Een regen van knuffels en de herinnering aan Brad Jones

De wedstrijd is 26 minuten onderweg als de Zimbabwaanse aanvaller Benjamin Mwaruwari van Blackburn Rovers dwars door de verdediging van Liverpool dribbelt. Hij nadert het Liverpool-doel. Alleen keeper Doni – die de geschorste Pepe Reina vervangt – kan hem nog tegenhouden.
Heel Ewood Park richt zich verwachtingsvol op.
Mwaruwari zwenkt naar rechts, Doni valt dezelfde kant op.
Dan komen de Zimbabwaanse benen een Braziliaanse borstkas tegen. Mwaruwari stort ter aarde en Doni weet hoe laat het is.
Heel Ewood Park schreeuwt.
Penalty en rood.
In de dug-out van Liverpool stoot iemand Brad Jones aan.
‘Je moet.’

Gisteren, tijdens Feyenoord – ADO Den Haag, moest ik opeens aan die wedstrijd in het voorjaar van 2012 denken. Blackburn – Liverpool. Ik had het fragment al eens eerder bekeken, toen ik voor het eerst een artikel las over Brad Jones. Hij speelde toen net voor NEC. De inhoud van dat stuk zou ik niet licht meer vergeten.

Een halfjaar voor die wedstrijd in april 2012 had Brad Jones nog nooit in het eerste van Liverpool gekeept. Hij was er derde keeper, gekocht voor zeldzame noodgevallen. Dit was er zo een. Een noodgeval.
Over noodgevallen hoefde je Brad Jones die tijd al niets meer te vertellen.

Iejoor
In de twaalfde minuut van Feyenoord – ADO begon het opeens applaus te hagelen in de Kuip. Het duurde even voor de camera’s wisten waar ze op moesten scherp stellen. Er was iets aan de gang in het uitvak, daar waar de ADO-fans als groen-gele kistkalveren loeiden en naar de wedstrijd keken. Meestal als de camera’s scherp stellen op een supportersvak is dat omdat er geknokt wordt, gescholden wordt of omdat er een meisje met een decolleté tot aan het thuisstadion is gesignaleerd.
Dit keer was er wat anders aan de knikker. Goddank.
Uit het ADO-vak werden honderden knuffels gegooid. Stoffen beesten. Honden, apen, ijsberen, zeehonden, leeuwtjes, koala’s.
Normaal gooien ze bier naar beneden.
Overal door het stadion verspreid zaten de kinderen voor wie die knuffels waren bedoeld. Zieke kinderen. Opvallend kleine kinderen. Bleke kinderen. Kale kinderen. Kinderen met een infuus. Kinderen met wie op het eerste gezicht niet veel aan de hand leek – maar dan ook alleen op het eerste gezicht. Kinderen die patiënt zijn in het Sophia Kinderziekenhuis.
Dat woord alleen al… Kinderziekenhuis. Taal is iets ingewikkelds; bij het woord tafel stelt iedereen zich een andere tafel voor. Zelfde geldt voor kinderziekenhuis. Iedereen denkt en voelt daar wat anders bij. Het gevoel dat dat woord met zich meetorst, is daarentegen voor iedereen hetzelfde. Zieke kinderen spelen in de Champions League van verdrietige dingen. Het liefst zou je willen dat voetbalsupporters (nou ja: gewoon alle mensen) voor alle vormen van verdriet zoveel compassie konden opbrengen als voor zieke kinderen, maar empathie valt te trainen, en ieder hoopvol begin is er een.
Even later lag naast de dug-out van Feyenoord een pluchen Iejoor.

Elf van de kleine patiënten die daartoe in staat waren liepen ieder met een speler van Feyenoord het veld op. Een kind aan de hand van Kuijt, eentje aan de hand van El Ahmadi en ook een kleine hand in de Australische kolenschop van Brad Jones.
Brad Jones kwam deze zomer naar Feyenoord om er de geblesseerde Kenneth Vermeer te vervangen. Zo werd Brad Jones eerste keeper, voor zo lang als het duurt.
Vijf jaar geleden was de zoon van Jones en zijn vrouw Dani, Luca, ernstig ziek. Leukemie. Op internet staan fotootjes van Brad en zijn zoon. De grote keeper, mondkapje voor, hangend over een ziekenhuisbed waarin een petieterig jochie ligt. Luca lacht, of grimast.
Luca Jones stierf op 18 november 2011. Hij werd vijf jaar.
Daarom dacht ik gisteren, in die twaalfde minuut, aan Brad Jones en aan Blackburn – Liverpool van 10 april 2012.

Terwijl Doni zich uit de voeten maakt, trekt Brad zijn trainingspak uit. Handschoenen aan.
De bal ligt al op de stip.
Blackburns topscorer Yakubu, een tank van een vent, staat klaar.
Brad Jones neemt plaats op de lijn. Dit is zijn debuut, zijn eerste echte wedstrijd sinds 18 november 2011.
Op de bank van Liverpool kijken Kuijt, Suarez en Gerrard elkaar aan. In hun ogen staat bezorgdheid te lezen.
Yakubu neemt een aanloop. Schiet.
Met de binnenkant van de voet duwt hij de bal naar de linkerhoek.
Brad Jones is al die kant op aan het vallen. Hij zuigt het leer naar zich toe en klemt het tegen zijn borst.
Als hij opstaat, wijst hij met een vinger naar de hemel.