Hoe amateurfoto’s inzicht geven in de evolutie

Amateurfoto’s van dieren op internet zijn een potentiële bron om evolutie te bestuderen. Dat beweren onderzoekers van de universiteit van Zuid-Afrika in Kaapstad. Zij publiceren hun bevindingen in Methods of Ecology and Evolution.

Vooral kleurpolymorfie, wanneer een soort in twee of meer kleurvarianten voorkomt, heeft de interesse van de ecologen. Kleurvariatie is namelijk geografisch gebonden en zegt daarmee iets over ontwikkeling van de verschillen. Veldwerk om zulke data te verzamelen is tijdrovend en duur. Daarom gebruikten de onderzoekers liever duizenden dierenplaatjes op internet.

Via Google Images zochten ze foto’s van vier soorten: de zwarte beer in Noord-Amerika, kerkuilen wereldwijd, de zwarte sperwer in Zuid-Afrika en de zwarte en grijze bonte kraai in Europa. De beren komen voor in crèmekleurig, chocoladebruin of met twee kleuren. Kerkuilen variëren van roestbruin tot helemaal wit, terwijl de zwarte sperwers compleet donker zijn of met een witte borst.

“De zwarte en grijze bonte kraai werden tot heden gezien als ondersoorten. Dankzij deze studie weten we dat het twee aparte soorten zijn met een nauwe overlappende zone waar de twee elkaar ontmoeten en mengen. In Engeland loopt die scheiding dwars door Inverness. Ten noorden van die lijn huist de bonte kraai en ten zuiden de zwarte kraai,” zegt projectleider Arjun Amar.

“We kozen voor deze diersoorten, omdat er al accurate wetenschappelijke data bestaan over hun verspreiding. Dat stelde ons in staat om bestaande gegevens te vergelijken met die gebaseerd op Google Images. Op basis van de meer dan 4800 plaatjes van deze vier soorten hebben we aangetoond dat deze nieuwe manier even zorgvuldig is als veldwerk.”

De nieuwe methode kan ook worden toegepast om migratie, foerageergedrag, ruipatronen en leeftijdsopbouw van populaties in verschillende gebieden in kaart te brengen. Amar: “Voorwaarde is wel dat het soorten zijn die in de belangstelling staan van fotografen en makkelijk zijn te herkennen”