Zo werkt het brein van de voetballer die de strafschop mist

Nu het Europees Kampioenschap voetbal de knock-outfase is ingegaan, kunnen landen weer met één gemiste strafschop worden uitgeschakeld. Dat betekent ook dat er spelers zullen zijn die naar huis gaan met het idee dat hun team door hun cruciale misser heeft verloren. Nogal een last op je schouders: presteren in een stadion vol supporters en miljoenen tv-kijkers. Wat zou er in het brein van die voetballer gebeuren?

In de groepsfase zagen we er al twee spelers niet in slagen om hun strafschoppen in een goal om te zetten: Cristiano Ronaldo voor Portugal en Alexander Dragović voor Oostenrijk. Het lijkt eenvoudig om van elf meter afstand (om precies te zijn: twaalf yards) van het doel voorbij de keeper te schieten in een verder leeg net, maar toch mist een groot aantal heel ervaren voetballers wanneer het er het meest toe doet. Zelfs Lionel Messie, misschien wel ’s werelds grootste speler, miste een strafschop in de shoot-out van de finale van de Copa América op 26 juni.

De ironische fout
Onderzoek wijst uit dat spelers bij cruciale strafschoppen vaak precies de fout maken die ze proberen te voorkomen. Een speler legt de bal op de strafschopstip tijdens een toernooi als het EK 2016 en zegt tegen zichzelf: richt op links, maar raak gewoon niet de linkerpaal.

Tijdens een training of bij een minder belangrijke wedstrijd, zal de bal zijn weg naar het net ook met gemak weten te vinden. Maar dit is een wedstrijd met hoge druk – een stadion vol schreeuwende fans en honderden miljoenen kijkers over de hele wereld die toekijken hoe hij zijn stappen achteruit zet. En vaker wel dan niet zal de speler die mist de bal niet ver over de lat of naast de paal hebben geschoten. Hij zal hem juist precies tegen de linkerpaal hebben geschopt. Aangezien dit precies het ding is dat hij tegen zichzelf zei niet te doen, wordt dit de ‘ironische fout’ genoemd.

Onder de motorkap
Waarom precies treedt deze fout op? Als de hersenen proberen om het lichaam op een bepaalde gewenste manier te laten optreden, dan beroepen die zich op twee processen – een operationeel proces en een monitorproces.

Het operationeel proces is verantwoordelijk voor het identificeren van alle stappen die ons in staat stellen om een gewenst resultaat te boeken. Als je een strafschop gaat nemen, dan is dit onder meer: een aantal stappen terug nemen, nadenken over de plek waar je de bal wil raken, rennen, het niet-schoppende been naast de bal zetten en met de bal de plek raken die je als doel had gesteld. Simpel, toch?

Tegelijkertijd is ook het monitorproces onbewust aan het werk. Het werkt als een radar die op zoek is naar informatie over wat er mis kan gaan, in dit geval de paal raken. Zodra het deze risico’s heeft vastgesteld, vertelt het aan het operationele proces om harder te zoeken naar informatie die de dingen volgens plan laten gaan zodat je nog steeds met de strafschop kunt scoren. Beide processen werken onder een controlesysteem en opereren samen als deel van een feedback loop.

Dit systeem werk meestal erg goed en geeft ons de mentale controle om te doen wat we willen doen. Het betekent dat de speler die op het trainingsveld in de rij staat voor een strafschop zal richten op de linker onderhoek, een aanloop neemt, de bal raakt en geniet van zijn nauwkeurigheid als de bal tegen de binnenkant van het net in de linkerhoek knalt.

In een competitie zoals het EK, wanneer een speler aan de vooravond staat van eeuwige roem of juist een verpletterende nederlaag, zal de ruimte in het brein die nodig is voor het operationeel proces worden verbruikt door de mentale belasting van het onder druk staan. Als dat gebeurt, dan zullen het operationeel proces (‘Ik weet wat ik moet doen’) en angst (‘Ik maak me zorgen’) strijden voor dezelfde beperkte ruimte in het brein. Het operationeel proces wordt daardoor veel minder effectief in het op de hoogte stellen van de speler van het gewenste resultaat.

Anderzijds blijft het monitorproces grotendeels uit de wind onder de druk. Dit komt omdat het op een onderbewust niveau werkt; het neemt geen cognitieve ruimte in. Dit betekent dat als je onder druk staat, het monitorproces overheerst. Wanneer het als een radar op zoek gaat naar informatie over wat er mis kan gaan onder druk – en o ironie – brengt het wat er mis kan gaan in het bewustzijn van de persoon.

Met andere woorden, het mentale proces dat zou moeten helpen om niet de linkerpaal te raken, zorgt ervoor dat het waarschijnlijker is dat je de linkerpaal raakt. Door te proberen om de error te vermijden, wordt het brein er meer naar gedreven om op die fout te focussen.

Uit recent onderzoek blijkt dat meer neurotische spelers vatbaarder zijn voor deze ironische fout. Maar de meest gevoelige spelers blijken degenen die hun plankenkoorts onder druk maskeren door te proberen om nonchalant of cool over te komen. De reden is dat hun hersenen overbelast zijn door gedachtes die hun gedrag limiteren, zoals ‘cool doen’ en ‘niet laten zien dat je angstig bent’.

De oplossing
Hoe kunnen spelers voorkomen dat ze slachtoffers worden van de ironische error in de knock-outfase van het EK 2016? De simpelste manier is om te oefenen om je angst onder controle te krijgen door middel van ontspanningsstrategieën. Een speler kan technieken gebruiken om de ademhaling te controleren; of ‘progressieve spierontspanning’, wat inhoudt dat je een spiergroep zo hard mogelijk aanspant voor een paar seconden. De spieren zijn daarna relatief ontspannen in vergelijking met hun vorige heel erg gespannen toestand. En de speler ervaart daardoor minder angst.

Een andere manier is om negatieve instructies in een positieve manier te herformuleren. In plaats van dat een speler zichzelf vertelt dat hij niet de linkerpaal moet raken, moet hij zichzelf instrueren om het precieze punt waar hij de bal wil krijgen moet kiezen.

Nu het weer strafschop knock-outtijd is, zullen we snel te weten komen of de overgebleven teams deze technieken hebben geoefend.