Met Peter Bosz wordt het lachen in de ArenA

Geloof het of niet, maar Peter Bosz wordt al vergeleken met Johan Cruijff. En — nee nee, nu niet weglopen! — daar zit wat in. Net als Cruijff in zijn eerste trainingsjaar 1985 heeft ook Bosz nu een revolutie in petto: hij gaat Ajax fanatiek laten aanvallen.

Wat dat bij Cruijff betekende is bekend: de ploeg scoorde er destijds flink op los, er vielen uitslagen als 5-1 en 8-1 en in mei had Ajax er 110 gemaakt. Maar ook resulteerde het spelen op de helft van de tegenstander in een enorme verzameling bange momenten voor de goal van Stanley Menzo, de keeper die door Cruijff uit het tweede naar het eerste was gehaald omdat hij kon ‘meeverdedigen’. Mede door de vele risico’s werd Ajax geen kampioen; PSV werd met acht punten voorsprong eenvoudig eerste.

Dat wordt dus lachen, met Bosz in Amsterdam. De eerste wedstrijd die min of meer als lakmoesproef kon worden gezien, een oefenpotje tegen Olympique Marseille, gaf woensdag een aardige indruk. In de eerste helft doemde inderdaad een schim op van de tijd van Cruijff. Let wel, een schim, want Bosz heeft natuurlijk geen spelers van het kaliber Marco van Basten, Arnold Mühren en Ronald Koeman tot zijn beschikking. Het gaat om de intentie. Die loog er niet om. In een grappig stadionnetje in het Zuid-Franse Béziers kon je bij balverlies zomaar zeven spelers in een wit shirt met rode baan op de helft van de tegenstander zien rennen, op zoek naar de bal die van Bosz binnen vijf seconden moest worden heroverd.

Spektakel. Hadden we lang niet meer zien.

Het leek wel of de spelers na al die jaren van breedte- en terugvoetbal als bevrijd weer naar voren renden. Of ze het spel ineens weer leuk vonden. Onder Frank de Boer mochten de spelers zelf bepalen wanneer ze druk zetten, en om de een of andere reden leidde dat steeds vaker tot geen druk zetten. Misschien wel omdat de spelers te veel over van alles moesten nadenken. Van Bosz moeten ze niet te veel nadenken, ze moeten bij balverlies onmiddellijk jacht maken op de vijandelijke verdediger die de bal heeft, gevolgd door het ‘vastzetten’ van diens medespelers in de buurt.
Wordt dit proces voortgezet, wordt het weer amusant in de Arena. In diverse opzichten, want in de tweede helft tegen Olympique zagen we de Cruijffiaanse keerzijde: door vermoeidheid en concentratieverlies ontstonden er reusachtige gaten bij het ‘afjagen’; de Fransen hadden de tijd van hun leven bij al die speelruimte op het middenveld, ze kregen kans op kans.

Het eindigde in 2-2, maar het had net zo goed 4-4 kunnen zijn.

Benieuwd of Peter Bosz, net als voorheen bij Heracles en Vitesse, het proces voortzet in belangrijke wedstrijden. Tegen PAOK Saloniki bijvoorbeeld, komende dinsdag. Een uitslag als 4-4 krijgt het publiek in de voorronde van de Champions League niet vaak voorgeschoteld. Laten we erop hopen. Saaie wedstrijden hebben we deze zomer al vaak genoeg gezien.

Meer leuke content? Like ons op Facebook