U bent hoog opgeleid? Geef het maar toe: u drinkt

Vanochtend kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met een opmerkelijk bericht. Hoog opgeleiden drinken méér dan laag opgeleiden. En, zo blijkt: des te ouder, des te dorstiger. Onder hoog opgeleide 65-plussers drinkt bijna 9 op de 10 weleens, onder laag opgeleide 65+plussers gaat het om 7 op de 10.

Natuurlijk voelt u zich nog niet in de hoek ‘drinkt weleens’ gezet. Hoe jonger u bent, hoe geloofwaardiger het is als u zichzelf (nog) niet als een (zeer) (matige) drinker beschouwt. Die neiging hebben we per slot van rekening allemaal. Maar de cijfers die het CBS samen met het RIVM en Trimbos Instituut produceerde, geven de 25-plusser geen schijn van kans.

Hoe ouder u bent, hoe meer u drinkt. 15 procent van de hoog opgeleide 65-plussers drinkt overmatig. Bij lager opgeleiden 65-plussers is dat cijfer 10 procent. Maar, als lager opgeleiden drinken, dan zal dat vaker gaan om overmatig alcoholgebruik. 14 procent van hen zegt 21 glazen per week te drinken. Onder hoog opgeleide mensen gaat dat om 11 procent.

En ten slotte: voor vrouwen maakt het opleidingsniveau niets uit. Op jongere leeftijd drinken vrouwen minder dan mannen en ook nog eens minder vaak overmatig. Rond hun 45ste levensjaar neemt de alcoholconsumptie toe. Zodra vrouwen in de leeftijdscategorie 65+ hoogopgeleid zijn, halen ze de mannen bovendien in: 16,1 procent van de vrouwen drinkt in die categorie overmatig, tegen 14,3 procent van de mannen.