Waarom veganisme niet per se het beste is voor onze planeet

Vaak wordt gezegd dat een van de beste dingen voor onze planeet het compleet afzweren van veehouderij zou zijn. Alleen als er al gekeken wordt naar de enorme hoeveelheden methaan die onze uit de klauwen gegroeide veestapel produceert, lijkt het een zeer logische beslissing. Maar de waarheid? Die ligt waarschijnlijk genuanceerder.

Wanneer iedereen op onze planeet opeens een volledig plantaardig dieet zou gaan volgen, zou onze planeet er heel wat beter van worden. We kunnen dan efficiënter voedingsstoffen met een veel lagere global footprint verbouwen. En het is waar: we gebruiken ook ontzettend veel land en grondstoffen om onze vlees-en zuivelindustrieën op peil te houden. Complete regenwouden gaan tegen de vlakte om McDonald’s-koeien te voeden.

Maar een beetje veehouderij blijkt nog niet eens zo verkeerd, zo wijst nieuw onderzoek uit. En terwijl dat  op het eerste gezicht lijkt op vloeken in de veganistische kerk, zit er wel degelijk een redenering achter. Wetenschappers in de Verenigde Staten deden onderzoek naar 10 verschillende diëten en hun impact op het milieu. Het resultaat was verrassend: de veganistische waren niet per definitie beter voor het milieu. Sterker nog: veganistisch leven bleek in sommige gevallen zelfs minder verantwoord dan voedingspatronen waarin wel vlees en zuivel genuttigd werden.

En die resultaten zijn – hoewel opvallend – logisch te verklaren. Volgens de wetenschappers zorgt het houden van vee (met name voor de productie van melk en eieren, maar tot op zekere, niet te extreme hoogte ook vlees) voor een completer gebruik van landbouwgrond. Een zekere mate van veehouderij zorgt voor een grotere biodiversiteit en een gezondere fauna, hetgeen weer ten goede komt van de kwaliteit van de gewassen.

Wel zullen we dan terug naar af moeten, en ons vee vrijelijk moeten laten grazen en met mate vlees en zuivel eten, in plaats van de overconsumptie van dierlijke producten die nu in veel westerse landen plaatsvindt. Sleutelpunt is dus het slimmer gebruik maken van lokale landbouwgrond, en vlees -en zuivelconsumptie te verminderen. Wanneer er dan dierlijke producten gegeten worden is het beter om lokale producten te gebruiken.

Volgens het Amerikaanse wetenschapsteam zijn de resultaten vooral van belang voor ontwikkelingslanden. Want terwijl door (veganistische) milieu-activisten vaak het volledig afzweren van dierlijke producten gepromoot wordt als dé oplossing voor onze planeet, wordt hier vaak naar de overconsumptie van het rijke westen gekeken. Maar in veel andere landen is een dergelijk veganistisch dieet simpelweg geen optie.

Probeer een straatarme Afrikaanse familie maar eens uit te leggen dat ze geen koe of een paar kippen kunnen houden, en voortaan een plantaardig dieet moeten gaan volgen. In de armste landen ter wereld is het houden van dieren dermate essentieel voor de bevolking, en zorgt het voor een inkomen voor zo’n 1 miljard mensen wereldwijd.

Volgens een van de wetenschappers die het onderzoek uitvoerden, dr. Jimmy Smith van het International Livestock Institute, is het ‘te gemakkelijk om veehouderij te demoniseren’, en bieden de resultaten een voedingsbodem voor verder onderzoek. Hij pleit daarom ook voor meer research op het gebied van duurzaamheid binnen deze sector, die ons al eeuwenlang van voedsel voorziet.