Waarom de nucleaire deal met Iran onder druk staat

Eén jaar geleden tekenden zes grootmachten een nucleaire deal met Iran, die moest voorkomen dat het land door zou gaan met de ontwikkeling van een atoombom. Nu dreigt het land uit de deal te stappen, omdat de Amerikanen hun afspraken niet na zouden komen.

Nog maar net een jaar oud is de moeizaam tot stand gekomen overeenkomst tussen Iran aan de ene kant en de VS, het Verenigd Koninkrijk, China, Duitsland en Frankrijk aan de andere kant. De overeenkomst behelst kortweg dat het land in het midden-oosten controleurs van het Internationale Atoomenergieagentschap toelaat in ruil voor het opheffen van economische sancties.

De totstandkoming van de deal heeft twaalf jaar geduurd, maar Iran wil er nu alweer uitstappen. Volgens de vicepresident en de nucleaire chef van Iran, Ali-Akbar Salehi, zouden de VS zich niet aan de afspraken houden. Hij betoogt dat er tot dusver enkel sprake is van een versoepeling van sancties in plaats van het opheffen ervan. De Iraans president Hassan Rohani liet vorige week al soortgelijke geluiden horen. Volgens de VS heeft dat onder meer te maken met de mensenrechtenpositie in Iran, die nog steeds niet is verbeterd.

Het land moet het hebben van de export van olie, waar het op zich goed aan verdient. Dat neemt echter niet weg dat de economie dringend een impuls nodig heeft. Zo lukt het bijvoorbeeld maar niet om de werkloosheid te laten dalen. Doordat de sancties nog niet volledig van de tafel zijn, zouden de broodnodige buitenlandse investeerders die de economie vlot moeten trekken weg blijven. Ook lukt het niet kredieten van buitenlandse banken te verkrijgen. Daardoor is de waarde van het verdrag voor Iran marginaal en dreigt het land het atoomprogramma weer op te starten. Naar verluid zou het slechts beperkte tijd duren om het programma weer op volle toeren te krijgen.

Overigens is ook niet iedereen in Iran blij met de deal. Een groot deel van de bevolking gaf in een enquête aan niet te geloven dat de overeenkomst daadwerkelijk gaat leiden tot een verbetering van de economische positie. Ook in het Westen is er kritiek op de deal. Uit recente rapporten van internationale atoomwaakhond IAEA zou weliswaar blijken dat Iran zich aan de afspraken houdt en monitoring toestaat, het lijkt er tegelijkertijd op dat de inspecteurs van het IAEA een oogje dichtknijpen.

De rapportages zijn minder uitgebreid dan voor de deal. Bovendien is gebleken dat het Iran wordt toegestaan een militair complex zelf te inspecteren. Verder mocht het land eigenlijk geen ballistische raketten die kernkoppen kunnen dragen testen, terwijl het dat in de loop van het afgelopen jaar toch vier maal heeft gedaan. De Duitse geheime dienst BND kwam zelfs met een rapport waaruit blijkt dat Iran onverminderd en op een hoog niveau nog steeds verder gaat met onderdelen van zijn atoomprogramma.

Voorstanders van de deal beargumenteren dat de overeenkomst nooit bedoeld was om Irans nucleaire programma compleet aan banden te leggen. De Amerikaanse president Obama was overtuigd dat zijn voorganger Bush te veel vijanden in de wereld had gemaakt en wilde daar verandering in brengen. De Iran deal is dan ook te zien als een poging van de regering van Obama om het land uit zijn isolement te trekken en het de mogelijkheid te bieden om samen met Saoedie-Arabië een sterke regionale macht te vormen, die een bondgenoot van de VS is. Daartoe kreeg het bepaalde vrijheden in de hoop en verwachting dat het daar op een verantwoorde wijze mee om zou gaan en op een passende manier zou handelen. Dat lijkt tot op heden echter nog niet het geval te zijn.