Onze muziekvoorkeur is niet aangeboren

Onze muziekvoorkeur is voor een deel cultureel bepaald, schrijven antropologen in Nature. Mensen die de westerse muziek niet kennen, ervaren onze muziek anders dan wij.

In de westerse muziekcultuur zijn niet alle combinaties van muzieknoten gelijk. Als sommige notencombinaties tegelijkertijd worden gespeeld, klinken ze rustig en aangenaam. Zo’n combinatie is consonant. Andere combinaties klinken onaangenaam, dissonant. Dissonante klanken wekken vaak een gevoel van onrust of spanning op.

Amazonewoud
Om te weten of andere culturen consonant en dissonant ervaren zoals westerse luisteraars dat doen, trokken Amerikaanse onderzoekers naar het Amazonewoud in Bolivia. Daar onderzochten ze de Tsimane, een inheemse gemeenschap die nauwelijks in aanraking komt met de westerse cultuur. Ze vergeleken de muziekvoorkeur van de Tsimane met die van inwoners van de VS en van Bolivianen uit de stad. Als de voorkeur voor consonante klanken aangeboren is, zou die voorkomen bij alle mensen, eender hun afkomst.

Anders dan de Amerikanen en de Bolivianen uit de stad, hebben de Tsimane geen voorkeur voor consonante klanken. Ze vinden consonant en dissonant even aangenaam om naar te luisteren. Er is ook een klein verschil tussen de Bolivianen uit de stad en de Amerikanen, waarbij de laatste groep de grootste fan is van consonantie.

Om zeker te zijn dat de verschillende bevolkingsgroepen even goed klanken kunnen onderscheiden, lieten de onderzoekers hen ook luisteren naar andere geluiden. Dat waren vertrouwde geluiden, zoals lachende mensen, en elektronische geluiden. Alle groepen scoorden gelijk.