Hedy d’Ancona: ‘Erdbrink ging echt over de schreef’

Zich mogelijk van geen kwaad bewust, vroeg Zomergasten-presentator Thomas Erdbrink aan zijn derde Zomergast Hedy d’Ancona of zij, nadat haar partner Aat Veldhoen in 2004 een hersenbloeding kreeg, een euthanasiepil had overwogen voor Veldhoen. Ruim twee weken na de uitzending veroordeelt d’Ancona die vraag: ‘Daarmee ging hij echt over de schreef.

‘Ik had het in het programma aldoor over dat wij mensen over ons eigen lijf mogen beslissen,’ vertelt oud-minister d’Ancona, in gesprek (hier op Blendle) met showbizzblad Privé. ‘Wij alleen hebben zeggenschap over het begin van ons leven en het einde. Moet ík dan tegen die man die daar voor pampus ligt zeggen: doe je mond eens open? Die Thomas durfde niets te vragen en als hij dan wat vraagt, heeft hij het bij het verkeerde eind.’

Het gesprek, waarin d’Ancona’s relatie met chansonnière Adèle Bloemendaal (Bloemendaal kampt al even met een slechte gezondheid) centraal staat, veroordeelt d’Ancona de interviewvaardigheden van Thomas Erdbrink in Zomergasten stevig: ‘Ik kreeg de indruk dat hij het te makkelijk heeft opgevat. Die jongen is een goede journalist, schrijft voor de New York Times, maar iemand interviewen is iets heel anders. Of hij zijn excuses heeft aangeboden? Nee, hij had niet eens in de gaten dat hij iets raars had gezegd. Bovendien is hem aangeraden geen kritieken te lezen. De volgende dag zat hij alweer in het vliegtuig naar Ibiza samen met zijn vrouw. Even tussendoor. Ik denk dan: Je moet toch weer hard werken aan de volgende uitzending?’

De vraag stelde Erdbrink in een betoog over euthanasie en zelfbeschikking van d’Ancona, naar aanleiding van een fragment uit de TROS Aktua-reportage Zij moet eerst uit 1984, over de Nederlandse geoloog Rein van Bremmelen en zijn rol in de zelfgekozen dood van zijn vrouw. D’Ancona stelde op basis van die voor haar zo indrukwekkende beelden: ‘Ik vind het niet naar om oud te zijn, ik vind het eigenlijk wel leuk. Maar het zou nog leuker zijn als ik wist dat ik zélf kon aangeven wanneer ik er genoeg van had. En wat daar voor nodig is: dat kan ik niet zeggen.’