Vluchtelingen op de Spelen: burgeroorlog is wel wat anders dan Papendal

Een speciaal team doet mee aan de Olympische Spelen. Grover van Sesamstraat is al fan.

Ze zullen waarschijnlijk niet meedoen om de medailles, maar het is op zichzelf als een wonder dat de atleten van het Refugee Olympic Team in Rio de Janeiro aantreden. Een groep gevluchte atleten uit Syrië, Zuid-Soedan, Ethiopië en de Democratische Republiek Congo zullen voor de eerste keer deelnemen aan de spelen als een collectief dat de liefst 65 miljoen vluchtelingen ter wereld vertegenwoordigd. Ze zijn tijdens de Spelen te zien onder de Olympische vlag als vluchtelingenteam.

Ze hebben vaak hun thuisland op een verschrikkelijke manier moeten ontvluchten. De achttienjarige Syrische zwemmer Yusra Mardini is het schoolvoorbeeld hiervan. Tijdens de bootreis van Turkije naar Griekenland met haar zusje Sarah en achttien andere vluchtelingen begaf de motor van hun bootje het. Samen met Sarah en twee medevluchtelingen die konden zwemmen dook Yusra het water in. Drie uur zwemmen achter de boot later en ze kwamen heelhuids aan op Lesbos. Tijdens de Spelen komt ze op de 100 meter vrije slag en de 100 meter vlinderslag uit.

Yusra is slechts een van de tien sporters die een vluchtverhaal met zich draagt. Alle sporters van het vluchtelingenteam verdienen misschien nog wel meer respect dan hun ‘normale’ tegenstanders. Een opleiding op Papendal is namelijk wel wat anders dan een paar jaar oorlog in Syrië. Daarom is de steun van niemand minder dan Grover van Sesamstraat zo belangrijk voor het team. Het kinderprogramma is in Amerika nog steeds toonaangevend en sloeg eind mei de handen ineen met het in 1933 door Albert Einstein opgerichte International Rescue Committee, dat zich inzet voor vluchtelingen wereldwijd.

“Yeah Team Refugee,” besluit Grover zijn ode aan het team. Wat zou het mooi zijn als hele stadions hem na zouden doen. Mijn steun hebben Yusra en consorten.

Hup Team Refugee!