Smelten voor Nathan Rutjes

Wist ik dus niet: onder dit huis-, tuin- en keukeninternetje waarop u dit nu allemaal leest, zit een ander internet, een peilloos diepe schaduwboekhouding van de hackers en zagers, de pornograven en –baronnen en Alexander Klöpping, die ze daar The Klöpgeest schijnen te noemen – maar dan in eentjes en nulletjes. Daar lust ik wel Brinta van, van dat soort reservewerelden. Wat dat betreft ben ik zo religieus als Franciscus van Assisi, al geloof ik niet in een hemel vol harpjes en dooie huisdieren, maar in een zeebodem vol afschuwelijke monsters (en waarom is Loch Ness eigenlijk nooit grondig onderzocht? Nou?!) en in een door Murakami, Tolkien en Maik de Boer ingericht parallel universum, inclusief hobbits, een Duckstad waar je een betaalbaar huis kunt krijgen en een dubbelganger voor ieder van ons. In die wereld draag ik mijn haar opgeschoren met een mat vanachter en wordt iedere dag verplicht afgesloten door vijf minuten verplicht luisteren naar Nathan Rutjes.

Kleine tip: laat je partner nooit een Nathan Rutjes-interview kijken zonder begeleiding.

Nathan in huis
Ik dacht dat het geen kwaad kon. Ik dacht een paar weken geleden gewoon: ik stuur eens een leuk filmpje door. (Je moet rekenen, lezer: ik zit ook maar de hele dag thuis, aan een schrijftafel die ooit heel veel geld waard wordt, voeten aan de stoelpoten gebonden, prop van een mislukte column in de mond en een briljante beeldspraak zoemend door de kamer als een zoemkampioen in de kwartfinales van de Europese zoemkampioenschappen. En altijd in m’n uppie, voor jullie lol – Robinson Crusoe op een eiland van lollige stukjes. Dus als je dan een geinig filmpje ziet passeren, ja, dan stuur je dat door, ja. Een beetje menselijk contact. In godsnaam).
Op dat filmpje werd Nathan Rutjes geïnterviewd op een rode loper. Hij kreeg een prijs, geloof ik, maar daar ging het niet om. Het ging om Nathan (spreek uit: als het programma dat na RTL Late Night wordt uitgezonden) zelf.
Nathan Rutjes is een prijs op zich. Dat begint bij zijn houding, met een dun lichaam dat heen en weer wappert op het ritme van zijn levensvreugde. Dan heb je dat gezicht, dat straalt als een ouwe kolenkachel en dat meer lachrimpels telt dan de clubgeschiedenis van FC Oss minder geslaagde seizoenen, met daarboven de kroon op het werk: een kapsel uit de diepste krochten van de fantasie van een psychotische drop-out van een hbo-opleiding graphic design.
Bovendien zegt Nathan Rutjes allemaal lieve, ware dingen en doet-ie allerlei tofs voor de samenleving – naast het in stand houden van zijn kapsel, bedoel ik.
Dus ik dacht: dat kan de vriendin wel waarderen. Vergeleken bij Nathans haar is mijn kapsel een drooggevallen sloot, en ik kan lang niet zo goed voetballen en erg veel lieve dingen doe ik ook al niet. Het minste wat je dan kunt doen, als onaardige kruk met haar van niks, is af en toe eens een filmpje doorsturen.
Dat was een week of twee geleden.

Sindsdien woont Nathan Rutjes bij ons in huis. Zo lijkt het tenminste; zijn zoetgevooisde stem schalt hele avonden door de boxen.
‘Ik geniet van elke seconde.’
‘Dankjewel.’
‘Ik ben trots.’
‘Dankjewel.’
‘Ik heb nog nooit een kostuum gedragen, joh.’
‘Dankjewel.’
‘Dit is toch schitterend?’
‘Superbedankt.’
Zo ging dat, de hele dag door. Het huis wekenlang een warm bad. De vriendin kon er geen genoeg van krijgen. We hadden ons zo verheugd op het vervolg van Cold Feet en nu zaten we iedere avond naar de rechtsback van Roda JC te kijken.
‘Kijk nou,’ zei ze dan, ‘dat haar beweegt gewoon onafhankelijk van de rest van zijn hoofd.’
‘Jaja.’
‘En hoor nou toch wat ie zegt. Dat is toch prachtig, dat is toch ontroerend. Zo’n jongen, toch. Je zou ‘m toch.’ Die laatste zin maakte ze maar niet af. Ik heb ook gevoel. Had ik haar destijds maar Nathans Instagram-account doorgestuurd – zelfde aandoening, zonder geluid. Het was zijn bedoeling natuurlijk niet, maar Nathan Rutjes was bezig uit te groeien tot de koevoet die onze lang geleden in het slot gevallen verkering kon openwrikken. Ik probeerde zelfs even een hekel aan hem te ontwikkelen, maar dat bleek onbegonnen werk.
Bijkomend probleem: de vriendin begon als Nathan te spreken. Als ik haar vanaf de bank toeriep dat ik zo onderhand wel eens wat te eten zou lusten, antwoordde ze dat ze dankbaar was dat ze voor mij mocht koken. En toen de huisbaas drie dagen het warme water afsloot om ons keukenkastje te repareren, zei zij dat ik niet zo streng moest zijn, omdat zo’n man ook zijn best doet. Onder de geestelijk leiding van Nathan Rutjes was ze softer dan het softste softijs geworden.
Een ding is zeker: Boeddha zelf zou al lang uit zijn vel gesprongen zijn.

Plasje
Zaterdagavond was Nathan weer op tv. Zijn ploeg had zojuist met 0-3 verloren, vooral dankzij twee gladiolen die rood hadden gekregen omdat ze de scheidsrechter hadden uitgekafferd.
‘Nu gaan we het krijgen,’ zei ik tegen de vriendin. ‘Nu gaat hij helemaal uit z’n stekker.’ (ik weet hoe vervelend ze die uitdrukking vindt – de nagels-over-het-schoolbord onder de uitdrukkingen, noemt ze het).
Maar Nathan Rutjes lachte alweer als vanouds. Hij legde uit dat het zinloos was om boos te zijn, want het resultaat was niet meer te beïnvloeden. Daarna zei hij dat zijn medespelers dat heus niet expres deden. Dat hij vergevingsgezind was, een woord dat hem zelf leek te verrassen.
De verslaggever was even stil. Je zou van minder positiviteit uit balans raken.
Maar wat vond Nathan dan van de scheidsrechter?
‘Die man doet ook hartstikke zijn best,’ zei Nathan Rutjes.
En toen pas begreep ik het. Het leek soft, wat Rutjes zei. Het leek zelfs krankzinnig. Misschien komt dat door dat kapsel, of door die honingtoon in zijn stem, of door het feit dat rechtsbacks van Roda sowieso een nogal hoog cultgehalte hebben. Maar dat wat hij zei, was gewoon waar. Kennelijk was ik niet meer gewend aan mededogen, aan vriendelijkheid, aan een vorm van intelligentie die het ‘hoog druk zetten’ of ‘bijtijds inzakken’ overstijgt. Een instelling die zich onderscheidt dan het ‘er vanaf de eerste minuut bovenop zitten’. Wist ik niet meer wat ik aan moest met een kamerbrede grijns die niet het eigen succes behelst, maar een aanstekelijk plezier in het leven.
Toen het interview afgelopen was, bleef het een paar minuten stil. Tot ik zei: ‘Zullen we het anders gewoon nog een keer kijken?’
Naast me bleef het stil. Ik keek opzij. Op haar helft van de bank lag alleen nog een plasje.
De vriendin was gesmolten.