De Wilhelmus-dichter blijft een mysterie

Het Nederlandse Wilhelmus is het oudste volkslied ter wereld, maar wie het schreef staat niet vast. Tot vorige week. Met nieuwe computertechnieken zijn onderzoekers uit Antwerpen, Amsterdam en Utrecht een mogelijke auteur op het spoor gekomen. Het zou gaan om Petrus Datheen, een 16e-eeuwse dichter met een slechte reputatie.

Het Wilhemus werd geschreven aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog (circa 1570) toen de Lage Landen in opstand kwamen tegen de repressiepolitiek van de Spaanse koning en zijn ‘IJzeren’ hertog Alva. In de daaropvolgende jaren zou Willem van Oranje langzaam uitgroeien tot een iconische verzetsheld in de strijd tegen Spanje en wordt hij in de nationale hymne van Nederland bezongen.

Het anonieme Wilhelmus
Het Nederlandse volkslied is overgeleverd in verschillende geuzenliedboeken maar het blijft in alle drukken anoniem. Over de identiteit van de dichter is de afgelopen eeuwen dan ook druk gespeculeerd. Traditioneel wordt de tekst toegeschreven aan Marnix van Sint-Aldegonde, een Zuid-Nederlandse edelman die vanaf de jaren 1570 optreedt als de ‘spin doctor’ van het Huis van Oranje-Nassau. Wetenschappers zijn echter altijd aan de auteur blijven twijfelen: waarom is Marnix er bijvoorbeeld zelf nooit voor uitgekomen?

Nieuwe opsporingsmiddelen met de computer
Nu komt een team van Vlaamse en Nederlandse onderzoekers (Meertens Instituut, Universiteit Utrecht en Universiteit Antwerpen) met bewijsvoering die een heel andere mogelijke kandidaat aanwijst: Petrus Datheen, een 16e-eeuwse dichter met een slechte reputatie. De gereformeerde kerk wilde Datheens slecht berijmde psalmen destijds door betere vervangen.

De onderzoekers hebben het Wilhelmus met behulp van computertechnieken geanalyseerd. Bijzondere aandacht ging daarbij uit naar de kleine, onopvallende woordjes in teksten, zoals lidwoorden en voorzetsels, omdat dergelijke ‘functiewoorden’ onbewust door auteurs worden gehanteerd en daarom moeilijk zijn te vervalsen. De algoritmes wijzen voor auteursverificatie sterk in de richting van Petrus Datheen. Het feit dat hij in zijn leven op nogal wat kritiek kon rekenen, verklaart waarom Datheen nooit serieus is overwogen als dichter van het Wilhelmus.

Het Wilhelmus is een cover
Nog een aanwijzing naar Datheen is dat het Wilhelmus een contrafact is: de dichter plaatste een nieuwe tekst op een bestaande melodie, namelijk die van het Franse liedje ‘O la folle entreprise du prince de Condé‘ dat in 1568 ontstond bij het beleg van Chartres. Onderzoekers hebben nooit met zekerheid kunnen vaststellen hoe de Wilhelmus-dichter met die melodie in contact is gekomen. Nu blijkt dat Datheen aanwezig was als prediker bij het beleg van Chartres en zo de melodie heeft kunnen leren kennen.

Betrokken onderzoeker Mike Kestemont van de Universiteit Antwerpen, spreekt van een doorbraak in het Wilhelmus-onderzoek: “Het ultieme bewijs voor het auteurschap zullen we wellicht nooit vinden, maar het heeft er alle schijn van dat we met dit nieuwe onderzoeksspoor de dichter van het Wilhelmus hebben gevonden.”

Meer leuke content? Like ons op Facebook