In Zeeuwse mosselen is dodelijk gif aangetroffen: wat nu?

Net nu het mosselseizoen van start gaat, dreigt er paniek. In mosselen opgevist uit de Oosterschelde is gif gevonden. Hoe groot is het gevaar?

De giftige stof in kwestie heet tetrodotoxine (TTX) en is het resultaat van een natuurlijk proces (een symbiose) tussen een bacterie en een organisme – een vis of een alg. Tot voor kort kwam de substantie enkel voor in tropische en subtropische zeeën, al werd ze enkele jaren geleden ook al eens aangetroffen in schelpdieren die in Engelse wateren waren gekweekt. Voor de kenners: het gaat om hetzelfde gif als dat van de kogelvis, die in Japan een delicatesse is maar bij een verkeerde bereidingswijze in een moordwapen verandert.

TTX is gevaarlijk voor de mens omdat de stof direct inwerkt op het zenuwstelsel, in die mate dat ze tot verlamming of zelfs de dood kan leiden. Extra problematisch is het feit dat lage concentraties van het gif hiervoor al gevaarlijk zijn. Zo kan een dosis van 1 tot 4 milligram al dodelijk zijn voor een volwassene.

De symptomen van blootstelling aan TTX zijn een tintelend gevoel in de mond, misselijkheid, braken, diarree, duizeligheid, hoofdpijn en ademhalingsproblemen – doorgaans zijn deze waarneembaar binnen een half uur tot enkele uren na de inname van het gif. Een antigif is er helaas niet, maar als een slachtoffer snel wordt geholpen (door kunstmatige beademing bijvoorbeeld) is de kans op overleven en herstel groot.

Het is de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) die afgelopen weekend aan de alarmbel trok. De instantie doet al enkele jaren systematisch onderzoek naar het gif in de Nederlandse kweekgebieden. Voorlopig waarschuwt de NVWA enkel voor gif in mosselen en oesters uit het oostelijke deel van de Oosterschelde. Schaal- en schelpdieren uit nabijgelegen gebieden in de Oosterschelde moeten eerst getest worden vooraleer ze mogen worden verkocht.

De consument kan dus op zijn twee oren slapen: de verkochte mosselen worden allemaal getest. De NVWA raadt iedereen in Zeeland wel aan van de mosselen en oesters op de stranden af te blijven.