Waarom sturen mannen ongevraagde dickpics?

Het eerste interview dat ik ooit deed was met een autistische man die ontzettend van breien hield. Ik sprak hem in de fase dat hij, geïnspireerd door Mondriaan, alleen nog maar primaire kleuren droeg. Tijdens zijn vaste wandeling door een Limburgs bos had hij een wat oudere vrouw ontmoet met dezelfde hobby. Ze raakten aan de praat. Leuk, een breimaatje. Een muze.

Het contact bekoelde toen hij haar truien na begon te maken en identiek gekleed, met een verrekijker in de aanslag, achter haar aanliep in het bos. Toen ze de route liet voor wat het was, waarschijnlijk omdat ze doodsangsten uitstond, maakte hij foto’s van zichzelf gehuld in zijn copycatkostuums en stopte ze bij haar in de brievenbus. Knitpics. Ze moest en zou hem zien. Was het trots? Bewondering? Was het een machtsspelletje? Ging het hem om de intimidatie? Ik heb er geen eenduidig antwoord op gekregen.

In het Gelderse dorp waar ik opgroeide woonde een man die we ‘de vieze meneer’ noemden. Deze bedenkelijke naam kreeg hij nadat we hem eens, ter hoogte van Slagerij Doeleman, met zijn geslacht uit zijn gulp zagen lopen. We zeiden niets, net als die keer, twintig jaar later, dat een man zich stond af te trekken — zijn treurige semi-stijve tussen duim en wijsvinger — in de bosjes naast de vrouwenwc’s op een festival. Een tak met bladeren bedekte zijn gezicht. Sokken in sandalen. Alle vrouwen zagen hem, we keken elkaar aan en bleven verstijfd staan. Waarom toch, in godsnaam, spraken onze gezichten. Pas toen een beveiliger hem afvoerde kwam de schrik en de walging.

Internet en digitale fotografie zijn de droom van de potloodventer. De kans om betrapt te worden is een stuk kleiner en de herkenbaarheid van je gezicht speelt geen rol. Je geslacht kan bijna autonoom door het digitale landschap trekken, op zoek naar vrouwen om achteraan te wandelen. Anders dan bij de potloodventer heeft de zender geen naam meer, maar juist zijn product: de dickpic. Een ontvanger vergeleek het laatst met een kat die trots een dode muis komt brengen. Hij denkt: topcadeau. Jij denkt: haal dat walgelijke ding uit mijn blikveld.

Waarom sturen mannen ongevraagde dickpics? Ik kreeg er zelf maar een, dus vroeg ik het aan schrijver Stella Bergsma, die er tientallen ontving en er een collage van maakte. Een van de zenders stuurde zelfs een verklaring mee: “Hij zei dat hij het niet kon helpen, dat hij me mooi en slim vond en het een geil idee vond dat ik zijn lul zag. Hij bood ook voortdurend zijn excuses aan. Maar ik denk niet dat hij exemplarisch was.”

Is er wel een exemplarische dickpicverstuurder? En zo ja, wat is zijn intentie? Is het een gunst? Is het een versierpoging? Wil hij de gedachte aan zijn piemel opdringen? Wordt hij er geil van? Denkt hij dat vrouwen er geil van worden? Voelt hij zich machtig? Gaat het om de reactie? Gaat het om de vernedering van zichzelf of van de ontvanger? Toen van Chatroulette de nieuwigheid af was, kon je erop rekenen dat een op de zes videochatters zijn piemel voor zich liet spreken. Nee, doe dan maar liever zo’n ouderwetse kogel.

En wie is er ooit mee begonnen? Was de oorspronkelijke dickpic een daguerreotypie? Een polaroid? Albrecht Dürer was in 1509 de eerste westerse kunstenaar die een naaktportret van zichzelf maakte. Egon Schiele schilderde zijn blote knokige lijf begin-twintigste eeuw ook met enige regelmaat. En Yves Saint Laurent liet voor de campagne van zijn herenparfum M7 zijn pénis vereeuwigen. Maar het valt te betwijfelen of ze vervolgens een kopietje bij hun objecten van affectie onder de deur door schoven.

De dickpic, het grootste mysterie van de moderne tijd.