De scheids was als vanouds weer een stuk verdriet

Toen ik als jonge voetballer nog speelde bij de plaatselijke FC in Castricum, hadden wij enkele seizoenen een leider die ook als grensrechter fungeerde.

Ik en mijn teamgenoten hadden liever niet dat hij die rol vervulde; hij was zo opzichtig partijdig dat het ons alleen maar tegenwerkte. Als de scheidsrechter zijn zoveelste vlagsignaal voor een buitenspelmoment dat geen buitenspelmoment was negeerde of als wij zeiden dat dit echt niet kon, namen de emoties vaak de overhand. “Zo hoeft het van mij niet meer hoor jongens. Ik doe het ook voor mijn lol,” riep-ie dan. Om vervolgens demonstratief zijn vlag op de grond te gooien, naar de kantine te benen en daar een kop koffie te bestellen, ons zonder grensrechter achterlatend.

Wie voetbalt of heeft gevoetbald kent het fenomeen van de grensrechter die het niet zo nauw neemt met de regels, die meer punten voor hun team pakken dan de keeper. Iedere keer als de tegenstander in kansrijke positie komt gaat de vlag omhoog. Wanneer er wordt geprotesteerd schudt de grensrechter resoluut van nee. “Ik kan het toch zien, je stond gewoon buitenspel en nu wieberen.” Daarna knipoogt-ie naar de laatste man: ‘ik red jullie wel hoor jongens.’

De goede scheidsrechters herkennen deze twaalfde mannen vaak. Na een paar dubieuze beslissingen van de vlagger besluiten zij de goede man (of vrouw) de rest van de wedstrijd te negeren, zoals dat bij mijn oude leider vaak gebeurde. Het scheidsrechtersbestand van de KNVB loopt echter niet over van bekwame leidsmannen, die ook nog eens stevig genoeg in hun schoenen staan om de schreeuw van een dominante clubgrensrechter te weerstaan. Of erger nog, de KNVB heeft geen scheidsrechter aangesteld en de arbiter van dienst is een in een joggingpak gestoken vader van een van de spelers van de tegenstander.

Van sommige clubs weet je na een aantal jaar: tegen hen moeten we altijd minimaal vijf doelpunten maken om te kunnen winnen, minstens drie worden er afgekeurd. Het levert een enorme berg aan frustratie op en het wordt een selffulfilling prophecy. Ook wanneer de spits echt buitenspel loopt of wanneer terecht voor een overtreding wordt gefloten, wordt er geklaagd. Zo praat het team zichzelf uit de wedstrijd. Precies wat de valse grensrechter of partijdige scheidsrechter voor ogen had. Als hun team maar wint, kan er aan de bar weer opgeschept worden.

Hoe hoog de emoties over dit onrecht kunnen oplopen bleek zaterdag in het Gelderse Mook. De B1 van Eendracht ’30 kreeg tegenstander AVIOS/DBV zover om met 23-0 te verliezen. Met die ongekende uitslag werd Eendracht ’30 kampioen van de derde klasse, met een voorsprong van twee doelpunten op concurrent SJO Diosa-Niftrik. AVIOS/DBV werkte maar wat graag mee aan het plannetje van het elftal uit Mook, om zo de gezamenlijke vijand – Diosa-Niftrik stond bekend om zijn zeer partijdige clubscheidsrechters – een hak te zetten.

De KNVB heeft aangegeven de monsteroverwinning te onderzoeken. Dat is terecht, maar de partijdige grens- en scheidsrechters blijven, voorlopig en zoals wel vaker, buiten schot. Het is voor de voetbalbond een hels karwei die vorm van valsspelen te bewijzen of te voorkomen. Het probleem lost zich alleen wanneer iedereen eerlijk aan zijn overwinningen wil komen en wanneer de valse leidsmannen op hun gedrag worden aangesproken door het eigen team of de clubleiding.

Dat lijkt een utopie. Zoals Acda en de Munnik al zongen in Groen als Gras, het nummer dat hoort bij de serie All Stars: “De scheids was als vanouds weer een stuk verdriet, maar het was altijd iemands vader, dus dat zei je dan maar niet.”