Antihokjesman Kuzu zou zich simpeler moeten uitdrukken

Met een gestrekt been opende Paul Witteman het nieuwe politieke jachtseizoen in Buitenhof. Zijn eerste gast was Tunahan Kuzu, voorzitter van Groep Kuzu/Öztürk, voorman van DENK en een man met een nogal complexe boodschap.

Glimlachend en op een schoolmeesterstoontje ventileerde Kuzu zijn onvrede aan tafel bij Witteman: in Nederland worden mensen onnodig in etnisch-culturele hokjes gestopt (noem hem: de antihokjesman), er wordt gediscrimineerd bij de vleet en de reacties op de mislukte staatsgreep in Turkije in de Tweede Kamer kwamen te laat of waren te lauw. Een nogal negatieve houding, constateerde Witteman, is er dan niets om trots op te zijn? ‘Ik ben zeker trots op Nederland,’ opperde Kuzu. Waar die trots begon en ophield, kon hij niet vertellen.

De politieke vereniging DENK wil dit verkiezingsjaar een grote rol gaan spelen in Den Haag. De club is niet links en niet rechts, want, zo stelt Kuzu, ze zijn bij DENK niet van de klassieke dogma’s van de vorige eeuw. Als Kuzu – zijn partner Özturk en hij begonnen hun landelijke politieke carrière bij de PvdA – zijn politieke beweging een label moet geven, dan dat van idealistisch pragmatisme. ‘Toe maar,’ stelde Witteman cynisch.

Tunahan Kuzu keurt niet alleen hokjesdenkerij af, hij verwerpt tevens de versimpeling van ingewikkelde problematiek, zoals hij veel ziet gebeuren in de politiek en de media. Zodra interviewer Witteman hem bevraagt naar zijn positie in het politieke conflict in vaderland Turkije (waarin, simpel gezegd, Erdogan-aanhangers lijnrecht tegenover Gülen-aanhangers zijn komen te staan), roept Kuzu: ‘Simplificatie!’. Er volgt een wat onbegrijpelijk verhaal over de sentimenten onder de Turkse bevolking, en Kuzu meldt een identiteitscrisis te hebben als gevolg van de Turkse spanningen.

Wellicht kan de DENK-voorman zijn verhaal de volgende keer simpel houden, voor de begrijpelijkheid. Hokjes zijn soms zo gek nog niet.