Verrassing, je bent wel een racist

Er ging deze week een mailtje rond van een websitebouwer die een potentiële klant vertelde dat hij alleen voor mensen met ‘normale namen’ werkt. U kent ze wel, die normale namen: ‘Jeroen, Kees, Rob, et cetera’. Abnormale namen, zoals ‘Souad, Osama en Saddam’ moeten de helft vooruitbetalen. Nieuwssite Dutchturks belde de man voor een reactie, en wat bleek nou, híj was hier degene die gediscrimineerd werd. Je mag ook helemaal niks meer zeggen in dit rotland.

Omdat rassenvermenging ‘vandaag de dag een beladen onderwerp is’ wil de oprichter van stop-rassenvermenging.nl in de introductietekst even duidelijk maken dat hij ‘geen enkele racistische motivatie heeft’. U zat er dus weer eens helemaal naast. Met vandaag de dag bedoelt hij waarschijnlijk sinds, pak hem beet, 1945. ‘Van je eigen ras houden is het minst racistische wat je kunt doen’ staat bij een foto van een lachende witte familie in een bos.

Op een ander plaatje worden vijf rassen onderscheiden: rood, geel, wit, bruin en zwart. Wit staat in het midden en neemt een derde van de ruimte in. De andere vier moeten het ieder met een zesde zien te rooien. De verschillen tussen ‘een donkerkleurige’ en ‘een blanke’, die de pleitbezorger naar eigen zeggen gewoon te mooi vindt om verloren te zien gaan, zitten volgens hem onder meer in capaciteiten, intentie, temperamenten en talenten. Die goeie ouwe rassenleer. Maar een racist is hij dus — overbodig om te zeggen — niet.

Deze week liet de Nederlandse tak van Soldiers of Odin van zich horen. De uit Finland overgewaaide ‘burgerwacht’ wil volk en vaderland beschermen tegen criminele asielzoekers, en droeg in Winschoten een man over aan de politie. Robert Koll, leider van de Zuid-Limburgse tak, heeft onder meer tatoeages van hakenkruizen, een soldaat van de Waffen SS, een nazivlag, de reichsadler en het SS-motto Meine Ehre heißt Treue. Ook Ronald Kiewiet, de leider van het Groningse chapter, steekt zijn bewondering voor de NSB niet onder stoelen of banken. Maar extreem-rechts? Nee hoor. Dat heeft u helemaal verkeerd begrepen.

‘Ik ben geen racist, maar…’ is de meestgebruikte zinssnede om troep uit te kramen waar de honden geen brood van lusten. Dit zijn slechts een paar voorbeelden die ik tegenkwam:

‘Ik ben geen racist maar ik haat moslims.’

‘Ik ben geen racist maar sommige Somaliërs zijn wilde beesten en kunnen niet getemd worden.’

‘Ik ben geen racist maar van mij mag vullis uit de weg worden geruimd.’

‘Ik ben geen racist en ik sla zeker geen vrouwen, maar wat zou ik graag bij die trut het zwart van d’r smoel willen slaan.’

Allemaal geen racisten dus, laat daar geen misverstand over bestaan. Eerder dit jaar kreeg SP-gemeenteraadslid Lennart Feijen een voorwaardelijke geldboete omdat hij Hilbrand Nawijn, naar aanleiding van discriminerende voorstellen, een racist had genoemd. Je mag blijkbaar heel veel zeggen, als je het beestje maar niet bij zijn naam noemt. Zelf haal ik in zo’n geval graag de eendentest van stal: If it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck, then it probably is a duck. Want erkenning is de eerste stap naar genezing.