Een linkse samenwerking? Reken er niet op

Je kunt er de klok op gelijkzetten: de verkiezingen komen eraan en de linkse partijen worden opgeroepen om de krachten te bundelen. Zal het er nu dan toch van komen, een verenigd progressief front? Reken er maar niet op. 

Nog ruim een halfjaar en dan barst de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart los. Naar het zich laat aanzien, zullen we veel bekende gezichten aantreffen in de televisiedebatten en op de verkiezingsaffiches.

Rutte bij de VVD, Samsom (vermoedelijk) bij de PvdA, Wilders bij de PVV, Roemer bij de SP, Buma bij het CDA. Ook Alexander Pechtold stelt zich opnieuw beschikbaar voor het lijsttrekkerschap van zijn partij. En ondanks de kritiek van mede-oprichter Edo Spier dat hij een te rechtse koers vaart, lijkt Pechtold geen serieuze tegenkandidaten te krijgen. Overigens hebben meer D66’ers op leeftijd last van de ‘we worden te rechts’-angst, zoals de 84-jarige Jan Terlouw. Hij was behalve kinderboekenschrijver partijleider van D66 in de jaren zeventig en tachtig. De oude Terlouw vertelde in februari aan het Nederlands Dagblad: “We gaan kapot aan het neoliberalisme. We gaan er helemaal aan kapot.” Och och, het is toch wat hè? Terlouw heeft even gemist dat we leven in zo ongeveer het meest genivelleerde land ter wereld, met een belastingtarief waardoor de overheid meer dan de helft van je laatstverdiende euro’s in beslag neemt, waar de btw inmiddels 21 procent is en waar de rechtsbescherming van werknemers en werklozen aanmerkelijk beter geregeld is dan de positie van mkb’ers, die de meeste risico’s lopen. Als dat allemaal verschrikkelijk rechts is, wil ik niet eens weten hoe het is om te leven in een door links bestuurd land.

Toch zijn er mensen die nog weleens dromen van meer samenwerking op links. Dat is van alle tijden. Vaak zijn het oud-politici die, toen ze zelf nog actief waren, een andere mening toegedaan waren. Nog niet zo lang geleden sloot Wouter Bos zich bij dat oudemannenkoor aan. Hij schreef in zijn 91ste en tevens laatste column in de Volkskrant: “In het versplinterde veld van een volgende kabinetsformatie zouden PvdA en GroenLinks een krachtig blok kunnen vormen waar je voor een coalitie niet snel omheen kunt. De beste afspraak die ze zouden kunnen maken zou zijn: samen uit samen thuis, samen in een kabinet of samen erbuiten.” In de Volkskrant, die nog regelmatig voor ‘azijnbode’ wordt versleten, werd zelden eerder zoiets grappigs afgedrukt. Het lijkt de oud-lijsttrekker van de PvdA (een partij die dit jaar haar zeventigjarig bestaan vierde terwijl ze op minder dan tien zetels stond in de peilingen) een goed plan om GroenLinks (een partij met nieuwe energie, mede dankzij haar nieuwe politiek leider Jesse Klaver, en twee keer zoveel zetels in de peilingen als de sociaal-democraten) voor te stellen om niet los van elkaar in een kabinet te gaan. Hoezo er is geen humor op links?

Hoe zit het ook alweer met partijen op links en de pogingen tot samenwerking? Hoe heeft de PvdA daar in het verleden op gereageerd? Ik duik graag met u de geschiedenis in. Vaak is er door links geschamperd over de verbrokkeling op rechts. Hoe zit dat op links? Zonder volledig te zijn een verzameling linkse partijen: de Sociaal Democratische Bond, de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de Partij van de Arbeid (PvdA), de Communistische Partij van Nederland (CPN), de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), de Politieke Partij Radikalen (PPR). Er zijn heel wat linkse partijen geweest en eigenlijk valt het aantal momenteel nog wel mee met de PvdA, GroenLinks en de Socialistische Partij (SP).

Van al die partijen heeft de SP altijd de duidelijkste voorkeur gehad voor een zo links mogelijke coalitie. Anders dan de PVV streeft de SP vaak wel naar een plek in het lokale of landelijke bestuur. Dat streven werd nogal eens gedwarsboomd door de PvdA. Soms gloorde er hoop bij de socialisten. Zoals in november 2006, toen Wouter Bos voorafgaand aan de verkiezingen in het magazine van FNV Bondgenoten zei: “We denken dat we kunnen winnen. En dan zou een linkse coalitie met de SP en GroenLinks een fantastische mogelijkheid zijn.” Lang duurde de hoop niet en in maart 2010 reageerde Bos in het RTL-programma Campagne op Z van Frits Wester op een vraag van een kijker naar een links blok: “Het lijkt me niet realistisch.” En weg was de hoop weer.

Wouter Bos werd opgevolgd door Job Cohen. De toen eveneens net aangetreden SP-leider Emile Roemer putte er weer hoop uit. “Ik spreek de hoop uit dat we met Cohen een nieuwe stap kunnen maken,” sprak hij eigenlijk tegen beter weten in tijdens een partijraad van de SP. Hij riep Cohen op de kiezers van tevoren duidelijkheid te geven of de PvdA bij een regeringsdeelname over links of over rechts wilde gaan. Maar ook Job Cohen deed het niet.

In december 2010 pleitte GroenLinks-leider Femke Halsema voor ‘verdergaande progressieve samenwerking’ en noemde daarbij ‘GroenLinks, D66 en ten dele de Partij van de Arbeid’. Roemer reageerde als door een wesp gestoken en noemde het een mes in de rug van de SP. Tsja, het valt niet mee om de linkse partijen te laten samenwerken. In mei 2012 probeerde Roemer het nog een keertje. In Goedemorgen Nederland op Radio 1 bij Sven Kockelmann. Maar ook nu speelde hij de rol van verliefde jongeling die maar niet het gewenste antwoord krijgt.

Jesse Klaver heeft vorige maand niet gereageerd op de flirt van Wouter Bos en dat is heel verstandig van hem. Voornemens van PvdA, SP en GroenLinks om nauwer te gaan samenwerken, werd in februari 2012 een halt toegeroepen door de leden van GroenLinks en Klaver stoot zich niet nogmaals aan de steen die Jolande Sap destijds een buil bezorgde. Dat GroenLinks het goed doet, is een geruststellende gedachte voor rechts Nederland./

Frits Huffnagel