Het nieuwe Hollywood ligt in China

Naar verwachting zal China komend jaar de Verenigde Staten voorbijstreven en ’s werelds grootste filmmarkt worden, gemeten in verkochte bioscoopkaartjes. Hoewel de VS op dit moment nog vijf keer zo veel bioscopen per hoofd van de bevolking heeft en de prijzen van toegangskaartjes in China een stuk hoger liggen dan in de VS, groeit de Chinese filmmarkt als kool. Nieuwe bioscopen schieten, dagelijks, als paddestoelen uit de grond. 

In het oosten van China, te midden van afgelegen heuvels, liggen de Hengdian World Studios. Met een oppervlakte van bijna 3.000 hectare is dit het grootste filmperceel ter wereld. De oppervlakte is indrukwekkend, de werkwijze van de Chinese filmmakers noemenswaardig. De filmsets bestaan niet uit goedkope façades, maar uit steen en cement en ze moeten een zo realistisch mogelijk beeld geven van verschillende tijdperken van China’s imperialistische verleden. Ook een replica van de Verboden Stad is er te vinden; omdat filmmakers maar zelden toestemming krijgen om in de echte Verboden Stad in Peking te filmen, lieten ze een uitgebreide replica bouwen.

Die inspanningen lijken hun vruchten af te werpen. Had China in 2012 nog slechts 1.300 filmtheaters, in vier jaar tijd is dat al meer dan twintig keer zo veel geworden. Statistisch gezien komen er daar iedere dag nog eens twintig bioscopen bij en die groei kan aanhouden, want per hoofd van de bevolking hebben de Chinezen relatief weinig bioscopen. De VS heeft bijvoorbeeld momenteel nog ongeveer vijf maal zo veel bioscopen per hoofd van de bevolking.

In 2017 zou de Chinese markt de Amerikaanse voorbij kunnen zijn gegaan, wat niet betekent dat Hollywood – laat staan de rest van de filmproducerende wereld – er automatisch een grote, nieuwe afzetmarkt bij krijgt. Voor de buitenlandse films is het land met meer dan 1,3 miljard inwoners een markt die maar moeilijk bereikbaar is. Dat komt omdat Peking de eigen filmindustrie tracht te beschermen met protectionisme. Zo laat China jaarlijks maar 34 buitenlandse films toe, vaak de grote Hollywood-producties.

Verder kopen de Chinezen ieder jaar nog 40 films, waar ze een vast bedrag voor neertellen. Om het quotasysteem te omzeilen kiezen veel filmmaatschappijen – Amerikaanse producenten voorop – voor samenwerking met de Chinezen, want coproducties vallen niet onder het quotasysteem. Voor China is het grote voordeel van deze samenwerking een stijle leercurve wat betreft internationale succesformules. Hollywood laat China zien welke concepten wereldwijd aanslaan.

Ook buitenlandse filmproducenten hebben baat bij samenwerking met de Chinezen. Zo zijn ze beter in staat om hun films aan te passen op de voorkeuren van de Chinese markt. Al moet, voor toelating, een script en de eindmontage goedgekeurd worden door de Chinese autoriteiten. Met andere woorden: de film moet positief beeld weet te scheppen van de Chinese staat en maatschappij.

Toch is de verwachting dat dit op termijn zal veranderen. Chinezen hebben steeds meer geld, worden steeds reislustiger en hebben steeds meer belangstelling voor ander culturen. Dat zal waarschijnlijk leiden tot het toelaten van meer buitenlandse films en verminderde censuur.

Foto: Flickr | Charlie Leu