Pokémonterreur als tegengif voor IS

En dan, terwijl je op een zonovergoten terras achteloos door je cappuccino roert en wat ronddoolt op je telefoon, blijven je ogen opeens steken bij een woord dat je nog niet kende.

Pokémonterreur.

Het is het Brabants Dagblad dat dit potentiële ‘Woord van het Jaar 2016’ voor het eerst te berde brengt. In een artikel doen enkele bewoners van Zuster van Orthenpoort, een hofje in de binnenstad van Den Bosch, hun beklag over de razend populaire app Pokémon GO. In het hofje zijn namelijk maar liefst vier ‘Pokémon Hotspots’ te vinden – en dat zie je volgens de krant bijna nergens anders in de stad. Het gevolg is dat het anders zo rustige hofje nu al een paar weken wordt overspoeld door drommen mensen die tot diep in de nacht blijven hangen en voor overlast verzorgen.
De veelal oudere bewoners zijn inmiddels ten einde raad. “Waarom stoppen ze die beesten niet in het park, daar wonen tenminste geen mensen”, vraagt de een zich af. Een andere bewoner heeft zelfs de politie gebeld met de vraag of die ‘de beestjes’ weg kunnen halen.

Het is klein leed dat je – hoewel je het ongemak van de buurtbewoners begrijpt – met de nodige vrolijkheid leest. De Rijdende Rechter avant la lettre. En tegelijkertijd brengt het een aangenaam soort verkoeling in deze – op meerdere fronten – benauwende tijden. Pokémonterreur als tegengif voor IS. Terwijl er in een vandaag verschenen onthoofdingsvideo nieuwe aanslagen worden aangekondigd in Frankrijk en in Turkije de noodtoestand is afgeroepen, maken wij ons druk om virtuele beestjes die de rust in een ingeslapen hofje verstoren.

It’s not time to worry yet. 
Je zou meer mensen in deze wereld een beetje pokémonterreur wensen.