Stop met moslims tegenover niet-moslims zetten

In de buurt waar ik woon (slogan: niet voor watjes) rijden volgende week tijdens het Suikerfeest mensen op een bakfiets rond om baklava, appeltaart en Turks fruit uit te delen. Een dolgezellig gebaar, en daarnaast een prima metafoor voor het voorzichtig gentrificerende arbeiderswijkje in Utrecht Noordwest, waar je op de hoofdstraat — in de volksmond wel de shoarmaboulevard genoemd — tegenwoordig ook terecht kunt voor linksdraaiende, gefermenteerde, biologisch-dynamische en op een robuuste houten plank geserveerde quinoasalade.

Ondanks, of misschien wel dankzij de gemêleerde samenstelling is het buurtje iets dat voor een eenheid door kan gaan. De multicultihemel? Nee, daarvoor zijn er nog net te veel schimmige massagesalons. Maar het is er goed toeven. En stel dat er op een dag een bom zou ontploffen (even afkloppen op een robuuste houten plank), dan zou iedereen daar in dezelfde mate het slachtoffer van zijn. Logisch eigenlijk.

01_Azarkan2
De gewraakte foto.

Maar op grotere schaal wordt dat al ingewikkelder, zo bleek deze week weer eens. Mohamed uit Arnhem was dinsdagavond op vliegveld Atatürk bij Istanbul toen moslimterroristen er een aanslag pleegden die inmiddels aan 36 mensen het leven kostte. De Marokkaanse Nederlander ontmoette terwijl hij de terreurplek ontvluchtte Danique en Julia uit Alkmaar, en probeerde samen met hen het vliegveld te verlaten. Eenmaal veilig buiten gingen ze met zijn drieën op de foto.

Hoewel Mohamed het kiekje met zijn eigen telefoon maakte, knipte De Telegraaf zijn lachende gezicht eraf. Minder, minder, minder? Wat overbleef waren in ieder geval twee mooie jonge meisjes met lang haar en blosjes op hun wangen. Nederlandse meisjes zoals Telegraaf-lezers ze het liefst zien. Niks islamitisch aan, bovendien. Want wat moet men met dat heerlijk overzichtelijke wij-zij gevoel als blijkt dat moslims net zo goed slachtoffer kunnen worden van islamterreur, en niet op de een of andere manier medeschuldig te maken zijn?

De Telegraaf verklaarde dat Mohamed, die het knipincident zelf aankaartte op Twitter, een ‘bijfiguur in het verhaal’ was, en dat ze zijn foto hadden gecropt omdat ze hem niet hadden geïnterviewd. Geen speld tussen te krijgen. Hij was een bijfiguur omdat ze een bijfiguur van hem hadden gemaakt, simpelweg door een andere invalshoek voor het stuk te kiezen. Een wittere invalshoek, zou je bijna denken. Ook Hart van Nederland belichtte wonderlijk genoeg alleen het verhaal van de meisjes.

Als er witte westerlingen omkomen bij aanslagen door moslimterroristen, zoals het afgelopen jaar in onder meer Parijs en Brussel, kun je er de klok op gelijkzetten dat Geert Wilders een tweet de wereld in stuurt van het kaliber ‘Als ik Minister-president word dan zal ik het islamitisch terrorisme verpletteren, onze grenzen sluiten en Nederland de-islamiseren #noislam’. Na Istanbul, waar vastende moslims het doelwit waren, bleven de boze tweets, eigenlijk geheel naar verwachting, uit. “Moslims kúnnen goede mensen zijn,” sprak hij twee dagen later in zijn steenkolerigste Engels in een filmpje waarin hij de aanslagen vluchtig aanstipte. Daar kwam uiteraard een vette ‘maar…’ achteraan.

Het is algemeen bekend dat zowel De Telegraaf als Geert Wilders hun publiek liever nog wat extra irreële angst aanjagen dan dat ze het wegnemen. De verkoopcijfers en peilingen gedijen er goed bij. Maar juist Mohamed en de moslimslachtoffers uit Istanbul maken weer eens duidelijk dat het niet de moslims tegen de niet-moslims zijn, maar de terroristen tegen de rest. En wie dat moedwillig probeert te verbergen is, laten we heel eerlijk zijn, gewoon een ontzettende leugenaar.