Racisme en seksisme floreren op de Nederlandse academie

Vraag iemand een wetenschapper te tekenen, en de kans is groot dat er een witte man met grijs haar in een witte jas op papier verschijnt. Dit stereotype is een van de oorzaken van de systematische achterstelling van vrouwen en niet-blanken aan de academie. ‘Een zwarte vrouwelijke Nederlandse hoogleraar is een oxymoron.’

Twee vrouwelijke professoren staan te praten op een bijeenkomst voor hoogleraren waar vooral grijze heren rondlopen. Ze bevinden zich toevallig in de buurt van een tafel waar stropdassen worden verkocht. Een van de heren stapt enthousiast op hen af en vraagt: “Zijn jullie van de stropdassenverkoop?”

Op een congres wisselen een vrouwelijke promovendus een mannelijke collega ervaringen uit over veldwerk in verre oorden. Een mannelijke tafelgenoot onderbreekt het gesprek en vraagt de promovenda: “Kun jij dat wel? Zo helemaal alleen onderzoek doen in het veld daar? Kun je dat écht? Knap hoor! En wat vindt je man ervan?”

Er heeft een promotie plaats en de voorzitter van de promotiecommissie is een vrouw. Een van de copromotors komt binnen, wordt aan haar voorgesteld en zegt: “Fijn dat er een vrouw aanwezig is om te zien of mijn das goed zit!”

Gewoon een paar voorbeelden van alledaags seksisme in de academische wereld. Sommige mensen zullen deze opmerkingen wegwuiven als ‘niet slecht bedoeld’ of ‘onhandig’. Maar ze zijn exemplarisch voor een groter en diepgeworteld probleem: vrouwen krijgen in de wetenschap nog steeds niet dezelfde kansen als mannen.

Renate van der Zee