Waarom (en hoe) verwachtingen ons leven beïnvloeden

Op zich is het niet zo vreemd dat onze verwachtingen beïnvloeden hoe we de werkelijkheid waarnemen en hoe we ons daarbij voelen. Ze helpen ons doorgaans om te focussen op wat belangrijk is, en om ons minstens mentaal voor te bereiden op wat ons te wachten staat. Toch is de mate waarin dat gebeurt vaak verrassend – en in sommige gevallen ook verrassend vervelend, zo leggen enkele Duitse psychologen en neurowetenschappers uit in Trends in Cognitive Sciences.

Het bekendste voorbeeld van de wijze waarop verwachtingen onze ervaringen vertekenen, het zogenaamde selffulfilling prophecy, zijn de bekende placebo-effecten: wie gelooft dat een bepaalde behandeling beterschap zal opleveren, heeft meer kans om zich na afloop ervan ook beter te voelen. Dat geldt zeker voor de aspecten van de kwaal waarbij onze hersenen al dan niet rechtstreeks betrokken zijn, zoals pijn en bepaalde bewegingsproblemen. Ze zijn daardoor in zekere zin ‘subjectief’, maar daarom niet minder welkom.

Dergelijke effecten zijn al lang bekend en zijn één van de belangrijkste redenen waarom klinische studies die de gevolgen van een bepaalde behandeling testen ook vaak een ‘placebogroep’ onderzoeken, die een schijnbaar identieke behandeling krijgt waarin enkel het – hopelijk – genezende element ontbreekt. Gaat het na afloop ook met die groep beter, dan ligt dat ofwel niet aan de eigenlijke behandeling, ofwel gewoon aan het feit dat wie behandeld werd beterschap verwacht.

Over de manier waarop we deze kennis in de praktijk kunnen toepassen, bestaat nog veel discussie. Het lijkt moeilijk te verantwoorden om als arts of wetenschapper mensen wat wijs te maken, ook al weet je dat ze zich daardoor beter gaan voelen. Niettemin kunnen klassieke artsen vermoedelijk wel wat leren van dit soort onderzoeken en van ‘collega’s’ die in de ‘alternatieve’ geneeskunde actief zijn – hun behandeling werkt van geen kanten, maar de patiënt voelt zich wel vaak wat beter.

Het is niet nodig om patiënten dingen op de mouw te spelden, vinden veel wetenschappers – wat meer tijd om te vertellen wat ze voelen en enkele goedgemikte, bemoedigende woorden kunnen al wonderen doen. Dat kan ook helpen om de onsympathieke tweelingbroer van het placebo-effect, het nocebo-effect, op afstand te houden: wie helemaal niet gelooft dat de behandeling zal helpen of dat de behandelende arts weet wat hij doet, kan zich daardoor eerder slechter dan beter gaan voelen.

Stereotypen
In die zin zijn deze effecten dus niet enkel het gevolg van wat we zelf geloven of ervaren hebben, maar ook van onze sociale omgeving, schrijven psychologe Katharina Schwarz (Universiteit van Würzburg) en haar collega’s. En dat is interessant, want psychologen hebben in de afgelopen jaren heel wat vergelijkbare mechanismen ontdekt die helemaal niets te maken hebben met pijn of andere medisch relevante verschijnselen, maar met de mate waarin we maatschappelijk succesvol zijn.

Zo is er de vernietigende invloed van dreigende stereotypen: als je voor een test benadrukt dat bepaalde maatschappelijke groepen goed scoren op de test, zullen leden van andere groepen het minder goed doen dan wanneer een dergelijke mededeling achterwege blijft. En als het gaat om minderheidsgroepen waarover sowieso heel wat negatieve stereotypen de ronde doen, volstaat het zelfs om mensen er gewoon subtiel aan te herinneren dat ze tot een dergelijke groep behoren.

Mogelijk zijn de nefaste effecten van dergelijke stereotypen en lage verwachtingen over een bepaalde behandeling met elkaar verwant, denken de wetenschappers – beide verhogen de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol in ons lichaam, wat mogelijk niet alleen ons concentratievermogen verknoeit, maar ons ook gevoeliger maakt voor pijn. Anderzijds kunnen ‘gunstige’ stereotypen – dat mannen of vrouwen beter tegen pijn kunnen – ook pijnstillend werken.

Pygmalion
Helemaal sociaal wordt het wanneer onze lotgevallen niet alleen door onze eigen verwachtingen, maar al dan niet rechtstreeks door die van anderen beïnvloed worden. Zo is uit het onderwijs het Pygmalion-effect bekend, vernoemd naar de mythologische Griekse beeldhouwer die verliefd werd op zijn eigen standbeeld: kinderen waarvan ouders en leerkrachten veel verwachten, doen het doorgaans beter dan vergelijkbare kinderen waarover niemand dergelijke verwachtingen koestert.

Dergelijke vooroordelen kunnen mogelijk ook artsen parten spelen: mogelijk verwachten die meer effect van goede raad of bepaalde behandelingen bij patiënten uit bevoorrechte sociale categorieën. Het is dus niet alleen belangrijk dat ze zich bewust zijn van het belang van bemoedigende woorden, maar ook van de mate waarin hun eigen verwachtingen een selffulfilling prophecy worden.

Onze verwachtingen beinvloeden zelfs welke emoties we van iemands gezicht aflezen, schrijven de onderzoekers: afhankelijk van de context kan, bijvoorbeeld, een uitdrukking van afgrijzen – die er nochtans wereldwijd min of meer hetzelfde uitziet – geïnterpreteerd worden als kwaad of zelfs trots. Natuurlijk is het niet volslagen onverstandig om rekening te houden met de context, maar het opent wel weer de deur voor allerlei vooroordelen of misverstanden op basis van incorrecte informatie.

Dus pleiten de auteurs ervoor dat wetenschappers die vanuit verschillende invalshoeken verwachtingen onderzoeken de krachten bundelen om uit te zoeken in hoeverre de onderliggende mechanismen vergelijkbaar zijn, en hoe die inzichten naar haalbare praktische maatregelen vertaald zouden kunnen worden. Dat kan soms heel eenvoudig zijn: een studie in Science toonde enkele jaren geleden aan dat Afro-Amerikaanse scholieren die aan het begin van het jaar een tekst mochten schrijven over de dingen die voor hen belangrijk zijn, vervolgens aanzienlijk betere punten haalden.

Dieren
Zelfs het gedrag en de gevoelens van dieren worden gekleurd door hun verwachtingen, vullen de onderzoekers aan – zo wordt de pijnreactie van muizen en ratten beïnvloedt door eerdere pijnlijke ervaringen. Gedragsbiologen beschrijven bovendien regelmatig zogenaamde winnaars- en verliezerseffecten – dieren die een eerder gevecht gewonnen dan wel verloren hebben, zullen nadien vaker dan je zou verwachten opnieuw winnen dan wel verliezen. Blijkbaar passen ze na verlies hun verwachtingen aan, en geven ze voortaan sneller op, om gevaarlijke verwondingen te vermijden.

Dat illustreert nogmaals dat er evolutionair gezien vaak goede redenen zijn waarom we ons gedrag door onze verwachtingen laten beïnvloeden. Maar anno 2016 kunnen ze ons soms ook behoorlijk dwarszitten. Hoe beter we erin slagen om uit te vissen wat daarachter zit, hoe beter we er hopelijk in zullen slagen om vervelende negative spiralen te doorbreken.