Het (structurele) probleem met de veiligheid in Frankrijk

De Franse inlichtings- en veiligheidsdiensten waren niet voldoende voorbereid op een terroristische aanslag zoals die in Parijs op 13 november, die aan 130 mensen het leven kostte. Dat oordeelt de Franse parlementaire enquêtecommissie die vijf maanden onderzoek deed naar het handelen van de betrokken diensten, zo valt te lezen in de Franse krant Le Figaro.

Op vrijdag 13 november richtten aan IS gelieerde terroristen een bloedbad aan in het Stade de France, het theater Le Bataclan en op tal van caféterrassen in de Franse hoofdstad. Diverse eenheden rukten vervolgens uit en communiceerden slecht, en de wet belemmerde hen tijdens de bestorming van Bataclan. Het rommelige karakter van de nasleep blijkt volgens de commissie al uit het feit dat de Franse inlichtingendiensten vallen onder de verantwoordelijkheid van verschillende ministeries.

“De politie (die slecht bewapend was – red.) arriveerde als eerste ter plaatse en wachtte op de militaire eenheid, zodat zij hun Famas-geweren konden gebruiken, omdat de militairen niet het recht hadden om te schieten (volgens de wet – red.). En zij weigerden die af te staan!” stelt hoofdonderzoeker Georges Fenech.

De conclusie luidt: er is slecht gecommuniceerd tussen de veiligheids- en inlichtingendiensten, hetgeen leidde tot een ongecoördineerd verloop. Zo waren de Franse daders alvorens de aanslag bekend waren bij een van de diensten – hetzij door een politiecontrole, verdenking van radicalisering of een arrestatie. Desalniettemin waren zij op vrije voeten.

De commissie-Fenech stelt voor een nationaal agentschap op te richten om dergelijke tragedies in de toekomst te voorkomen. “Uit gesprekken met inlichtingendiensten in de Verenigde Staten en Israël blijkt dat die landen in Frankrijk geen aanspreekpunt hebben voor terrorisme. Ze weten niet wie ze in Frankrijk waarvan op de hoogte moeten brengen.”