Deze fouten moeten we voorkomen bij een Nexit-referendum

De uitslag van het Britse referendum heeft meer teweeggebracht dan menigeen dacht. De afgelopen dagen lezen we dat Brexit-stemmers inmiddels zogeheten Bregretters zijn geworden: nu zij de gevolgen onder ogen komen hebben zij spijt van hun keuze. Hoeveel het er zijn weten we niet, maar het verschil tussen de voor- en tegenstemmers was dusdanig klein dat een stemming vandaag kan betekenen dat de Britten wel in de EU willen blijven.

Dit verschijnsel illustreert een groot gevaar van referenda: stemmen over zaken waarvan je de gevolgen niet goed kunt overzien. Toch is het belangrijk dat over vitale en grote onderwerpen het volk wordt geraadpleegd. De uitslag moet bindend zijn, hoewel het in Groot-Brittannië een raadgevend referendum betrof (waarbij Cameron vooraf al aangaf dat hij de uitslag zou accepteren, waardoor het toch een bindend referendum werd).

Als politicoloog begrijp ik niet begrijp dat zo’n grote beslissing met zo’n kleine meerderheid kan worden doorgevoerd. In Nederland geldt voor een grondwetswijziging dat een tweederde meerderheid in de Kamer (in casu, van het volk) voorstander moet zijn. In de kabinetsperiode erop moet dat nog steeds het geval zijn. De achterliggende gedachte? Als het over grote onderwerpen gaat is het belangrijk dat niet zomaar 51 procent van de bevolking het wil, maar dat een wijziging zeer breed wordt gedragen (minimaal 66 procent). Daarnaast is er de extra volksraadpleging via Kamerverkiezingen. Zijn de populaire partijen van dat moment het een aantal jaar later nog steeds of heeft men spijt van de keuze voor de zittende politieke partijen?

Gezien de impact die een Brexit of Nexit op een land heeft komt dat in de buurt van een grondwetswijziging. Het is dan ook onbegrijpelijk dat de Britten de regels van een niet-bindend referendum (die vaak minder ‘zwaar’ zijn) op een in de praktijk bindend referendum hebben losgelaten. Hierdoor is er bijvoorbeeld geen minimale opkomst vastgesteld om het niet-bindende referendum geldig te laten zijn. Overigens is de opkomst met 72 procent van de geregistreerde stemmers enorm wat betekent dat de Brexit een uitstekend referendumonderwerp is (de opkomst was zelfs hoger dan de parlementaire verkiezingen!). Ter vergelijk: het Oekraïne-referendum – waarvoor kiezers zich niet vooraf hoefden te registreren zoals in het VK – had een opkomst van slechts 32 procent. Bovenal is het onbegrijpelijk dat Cameron niet heeft gezegd dat hij het niet-bindende referendum alleen zou accepteren als er een overduidelijke (tweederde) meerderheid zou zijn.

De petitie die nu door vele Britten wordt ondertekend voor een tweede referendum vraagt precies daarom: een duidelijke meerderheid van 60 procent bij een opkomst van 75 procent. Hoe begrijpelijk die roep ook is: het is mosterd na de maaltijd van de verliezers. Mocht het in Nederland tot een Nexit-referendum komen, laten we deze lessen dan leren om Neegretters te voorkomen.