Dat wordt minder bier drinken voor de Nederlandse student

Een forse koopkrachtdaling voor studenten ligt op de loer volgend jaar. Dat worden minder biertjes, als je het praktisch bekijkt. Maar er is een meer zinvolle oplossing.

De dinsdag door Jeroen Dijsselbloem afgeleverde begroting kan worden gezien als een positieve begroting. Nederland is immers ‘definitief’ uit de crisis. De financiële krimp is omgebogen tot een groei van 1,7 procent en het overheidstekort is gedaald van 5 procent tot een halve procent. Kortom, feest! Al bevat het koffertje weinig reden tot een bacchanaal voor de studerende Nederlanders. Toegegeven, er zijn wat slingers als een bijdrage aan beter onderwijs, het eerder op deze website besproken Leven Lang Leren krediet en een experiment rond flexstuderenEr zijn geen structurele plannen. Al heeft het ‘versterken van het financieel bewustzijn van studenten’ de komende jaren wel voorrang.

Mea culpa. Een gemiddelde student heeft het imago van een bierdrinkende lambal en het klopt dat het zeker in de eerste studiejaren moeilijk is om leuke tijden in de kroeg te combineren met studie en/of het kopen van eten. Maar zie dat alles als een leerproces. Welke chefkok kon de eerste keer een foutloze sabayon afleveren? Uiteindelijk is daar de kans dat hij de steun uitbetaalt en geld gaat opleveren.

Verdienen
Zo is het ook bij de student. De Telegraaf lichtte laatst een onderzoek van onderzoek van salarisaccountant Emolument uit. Volgens de onderzoekers verdient de helft van de alumni aan de Erasmus University en Maastricht University gemiddeld 97.000 en 87.000 euro op jaarbasis. Van die bedragen verdwijnt groot deel in de belastingspot van Dijsselbloem.

Alleen worden studenten volgens onderzoek van het Interstedelijk Studenten Overleg met 0,8 tot 1,2 gekort op hun koopkracht over 2017. Laten we voor het gemak zeggen dat het een student tussen de vijf en tien euro minder te besteden heeft komend jaar. Volgens het laatste Studentenonderzoek van het NIBUD is er namelijk moeilijk een gemiddeld inkomen van studenten te berekenen. 93 procent krijgt studiefinanciering (gemiddeld 484 euro). Andere inkomsten (bijbaantjes en onregelmatige bijdrages van ouders) zijn heel variabel en moeilijk te ramen.

Achterblijvende overheid
Wat wel te in te schatten is, zijn de overheidsbijdragen per student. Die zijn vanaf de millenniumwisseling allesbehalve evenredig aan het aantal studenten gestegen. Waar het aantal studerenden verdubbelde, daalde de bijdrage uit Den Haag per student met 27 procent. We willen een kenniseconomie met een slimme jeugdige onderlaag, maar het liefst zonder te veel kosten. Dat is vreemd.

Het ISO is juist in het aankaarten van het missende tientje in de portemonnees volgend jaar. Al heeft het met een achterban van bijna 1,2 miljoen studerende mbo’ers, hbo’ers en wo’ers, omgerekend 14 zetels in de Tweede Kamer, meer macht dan het denkt. Met de verkiezingen in aantocht is het een goed plan om juist te kijken naar de structurele mogelijkheden in plaats van een missend tientje het volgende jaar. Dan kunnen de fusten pas open.