Anti-corruptietop is een succes, ondanks Cameron

Corruptie ligt ten grondslag aan veel problemen en onrechtvaardigheid in de wereld. Het is slecht voor de werkgelegenheid en zorgt voor een oneerlijke en onevenredige welvaartsverdeling. Het is debet aan onveiligheid en zelfs de sportwereld wordt er door verziekt.

Terwijl regeringen en NGO’s over de hele wereld hun best doen om landen een weg uit de armoede te bieden, om mensen te laten profiteren van de natuurlijke rijkdommen van hun land en om echte democratieën tot groei en bloei te brengen, zal dit nooit realiteit worden zolang corruptie niet wordt aangepakt. Deze week wordt een poging gedaan daar een begin aan te maken.

Regeringsleiders van meer dan 40 landen van over de hele wereld waren te gast in Londen om te praten over de gezamenlijke strijd tegen corruptie. Deze unieke topontmoeting liep overigens al in de aanloopfase een flinke deuk op. De Britse premier David Cameron zorgde voor heel wat ophef toen hij, zich blijkbaar onbewust van een microfoon die aanstond, voor lopende camera’s tegen de Britse koningin verkondigde dat er op de anti-corruptietop leiders zouden komen uit ‘ongelooflijk corrupte landen’.

Letterlijk had hij het over ‘regeringsleiders van mogelijk de meest corrupte landen’ die naar Groot-Brittannië zouden komen, en over ‘Nigeria en Afghanistan, wellicht de twee meest corrupte landen ter wereld’. Nigeria en Afghanistan staan achteraan op de corruptie-index van Transparency International. Afghanistan bezet de 166ste plaats op 168 landen, Nigeria staat 136ste.

Weggesluisd
Overigens counterde de Nigeriaanse president Muhammadu Buhari de opmerking van Cameron een dag voor aanvang van de top op knappe wijze. Liever dan niet deel te nemen of excuses te eisen van de gastheer, eiste hij dat Nigeria het aan haar onttrokken vermogen terug zou krijgen. Corruptie-experts wijzen al sinds lange tijd op het feit dat de Britse hoofdstad en haar financiële centrum een veilige haven voor zwart geld uit de hele wereld vormt.

Ook Transparency International (TI) had kritiek op de opmerkingen van Cameron: “De medeplichtigheid van westerse landen maakt deel uit van het wereldwijde probleem van corruptie”. Volgens schattingen van TI werden fondsen ter hoogte van honderden miljarden illegaal weggesluisd uit Nigeria, waarna het in de luxe vastgoedmarkt van de Verenigde Staten of Groot-Brittannië belandde.

Desalniettemin verliep de top verder zonder problemen en mag hij gezien zijn unieke karakter – nog nooit eerder kwamen regeringsleiders van heinde en verre op uitnodiging van de Britse regering bijeen om corruptie aan te pakken – een succes worden genoemd. Zo werd er een actieplan in drie essentiële stappen vormgegeven. De eerste en veruit belangrijkste stap betreft het blootleggen van corruptie. Zo is Groot-Brittannië het eerste land van de G20 dat een openbaar register van economische eigendommen wil maken. Zo moet te zien zijn wie daadwerkelijk een bedrijf bezit of controleert.

Nederland, Frankrijk, Nigeria en Afghanistan willen dit voorbeeld volgen en verschillende landen hebben aangegeven de mogelijkheden voor een dergelijke regeling te willen verkennen.

Hand in eigen boezem
Een tweede stap bestaat uit het automatisch en periodiek tussen landen delen van eigendomsoverzichten. Middels volledig transparante openbare registers van economisch eigendom moeten wetshandhavingsinstanties van over de hele wereld in staat zijn om deze gegevens te gebruiken om corruptie bloot te leggen. De derde stap behelst het mondiaal uitroeien van corrupt gedrag. Door partnerschappen tussen instellingen en instanties van verschillende landen moet een wederzijds gedeelde cultuur van eerlijkheid en integriteit worden gebouwd.

Naast deze drie stappen worden bedrijven en personen met nieuwe maatregelen gedwongen aan te tonen dat ze hun welvaart op eerlijke wijze hebben vergaard. Bedrijven die verzuimen te voorkomen dat andere bedrijven of personen omkoping en belastingontduiking plegen, kunnen gerechtelijk worden vervolgd. Daarmee lijkt het Westen niet enkel beschuldigend te willen wijzen naar landen die laag op de corruptie-index van Transparency International staan, maar blijken ze ook bereid te zijn de hand in eigen boezem steken en hun verantwoordelijkheden te erkennen.