Het geheim van de topcoach

Na het behalen van de gouden medaille op de balk tijdens de Olympische Spelen in Rio, vloog turnster Sanne Wevers haar coach, tevens haar vader, in de armen. Een gezamenlijke overwinning. Hoe word je een topcoach? Vier wetenschappelijk onderbouwde tips, uit het Vlaamse wetenschapstijdschrift Eos.

1. Vergeet discipline en autoriteit
De brulboei als coach heeft afgedaan. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat sporters niet per se beter gaan presteren na een scheldpartij in de kleedkamer. Een autoritaire coachingstijl – en de manipulatie, schaamte en negatieve feedback die daar vaak mee samengaan – kan zelfs een tegenwerkende kracht zijn die de sportieve prestaties en het welzijn van de spelers ondermijnt. Een beetje discipline moet er natuurlijk zijn, maar de sporter moet zich vooral goed voelen bij z’n coach.

2. Bouw een goede band op
Een lange traditie van psychologisch, evolutionair en antropologisch onderzoek wijst op het belang van de band tussen leraar/coach en leerling/sporter. We verlangen allemaal naar betekenisvolle relaties, en dat verlangen kan onze motivatie krachtig aanwakkeren. Leerlingen zijn beduidend minder gemotiveerd om te leren en te ontdekken als ze hun leerkrachten als afstandelijk en onverschillig ervaren. In de sportwereld geldt een soortgelijke dynamiek. Competentie en verbondenheid met de teamgenoten en met de coach hebben een wederzijds versterkend effect op de motivatie.

3. Benadruk het positieve
De band groeit door het positieve te benadrukken. Al te scherpe kritiek kan gevoelens van schaamte en vernedering uitlokken. De beste coaches beginnen zelfs kritiek met een positieve noot. Sporters moeten het gevoel krijgen dat je aan hun kant staat voor het echt kan doordringen wat je zegt. Een Spaans onderzoek toonde recentelijk aan dat het zelfbeeld van sporters in grotere mate bepaald wordt door hoe goed ze denken dat hun coach hen vindt, dan door hoe ze zichzelf inschatten. Sporters willen bovendien het gevoel hebben dat ze dankzij de coach kunnen blijven groeien.

4. Stimuleer autonomie
‘Autonomie-ondersteunende’ omgevingen, waarbij sporters het gevoel hebben hun beslissingen en gedrag in eigen handen te hebben, blijken vruchtbaarder dan meer ‘sturende’ benaderingen, waarbij iemand simpelweg doet wat hem of haar opgedragen wordt. Een Canadese metastudie uit 2003 wees bijvoorbeeld uit dat de intrinsieke motivatie van een sportteam toeneemt bij autonomie-ondersteunend gedrag van de coach: als die het gezichtspunt van de speler erkent, al te controlerend gedrag vermijdt en ruimte laat voor eigen keuzes en onafhankelijk initiatief.

Meer leuke content? Like ons op Facebook