Waarom dit referendum in Bosnië-Herzegovina desastreus kan aflopen

Het huidige Bosnië en Herzegovina kreeg in 1995 vorm door de Dayton-akkoorden. Het land zou voortaan bestaan uit twee entiteiten, die een hoge autonomie genieten. Een van die entiteiten is de Servische Republiek, of: Republika Srpska, niet te verwarren met buurland Servië.

De Republika Srpska (RS), het gebied van de Bosnische Serviërs, was altijd al ontevreden met de vredesbepalingen die in Dayton gesloten werden, en gaat nu een referendum uitschrijven. En in het voormalig Joegoslavië brengen referenda zelden iets goeds. Tijdens de oorlogen in de jaren negentig waren het vaak de referenda die de precaire situatie lieten ontploffen. Sterker nog: sinds 1990 zijn er in alle zeven verschillende republieken van het voormalig Joegoslavië referenda gehouden, en alleen de laatste (in 2006 in Montenegro) bereikte wat op papier bij alle referenda het doel was: afscheiding zonder bloedvergieten.

Desastreus
Gezien de recente geschiedenis is de angst voor onafhankelijkheidsreferenda in dit deel van Europa dus redelijk gegrond, en dat is ook een troefkaart die de Bosnische Serviërs al jaren hanteren. De huidige president van de Republika Srpska, Milorad Dodik, blinkt uit in separatistische retoriek, en tart openlijk het nationale gezag in de hoofdstad Sarajevo. Maar die jaren van blufpoker lijken voorbij, want op 25 september gaan de inwoners van de Republika Srpska hun stem uitbrengen in een referendum dat betrekking heeft op het wel of niet mogen vieren van de nationale dag van de Republika Srpska, op 9 januari.

En dat kan in Bosnië en Herzegovina desastreuze gevolgen hebben, want een voor Sarajevo negatieve uitkomst tart het nationaal gezag. De twee vredige decennia zijn volgens enkelen een zeldzaam succesverhaal, volgens anderen, – onder wie Dodik en de zijnen – is Bosnië-Herzegovina een frozen conflict in een gefaalde staat. Een voor de Serviërs positieve uitkomst van het referendum geeft de Servische Republiek de macht om het centrale gezag, waaronder belangrijke instanties als het hooggerechtshof en de belastingdienst niet te erkennen en orders en dagvaardingen te negeren, met alle mogelijke gevolgen van dien.

De Russen
Maar hoewel er bij dit soort gebeurtenissen op de Westelijke Balkan altijd een parallel getrokken wordt met de oorlogen van de jaren negentig, zijn er wel degelijk zaken veranderd sinds die tijd. Een belangrijk verschil is de positie van buurland Servië. Dat land voert al een paar jaar een pro-EU-koers, en is recent begonnen met het invullen van een aantal punten op de agenda die nogal gevoelig liggen in het land, zoals een normalisering van de relatie met Kosovo, dat door Servië nog steeds gezien wordt als een opstandige provincie.

Het te hulp schieten van Belgrado van de Bosnische Serviërs – zoals in de jaren negentig gebeurde – zit er dit keer dus niet in. De Servische regering zou daarmee al haar kansen op EU-lidmaatschap verspelen. Het standpunt van de regering in Belgrado is dan ook officieel neutraal. Echter is er wel nog een andere speler op het toneel verschenen, die hier en daar ook wat opschudding veroorzaakt. Poetins Rusland heeft te kennen gegeven volledig achter het referendum te staan.

De inmenging van de Russen in dit gedeelte van Europa is niet geheel toevallig. De Balkan behoort volgens Moskou tot haar invloedssfeer, en de recente toetreding van Montenegro tot de NAVO en de Europese koers van Servië dwingt Poetin om te zoeken naar andere vrienden in het gebied.

Het is maar te hopen dat al deze buitenlandse inmenging niet leidt tot nieuwe escalaties.