Topsport kent vooral verliezers

Het leven van de topsporter wordt sterk geromantiseerd: roem, rijkdom, aanbidders. De realiteit is anders. De meesten van hen gehoorzamen blind aan de extreme eisen die aan hen gesteld worden. Het gevolg: psychische aandoeningen, persoonlijkheidsstoornissen en gokverslaving.

Eind maart keek ik gefascineerd naar de documentaire De mooiste marathon, die filmmaker Geertjan Lassche maakte over topatleet Michel Butter en diens coach Guido Hartensveld. We zagen niet enkel hoe Butter de Olympische Spelen van dit jaar in Rio de Janeiro misliep doordat hij acht seconden te lang deed over de marathon van Amsterdam (oktober 2015), we kregen ook een inkijkje in de bijzondere relatie tussen twee mannen met een gedeelde missie.

Butter gaf desgevraagd toe de relatie met zijn coach ergens vanzelfsprekender te vinden dan die met zijn vriendin. Dat kan, na een sporthuwelijk van vijftien jaar, maar het is ook een typerend voorbeeld: topsport en de alledaagse realiteit van niet-topsporters zijn ver van elkaar verwijderd.

In het bedrijfsleven vergelijken managers zichzelf graag met topsporters. Vooral met succesvolle topsporters natuurlijk, een vergelijking met een verliezer is niet aantrekkelijk, zelfs niet als het een verliezer op niveau is.

Bram Bakker