Terugkijken: de 6 hoogtepunten van Zomergast Dyab Abou Jahjah

Wie verwachtte dat de controversiële Libanees-Vlaamse activist Dyab Abou Jahjah in Zomergasten alle ruimte zou krijgen om zijn opvattingen de ether in te slingeren, had het mis. En wie dacht dat Zomergasten geen discussieprogramma kon zijn, zat eveneens fout. De seizoensaftrap met de kersverse presentator Thomas Erdbrink had hier en daar iets weg van een verhoor.

‘Even geen politiek,’ zei Erdbrink tweemaal fel, na het begin van een zoveelste betoog van Abou Jahjah over de staat Israël en zionisme, de stroming die een joodse staat wil oprichten in Palestina. Het warrige taalgebruik Abou Jahjah maakte de eerste aflevering van 2016 niet altijd even toegankelijk en begrijpelijk. Tussen de houten barricaden van het nieuwe Zomergasten-decor bewees Erdbrink (bekend van zijn documentaire Onze Man in Teheran) zijn waarde als interviewer. Maar géén politiek? Dat was natuurlijk gedoemd te mislukken. Ieder fragment was het startschot voor een politiek pleidooi.

1. Moslim, agnost en atheïst
Jahjah groeide op ten tijde van de burgeroorlog in zijn geboorteland Libanon, waarna hij jaren onder Israëlische bezetting leefde. In zijn jeugd vond hij het Arabisch nationalisme. Van huis uit is Jahjah een sjiitische moslim, niet praktiserend, maar over zijn huidige spirituele opvattingen deed hij gedurende de drie uur in Zomergasten nogal tegenstrijdige uitspraken.

Naar aanleiding van een religieus-filosofische dialoog uit de HBO-detective True Detective omschreef Abou Jahjah zichzelf als atheïst, en later als agnost. ‘Een schrijver is iemand die toegeeft dat hij het niet weet, de grote vragen,’ stelt Jahjah, om niet veel later te beweren: ‘Ik kan wel een neiging hebben. Ik geloof wel dat er iets is, meer dan materie. Wat precies? (-) Dat weet ik niet.’

2. Tweede Holocaust
Erdbrink confronteerde Jahjah met een bewering uit een opiniestuk dat hij schreef in NRC Handelsblad, en dan in het bijzonder de passage: ‘Islamofobie is antisemitisme 2.0.’ Angst voor een religie staat gelijk aan de haat voor een volk? Jahjah trachtte zich te verdedigen door homofobie gelijk te stellen aan homohaat, als voorbeeld, maar bedoelde, zo bleek later, te zeggen dat zowel joden toen als moslims nu een ‘kwaadaardige stereotypering’ werden, ‘de bron van alle kwaad’. Later vroeger hij zich hardop af: ‘Moet ik wachten tot ik als moslim iets gebeurt zoals de Holocaust?’

3. Propaganda
Jahjah toonde een fragment van de animatiefilm Waltz with Bashir, waarin de burgermoorden in de Libanese hoofdstad Beiroet door pro-Israëlische militanten in de jaren tachtig zijn gereconstrueerd door de Israëlische filmmaker Ari Folman. Jahjah vindt de visie van de filmmaker, die het perspectief van de dader kiest, ‘totaal cynisch’.

Erdbrink maakt de vergelijking met soortgelijk geweld vanuit de islamitische hoek en vraagt Jahjah of hij zich kan inleven in dat perspectief? ‘Dat interesseert me geen reet.’ Het propaganda-aspect van de film vindt Jahjah maar niks. Op de vraag of hij ooit zou kunnen praten met door hem zo gehate Israëliers zegt hij: ‘Als Israëliërs afstand nemen van probleem: Palestina, dan wil ik met ze praten.’

4. Eerlijkheid
Een indringend fragment dat Jahjah laat zien is een interview met de Canadese schrijver en zanger Leonard Cohen. Cohen zegt hierin niet verrast te zijn toen New York op 11 september 2001 vreselijk werd verwond, en volgt met de onheilspellende woorden: ‘You’re not going to like what comes after America.’

Dit brengt Erdbrink naar een heikel punt uit het cv van zijn gast: 9/11. Dyab Abou Jahjah schreef namelijk ooit ‘zoete wraak’ te hebben gevoeld op die elfde september, en Erdbrink herinnert zijn gast daaraan door een passage voor te lezen uit diens boek. ‘Het Pentagon is geraakt, we lachten naar elkaar,’ draagt Erdbrink voor, om vervolgens te stellen: ‘Ik waardeer je eerlijkheid.’

5. Nare mensen, die racisten
Jahjah vertoont later een fragment uit de documentaire The Pruitt-Igoe Myth over het sociale woningbouwcomplex in Sint Louis, dat werd ontvangen als vakantie-oord voor voornamelijk zwarte Amerikanen en uiteindelijk ten onder ging aan verloedering. Jahjah slaat een bruggetje naar Brussel, de stad waar hij tegenwoordig woont, een smeltkroes van culturen en beruchte broedplaats van moslimextremisme. Niet voor niets, zo merkt Erdbrink op, verlaten oorspronkelijke bewoners de Vlaamse hoofdstad. ‘Dat zijn nare mensen zijn, racisten,’ generaliseert Jahjah. ‘Mensen met alle achtergronden vinden dat ze Brusselaar zijn.’

6. Brel
Jahjah sluit af met een optreden van de chansonnier Jacques Brel, die geboren werd in de wijk waarin hij nu zelf woont: Schaarbeek. In Le Dernier Repas, het laatste avondmaal, bezingt Brel volgens Jahjah de rebellie van de bourgeoisie tegen de heersende macht.

Een strijdvaardige afsluiter van een strijdvaardige eerste gast. De score? 484.00 kijkers, minder mensen dan er naar het RTL-programma Obese en Paul de Leeuws Ranking The Stars keken.

Beeld: VPRO