De nieuwe Gerard Spong: kan door voor studieboek criminologie of rechten

In zijn roman De uitvaartverzorger poogt strafpleiter Gerard Spong een waargebeurde moordzaak tot in alle finesses recht te doen. Op onnavolgbare wijze weet de hoofdpersoon, uiteraard ook advocaat, gaandeweg steeds meer twijfels te zaaien over de schijnbaar voor de hand liggende oplossing van de zaak.

Vroeger waren de scheidslijnen helder. Je had journalisten als Bart Middelburg en Peter R. de Vries die de waargebeurde misdaad te boek stelden. En dan had je thrillerschrijvers als Baantjer en Havank die misdaadverhalen verzonnen.

Wel zo overzichtelijk. Maar sinds een jaar of tien is die tweedeling aan het schuiven. Dat begon ermee dat thrillerschrijvers steeds vaker de werkelijkheid in hun fictie naar binnen smokkelden. Op zichzelf geen nieuw procedé – Frederick Forsyth bedacht al in 1971 een moordcomplot rond generaal De Gaulle – maar aangewakkerd door auteurs als Tomas Ross en Jef Geeraerts is de ‘faction’ het afgelopen decennium in de lage landen tot grote hoogte gestegen.

Thomas van den Bergh