Zo. En nu Maurits Hendriks op zo’n losers-vlucht

Zondagmiddag won onze laatste troef – Nouchka Fontijn – zilver in de boksfinale. Ze brengt daarmee het medaille-totaal voor Nederland op 19. Dat is er eentje minder dan vier jaar geleden in Londen. Nog voor dat Nouchka uitgebeukt was, trok Maurits Hendriks de aandacht al weer naar zich toe. Hij is teleurgesteld.

He better be. Maurits Hendriks heeft tijdens deze Spelen een hoofdrol opgeëist voor zichzelf. Bij de besluitvorming zijn ongetwijfeld meer bobo’s betrokken geweest, maar als chef de mission droeg hij de eindverantwoordelijkheid voor het wegsturen van Yuri van Gelder en de losers-vluchten.

Maurits Hendriks zegt voortdurend het groepsbelang voor ogen te hebben gehad. Maar van groepsdynamiek heeft hij weinig begrepen. Want in de reconstructie van wat zich rond Yuri van Gelder afspeelde, wordt duidelijk dat een paar haantjes, hysterisch Yuri’s trainer volgend, tot een besluit kwamen waarvan heel Nederland nu nog niets snapt. Pure groepsdynamiek, en Hendriks had die moeten zien en moeten ingrijpen.

Vandaag geeft hij zelf aan dat het besluit over de losers-vluchten al veel eerder was genomen, ‘na veel gesprekken met trainers en staf’. Weer zo’n groepje waarin geen sporter is gehoord. Zo goed als ook Van Gelder nauwelijks blijkt te zijn gehoord.

Hoewel de problemen die er voor de opening al waren toen direct werden weggewuifd valt Hendriks nu opeens terug op ‘de omstandigheden op de wedstrijdlocaties, de huisvesting en de eetzaal waren verre van optimaal, evenals het transport’.

Dat we minder medailles hebben behaald dan in Londen en dat veel gedoodverfde medaille-winnaars het niet waarmaakten, is één ding. Maar dat, ook zonder de sporters, het clubje rond Maurits Hendriks het draagvlak voor de Nederlandse olympische organisatie hebben weggeslagen, dat is het echte verlies.

Intussen stond het publiek zondagmiddag op Lowlands op de banken voor Yuri van Gelder, het dak ging eraf. Als we de ‘Lord of the Rings erepenning’ meetellen die hij daar kreeg, komen we toch nog op gelijke hoogte met Londen.

Hans van Brussel