Hoe een meerijdende motor tijdritwinst kan opleveren

Het zou zomaar kunnen dat de twee honderdsten die Tom Dumoulin vrijdag in de proloog van de Giro overhield op Primoz Roglic het gevolg zijn van een dichtbij rijdende motor. Een motorrijder die vlak achter een wielrenner rijdt, vermindert de luchtweerstand van de renner tot bijna negen procent, zo blijkt uit nieuw onderzoek. In een tijdrit kan dit een beslissend tijdsvoordeel opleveren.

Tijdens wielerwedstrijden rijden een groot aantal motoren mee, voor bijvoorbeeld verslaggevers en fotografen. Die motoren rijden vaak dicht rond de renners. De discussie over het aantal motoren in wielerkoersen laaide onlangs op door meerdere incidenten met motoren, waaronder het overlijden van de 25-jarige Belg Antoine Demoitié na een aanrijding met een motor in de wedstrijd Gent-Wevelgem.

Door dicht voor een renner of het peloton te rijden, kunnen motoren de koers ook vervalsen, door de renners die achter hen rijden uit de wind te zetten. Onderzoekers van TU Eindhoven, KU Leuven en de Universiteit van Luik, toonden nu aan dat ook een motor die achter een renner rijdt medebepalend kan zijn voor het wedstrijdverloop.

Aan de hand van computersimulaties en windtunnelmetingen met schaalmodellen van een tijdrijder en motorrijder berekenden de onderzoekers dat een motor die op korte afstand (25 centimeter) achter een renner rijdt diens luchtweerstand met bijna 9 procent vermindert. Bij drie motoren gaat het om een afname van zo’n 14 procent. Uit wedstrijdbeelden is op te maken dat deze korte afstanden niet ongewoon zijn in wielerkoersen.

De onderzoekers berekenden welke tijdswinst dit geeft in een tijdrit voor verschillende afstanden tussen wielrenner en achtervolgende motor. Afhankelijk van hoe lang een motor gedurende een tijdrit achter de renner rijdt, kan het bij een korte tijdrit als de proloog van de Giro (9,8 kilometer) – die nipt werd gewonnen door Tom Dumoulin – tienden tot enkele seconden voordeel opleveren. Tijdritten worden regelmatig met kleinere verschillen beslist. Bij langere tijdritten kan het tijdsvoordeel oplopen tot tientallen seconden.

Vorig jaar toonden de TU/e-onderzoekers al aan dat een volgauto een wielrenner tijdswinst kan geven door dicht achter een renner te rijden, omdat de volgauto de onderdruk die achter een fietser ontstaat wegneemt. Nu blijkt het aerodynamisch voordeel van een volgende motorrijder nog groter, vooral omdat motoren vaak veel dichter achter de renners rijden. Het is voor het eerst dat dit ‘volgeffect’ uitgebreid is onderzocht voor motoren en volgauto’s. Het blijkt veel groter te zijn dan voorheen werd gedacht.