De schandknapen van Raqqa (homoseks in het kalifaat)

Het was een droevig weekje, vrienden, met een intens treurig stemmend bericht als afsluiter: Hans van Breukelen technisch directeur van de KNVB. Het Nederlands voetbal moet kapot! Was Johan Vlemmix te duur? Waren de gebroeders Van de Kerkhof te hoog opgeleid? Hans van Breukelen, onze eigenste Lothar Matthäus. Driewerf bah & gedverderrie & kots-kots.

Ik wilde het eigenlijk helemaal niet over voetbal hebben (zeker niet tijdens het meest abominabele EK ooit) maar de onheilstijding over de Utrechtse joker met zijn NSB-brilletje rolt net uit mijn telexmasjien. Nood breekt wet. Ik lees ook net dat Brussel de Nederlandse pensioenen gaat beheren maar dat interesseert mij geen lor omdat ik nog nooit een cent verkwanseld heb qua ABP.

En dan zeker op mijn vijfenzestigste eindelijk eens Nordic gaan walken en banzai en koikarpers gaan kweken en precies een dag na mijn pensionering dood neervallen in de tuin, zoals je zo vaak leest in de gazette. Net als van die kantoorlieden die op de eerste dag van hun polsbandjesvakantie in Turkije een TIA krijgen en met een gipsvlucht van Corendon terug worden vervoerd naar Zoetermeer of Veghel.

De waarheid gebiedt mij te schrijven dat ik net een hoogdravend essay aan het tikken was over homoseks in het kalifaat, een en ander naar aanleiding van een ludieke actie van hacktivisten-collectief Anonymous. Die leuke club jongelui had namelijk de twitteraccounts van kalief Abu Bakr al-Baghdadi en zijn IS-fanboys opgepimpt. Leest, huivert en masturbeert!

Nou moet u weten dat ik in het kader van mijn proefschrift omstreeks 1991 Raqqa bezocht, dat toen al bekendstond als de Regenboogstad van Syrië. Er was daar in een naar bedorven kekererwten meurende steeg een notoir schandknapenbordeel, vernoemd naar de scabreuze dichter Abu Nuwas. U moet zelf maar even googlen wie deze goeiste mohammedaanse dichter annex eensporige ruiter aller tijden was.

Goed, boven de entree van dat jongensbordeel in Raqqa hing deze tekst, maar dan in het Engels voor de Amerikaanse hoerenlopers. Het betreft hier gedicht XLV:1.

Come right in, boys. I’m
a mine of luxury — dig me.
Well-aged brilliant wines made by
monks in a monastery! shish-kebabs!
roast chickens! Eat! Drink! Get happy!
and afterwards you can take turns
shampooing my tool.

Overigens is Abu Nuwas meesterlijk vertaald door mijn oude leermeester Arie Schippers en door mijn soulmate Hafid Bouazza.

Goed, ik was daar met een studiegenoot wiens naam ik niet kan onthullen omdat hij inmiddels braaf getrouwd is en sportinstructeur is op een ROC in het kalifaat van Amsterdam-West. Het is overigens zijn schuld dat we in die hoerentroep eindigden, met enige betaalde hulp van een gids van de nawar, de Arabische zigeuners. De vriend had die Koko Petalo verteld dat hij jarig was en dat hij dat met mij op gepaste wijze wilde vieren, het liefst met een drupje araq en in een schuimbad met wat knapen (met goede gebitten) in de aanstootgevende leeftijd en vooral niet te duur. Ik bespaar u de details, dat leest u allemaal wel met naam en toenaam in mijn roman Vandalusia.

Toen we weer buiten stonden, bleek dat mijn studiegenoot zijn horloge had laten liggen op het nachtkastje. Horloges en hoeren: een gouden huwelijk. Enfin, hij kwam daar pas achter toen we in onze jeugdherberg waren. Toen moesten we – nog steeds starnakel – terug want dat horloge was een kadootje van zijn jeugdliefde Johanna met wie hij dus inmiddels getrouwd is en bij wie hij vier koters heeft geschopt. Na twee uur wanhopig zoeken kwamen we die pooierzigeuner weer tegen die klandizie aan het ronselen was voor de ochtendploeg van die broodpotenbunker. De ochtend gloorde inmiddels heftig en de mohammedanen waren fris op weg naar het ochtendgebed. Ik schaamde mij dood, dat begrijpt u. Uiteindelijk moest mijn ‘vriend’ zijn klokkie – waarin de naam van zijn verloofde stond gegraveerd – voor een aardig doch beslist niet onredelijk bedragje terugkopen. Hij moest het ding wel even in de week leggen want de roofpoot die mijn vriend een paar uur eerder had uitgewoond, had het klokkie in een hol gepropt waar de zon nooit schijnt.

Goed, eind goed al goed. Ik ga mij opfrissen en fatsoeneren voor de Oostbloktopper Tsjechië-Kroatië zo dadelijk en sluit af met een geil rijmpje van Abu Nuwas.

I love a willing boy, a dangerous gazelle
his forehead a moon half-veiled
by the clouds of his coalblack hair
who gave up Nintendo & TV for a new game
(a kind of croquet with mallets & balls)
who lolls around in his underwear
demands no jewelry or perfume
never goes on the rag
or gets pregnant.