De EU piept en kraakt, maar Tusk vraagt om eenheid

In de Slowaakse hoofdstad Bratislava komen deze week de leiders van de landen van de Europese Unie bij elkaar, de Britten voor het eerst schitterend in afwezigheid. Een bijzondere top, in het leven geroepen als een poging om de crisis na de Brexit te beslechten. Voorzitter van de Europese Raad Donald Tusk roept op tot eenheid, maar die lijkt verder weg dan ooit.

Als meest recente voorbeeld van de op scherp staande verhoudingen is daar het voorstel van de Luxemburgse minister van Buitenlandse zaken om Hongarije (tijdelijk) uit de Europese Unie te zetten, omdat de Hongaarse behandeling van vluchtelingen ‘erger dan die van wilde beesten’ zou zijn. Vervolgens zette Hongarije de tegenaanval in, door Luxemburg er nog maar eens fijntjes op te wijzen dat grote bedrijven het landje maar wat graag gebruiken als lucratief belastingparadijs.

Dit wederzijdse moddergooien zorgt voor weinig besluitvorming, in een volgens Tusk cruciale tijd voor de Unie. De informele top moet daar wat verandering in brengen. In het kasteel van Bratislava praten de Europese leiders over een aantal punten waar enige hoop op eenheid in is te vinden, zoals het tegengaan van de terroristische dreiging en het bewaken van de grenzen.

De hoop, tijdens de top in Slowakije, is gevestigd op kleine symbolische overwinningen, zoals het uitvoeren van het plan om 200 extra grensagenten in te zetten bij de Bulgaarse grens. Maar de recente Brexit heeft de EU danig door elkaar geschud, een gevolg dat volgens Tusk, in een recente brief aan de EU-leiders zeker niet ontkend moet worden. Volgens hem is het naïef om te denken dat het een specifiek Brits vraagstuk was, en beschreef hij het als ‘een wanhopige poging om de vragen te beantwoorden die miljoenen Europeanen zich al jaren stellen’.

Volgens Tusk rust er dus een enorme taak op de schouders van Europese leiders om de inwoners van de EU weer gerust te stellen en om eenheid te creëren binnen het beleid. Het is maar de vraag of dit lukt, want zoals voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker het dit jaar in zijn State of the union stelde: ‘Solidariteit moet vanuit het hart komen, en kan niet worden opgedrongen’.

We zullen het zien.