In voetbal, die doorgesnoven volkssport, schuilt de olympische gedachte wél

De Olympische Spelen zijn alweer haast vergeten, gelukkig maar. Over een maand herinneren we ons alleen nog enkele hoogte- en dieptepunten en onder de kerstboom zullen ons weinig meer dan de woedend tegen het tartan gesmeten Nikes van Dafne Schippers te binnen schieten. Wat een vreugdeloos sporttoernooi was dat en wat mooi dat we ons weer gewoon kunnen overgeven aan voetbal. ’s Werelds populairste sport kent vele problemen, zowel in als buiten het veld, maar je kunt er tenminste met opgeheven hoofd verliezen.

Na twee weken Rio is de ruwe, ordinaire omgeving van het voetbal een regelrechte verademing. We zijn weer terug in de wereld waar een trainer kan zeggen: ‘We hebben verloren, maar we speelden goed en volgende week zullen we beter zijn.’ Hier geen kakkineuze bobo’s met zakjapanners en in iedere zin het woord targets. Hier geen zelfingenomen voormalige hockeycoaches als Maurits Hendriks die gloriëren als chefs de mission met termen als investeringen, efficiency en output. In voetbal — ja, in die doorgesnoven volkssport met zijn belachelijke salarissen en zielig-ijdele iconen — vind je tenminste nog iets van de olympische gedachte.

Die kom je bij de olympiërs niet vaak meer tegen, zeker niet bij de Nederlandse; daar is het oude ideaal van meedoen als een hoger goed dan winnen al lang een lachertje. Onze winnaars van zilver zaten er terneergeslagen bij — hoe idioot wil je het hebben? Ook Maurits Hendriks zit nu totaal in de put omdat het aantal medailles hem iets tegenviel; dat sommige sporters mogelijk de tijd van hun leven hebben gehad, doet niet ter zake.

Juist onze grootste heldin Dafne Schippers lijkt — afgezien van haar fysieke malheur — te obsessief bezig te zijn geweest met goud, en te weinig met plezier in sport. Haar passie voor de meerkamp ruilde ze in voor de sprint, uitsluitend omdat de honderd en tweehonderd meter meer glorie en hogere sponsorcontracten kunnen bieden. Het gevolg was te veel spanning toen het erom ging. Elaine Thompson was haar lachend de baas.

Totale overgave zonder plezier leidt op de lange termijn tot niets, maar dat hoef je Maurits Hendriks niet te vertellen. De chef de mission stelt altijd weer hogere eisen, want ‘tevredenheid is nooit een woord dat ik over mijn lippen krijg’. Mijn God.

Ik ga de over hun clichés buitelende voetbaltrainers en -directeuren niet in bescherming nemen. Maar die kunnen gelukkig wel eens tevreden zijn na een tegenvallend resultaat. Omdat ze van ‘het spelletje’ houden. Het vaak aanstellerige, door te veel commercie omgeven spelletje. Maar het is een leuk spelletje en het leidt wereldwijd tot volle tribunes. En ook dat konden we van Rio niet zeggen.