet het met een korrel zout nemen.”
Toen jullie eind vorig jaar een tijdschrift lanceerden, nota bene een joint venture met RTL, zaten jullie bij Pauw om het te promoten. RTL Late Night wilde jullie niet hebben.
“Laat ik het zo zeggen: dat lag niet aan ons.” Harde schaterlach.

Humberto had niet zoveel zin in jullie.
“Ik heb de indruk dat Humberto Tan onze aanwezigheid in zijn talkshow niet zo op prijs stelt, inderdaad. En ik kan me dat wel een beetje voorstellen, want we hebben in het verleden weleens wat grappen gemaakt over hem. Maar ik vind ook dat je daar als professional overheen moet kunnen stappen. Ik zou dat zelf nooit als een belemmering kunnen zien. Ik kan met de grootste klootzak aan tafel zitten. Het feit dat hij dat niet kan, bewijst dat hij die grappen heel serieus neemt. En zichzelf ook.
“Laatst had ik Fons van Westerloo te gast bij BNR. Toen ik dat hoorde van de redactie, vroeg ik: wil hij bij mij aan tafel zitten? Want als er iemand is met wie ik in het verleden veel strijd heb gehad, is hij het wel. Maar hij vond dat geen probleem. Tom Egbers mag mij ook niet. Maar we zaten wel samen bij Pauw om te praten over Johan Cruijff. Kijk, je hoeft elkaar niet aardig te vinden om met elkaar te werken. Johan, René en ik zijn daar het ultieme voorbeeld van.”
Maar dat Johan, René en jij elkaar niet uit kunnen staan is natuurlijk ook deels gespeeld. Toch?
“Wij zijn drie karikaturen. Ik heb altijd gedacht dat ik dat zelf ben die daar aan tafel zit, maar dat is niet zo. Het is een uitvergroting van een aantal karaktereigenschappen die ik heb. Die vergroot ik min of meer onbewust uit om de uitzending daardoor wat beter te laten verlopen. Neem bijvoorbeeld die strijd met Hans Kraay jr. Ik vind Hans eigenlijk een heel aardige gozer, maar ik kan het dan toch niet laten om hem in de uitzending voor gek te zetten als hij daar uitdrukkelijk om vraagt. En dat geldt ook voor het storen van Johan, of het overdreven pedante, dat ik altijd mijn gelijk wil halen. Ik neem mezelf in de auto naar de studio weleens voor om dat een avond niet te doen, maar dan doe ik het toch. Omdat dat goed is voor het programma.”
Raak je daardoor op den duur ook niet vervreemd van jezelf?
“Ja, dat is wat ik net eigenlijk ook al zei: de Wilfred van VI wil weleens de overhand nemen, ook thuis. Ik heb daar ook wel gesprekken over gevoerd, met mijn vrouw bijvoorbeeld. Die zou het heel erg op prijs stellen als ik die twee persoonlijkheden – dat is een beetje gek verwoord, maar goed – wat meer zou ontvlechten. Dat vind ik zelf eigenlijk ook wel.”
Dat klinkt heftig.
“Nee, dat valt wel mee. Ik ga er alleen iets beter op letten.”
Ben je iemand die gevoelig is voor kritiek?
“Kritiek doet mij eigenlijk niets. Toen ik als twaalfjarig jochie zei dat ik sportpresentator wilde worden, lachte iedereen me uit. Maar ik wist: het gaat me lukken. En als het niet zou lukken – en die kans achtte ik heel erg klein – moest ik er in ieder geval alles aan gedaan hebben om dat te bewerkstelligen.”
Jullie pakken geregeld mensen, maar ook groepen mensen, hard aan in jullie programma. Ik denk bijvoorbeeld aan die uitspraak van René van der Gijp, dat homo’s niets te zoeken hebben in het voetbal. Hoor jij op dat soort momenten niet in te grijpen?
“Daar waar het kan probeer ik wel een tegengeluid te laten horen, maar ik moet ook niet hypocriet gaan doen: als ik daar echt zoveel moeite mee heb, moet ik stoppen met het programma. Ik denk dat wij – Johan, René en ik – weleens onderschatten wat de impact is van de dingen die we zeggen. Ik heb altijd gedacht: ach, de mensen nemen ons niet serieus, die nemen dat met een korreltje zout. Maar nu ben ik op een punt waarop ik me afvraag of dat wel zo is.
“Wij hebben niet eens door dat we mensen beledigen. Wij zijn zo gedeformeerd geraakt door het strijdmodel waarin we zitten… Het maakt ons niets meer uit wat mensen over ons zeggen. Wie de bal kaatst, kan hem terugverwachten. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen daar zo mee om kan gaan. Neem bijvoorbeeld oud-tennisser John van Lottum. Hij was een keer bij VI te gast en de eerste vraag die ik hem stelde was: ‘John, wat vond je van het WK?’ Waarop hij zei: ‘Daar heb ik nog helemaal niets van gezien.’ Toen heb ik hem de hele uitzending niet meer aangespeeld. Omdat ik vond: als je niets hebt gezien, waarom kom je dan? Later bleek dat de redactie tegen hem had gezegd – althans: dat zegt hij – dat het niet nodig was om die wedstrijden te zien. Laatst kwam ik hem weer tegen en ging hij he-le-maal los tegen mij, terwijl mijn zoontje op mijn schouders zat. Ik zei: John, doe dat even een andere keer, want mijn zoontje werd helemaal bang van hem. Maar dan merk je dus dat niet iedereen dat zo makkelijk van zich af laat glijden.”
Nee. Maar stel dat je kind zo behandeld zou worden, dan zou je toch ook woest worden?
“Tot op bepaalde hoogte wel. En daarom probeer ik daar ook wat meer rekening mee te houden. Of het komt omdat ik ouder en milder word – dat kan ook. Iedereen wordt milder als hij ouder wordt. Behalve Johan Derksen natuurlijk.”/