De Spelen van de vrouw (en de vriendin)

Tijdens wijlen de Olympische Spelen 2016 werd het nog maar eens bevestigd: de zaak feminiseert helemaal de pan uit. De Volkskrant wijdde er twee nieuwspagina’s aan. Karig, voor het nieuws dat de wereld (‘Die gekke, knotsgekke bol van ons,’ aldus De Mart gister, in zijn laatste commentaaruurtje voor de NOS – maar wij als land beloven hierbij plechtig dat we met z’n zeventienmiljoenen overstappen op de kabelknakker die Mart nog tot het einde der dagen basketbalpotjes vocaal laat omlijsten), de wereld die binnen de Melkweg toch verdomd lang bekend stond als een mannenbolwerkje vol oceanen en pizzadozen, dat die wereld nu begint te hellen naar de vrouw.

Zelf ben ik geen vrouw, maar ik ken er verschillende. Louter toppers. Mijn moeder, natuurlijk, Angela Merkel, Cleopatra en Tess Wester van de handbalploeg, om er maar een paar te noemen.
En dan heb je de vriendin nog. Nou ja: ik heb de vriendin nog.
Ook niet mis.

De Spelen van de vrouw (en de vriendin)
De vriendin was al de hele week lang druk – ze is bezig een permanent Holland House van de grond te krijgen, in de binnenstad van Utrecht, inclusief iedere avond live medaillekansen, Guus Meeuwis en uilenzeik van de tap. Af en toe liep ik haar zo rond Tony Chocolonely-tijd tegen het door de vakantie overdadig opgeladen lijf – ik op weg naar bed, zij op weg naar de bank, voor een nacht topsport. Het was een bitterzoet genoegen, om opeens samen te wonen met iemand die dol is op sport: aan het ontbijt werd de krant opeens anders verdeeld, en zat ik met de gebakken peren van het wereldnieuws, terwijl zij aan haar dieet van zes sportpagina’s per dag begon.
‘Leuk,’ zei ze op een dag – ik geloof dat het de dag van de nederlaag van de beachvolleybalsters was. Maar het kan ook de dag van de zeilplakken zijn geweest.
‘Wat?’
‘Dat je over sport schrijft. Was ik vergeten.’
Ze drukte haar vinger op het papier, precies op de plek van mijn pasfoto boven een minikolommetje over tafeltennis.
‘Dat ben jij toch?’
‘Ja.’
‘Dat doe je helemaal niet onaardig, joh. Leuk man. Ga zo door.’
En daar ging het hoofd weer, kopje onder in een artikel over de toekomst van het Nederlandse waterpolo.
Het is een wonderlijke sensatie als iemand er binnen de context van de conventionele relatie opeens jouw liefhebberij toe-eigent.
(Vergelijk het met je jas die je aan het eind van de avond in het café probeert terug te vinden. Daar ligt-ie, onder 25 andere jassen, onder een tafel, achter de verwarming. Sorry, mag ik even passeren? Ja, dankjewel. Als je aan een mouw trekt, merk je dat er geen beweging in te krijgen is. Een van de poten van de tafel is op eigen initiatief op een stukje van jouw jas gaan staan, waarna drie beren met een kwaaie dronk op die tafel hebben plaatsgenomen. Dan kun je trekken tot je een ons weegt – of tot die drie jongens een ons wegen – of je verlies nemen. Ervaring leert dat het vaak het beste is om dat laatste te doen en op zoek te gaan naar een nieuwe jas.
Trek nu zelf uw eigen vergelijking met bovengenoemde liefhebberij).

Naarmate de Spelen vorderden en de Nederlanders begonnen uit te blinken in de vreemdsoortigste takken van lichaamsbeweging, begon de vriendin mij steeds vaker toe te spreken op de wijze waarop veel van de NOS-analytici zich in Hilversum tot hun Rio-collega’s richtten: ‘Het maakt mij eigenlijk helemaal niet uit dat jij de afwas niet hebt gedaan. Ik ben alleen maar ontzettend trots, dat je hier staat, dat je je laat zien’ zei ze bijvoorbeeld na de kletterpartij van Epke Zonderland. Of: ‘Ik ben tegen iedere vorm van ongelijkheid. Ook bij leggers.’
We begonnen elkaar kortom steeds minder goed te begrijpen. De verkering werd onder druk van de hockey-, volleybal- en handbalvrouwen meer en meer een bloemlezing van een Dilemma-rubriek uit magazines die ik soms mijns ondanks van voor naar achter lees: Mijn partner dwingt mij midden in de nacht te juichen. Ik wil haar graag in haar waarde laten, maar ik wil mijn eigen gevoelens ook niet ontkennen. Wat moet ik doen? Ik heb het gevoel dat mijn partner meer van Sharon van Rouwendaal houdt dan van mij – moet ik dit bespreekbaar maken? Om aan de inhuizige plakkenkoorts te ontsnappen, ging ik zelfs een avondje naar de kroeg – terwijl wij ooit, lang geleden, contractueel hebben vastgelegd dat we dat nooit zullen doen. Maar ach: wat zijn nu drie Desperadootjes met een gouden randje op vrijdagavond als je thuis iemand hebt zitten die een Sanne Wevers-tattoo overweegt? Noem het gerust een vlucht. Dat deed de vriendin ook.
‘Een loservlucht.’ Nou nou.
Haar humeur knapte een beetje op van het Volkskrant-stuk, over vrouwen die bezig zijn de macht over te nemen. Naar mijn commentaar – dat er precies evenveel mannen als vrouwen hadden gewonnen deze Spelen – luisterde ze niet.
Goddank kwam de finish van de Olympische marathon in zicht: de Champions League was al aangezwengeld, de Vuelta begon ook weer; nog even en het was weer Sinterklaas.

Suzanne
Op de slotmiddag – alleen Nouchka Fontijn moest nog ‘knokken’ – keek ik naar Sparta – Go Ahead Eagles. De vriendin dichtte een e-mail aan Humberto Tan, met oog op het Utrechtse Holland House.
‘Ik wil een beetje losjes beginnen, omdat hij dat zelf ook is. ‘Hey Tanmeister’, kan dat, denk je?’
Op het scherm lag een mij onbekende Eagle groggy op het gras. Uit het niets rende plots een jonge vrouw in een scherp gesneden pak als een bankrover over het veld, in de richting van de getroffen speler. Dit, legde de commentator uit, was Suzanne Huurman, Go Ahead-arts.
‘Wauw,’ mompelde de vriendin.

Ze is nu al de hele ochtend bezig met een spandoek. Voorlopige tekst: ‘Come on Suzanne, je bent sneller dan al die ma’.