Wat als we onszelf door alienogen konden bekijken

Eerder deze week las ik op Observer een opwindend ruimtenieuwtje. Wetenschappers hebben een signaal opgevangen dat uit de richting van een 6,3 miljard jaar oude ster van het sterrenbeeld Hercules lijkt te komen. Die ster heeft wel wat weg van onze zon, heet HD164595 en staat op 95 lichtjaar van de aarde af. In ieder geval één planeet cirkelt eromheen.

Een van de mogelijke verklaringen voor het signaal is het bestaan van een beschaving die veel verder ontwikkeld is dan de onze. Ik had net een sciencefictionfilm gekeken dus ik was er helemaal klaar voor. Nieuwsberichten waarin het een en ander genuanceerd en gedownplayd werd las ik uiteraard niet. Een extra spannend detail was dat de Russen het signaal in mei vorig jaar al opvingen, maar het geheimhielden voor de internationale ruimtegemeenschap.

Buitenaards leven. Intelligent buitenaards leven zelfs. Waarschijnlijk zouden ze met hun ogen rollen als ze die konkelende mensheid in de weer zouden zien, een beetje zoals ik vol minachting naar een ogenschijnlijk zinloos krioelende groep mieren kan kijken. Ik stelde me voor hoe een afgevaardigde hoofdschuddend neer zou strijken op onze piepkleine planeet waar we elkaar de hersens inslaan om een spotprent, Boer zoekt vrouw kijken, waar westerse millennials zwelgen in westerse millennialproblematiek en mannen met bewijsdrang op hun vijftigste een motor kopen. Wat zouden we ons belachelijk voelen als we eens door die pientere alienogen naar onszelf konden kijken.

Tot die tijd — ik weet verder eigenlijk niets van de ruimte of van lichtjaren en hoe lang zo’n reis ongeveer moet duren — kunnen we bij 3LAB zien hoe bespottelijk onze soort is. Het jongere, experimentelere broertje van NPO3 heeft sinds kort een nieuwe webserie genaamd Infantilio, waarin kinderen met sketches onze maatschappij parodiëren. Dat klinkt afschuwelijk maar is in veel gevallen erg vermakelijk.

Neem nou de obsessie met gezonde voeding en van die vrouwen die elkaar af proberen te troeven met hun Rens Kroes-approved lunchtrommeltjes. Een jong meisje, uitgedost als keurig dametje, roert opzichtig gojibessen en chiazaad door haar sojayoghurt. “Superfoods,” zegt ze triomfantelijk tegen een collega die naast haar op een bankje in het park zit. Die trekt vervolgens een flinke pluk gras uit het gazon, stopt het tussen haar boterham en werpt haar buurvrouw een superieure blik toe. “Maar ik snap dat dit een beetje te ver gaat voor je hoor.”

Of partners bij een advocatenkantoor die ondanks hun gelukkige huwelijken een affaire overeenkomen: “We zijn succesvolle mensen in de kracht van ons leven. We willen toch het perfecte plaatje? Het hoort er nu eenmaal bij.” Twee bronstige ballen die bij de koffieautomaat op staan te scheppen over hun zoontjes Wolf en Sem. “Maar hij krijgt het ook steeds drukker met de vrouwtjes hoor.” “Wolf ook, die komt elke dag onder de lippenstift thuis. Echt snoeilekkere wijven.” Kinderen die een passief-agressief, gescheiden stel op een ouderavond naspelen, of een nog net niet gescheiden stel bij de relatietherapeut. “René raakt me niet meer aan. Dit bedoel ik nou. Zie je wel? Niet te leven met die kerel.”

Hartstikke leuk natuurlijk, maar dat we een stel tienjarigen nodig hebben om in te zien dat we eigenlijk nogal kinderachtig zijn, daar moeten we misschien eens over praten. Wel handig om dat te doen voordat die ruimteknakkers komen.

Beeld: VPRO