Het Sinterklaasfeest is strijdig met kinderrechten: maar welke?

De tussenkomst van Zaanse en Tilburgse treitervloggers en het daaropvolgende ‘corpsbalbashen’ zorgde ervoor dat de Zwarte-Pietendiscussie dit jaar iets later werd afgetrapt. Maar nu is het dan toch zover, en dat allemaal door Kinderombudsman Margrite Kalverboer. Zij toetste het Sinterklaasfeest aan het internationale kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties. Zij kwam tot de conclusie dat het Sinterklaasfeest in zijn huidige vorm in strijd is met dit verdrag.

Maar over welke rechten heeft Kalverboer het eigenlijk precies, en wat zegt het verdrag?

Het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind werd op 20 november 1989 door de Algemene Vergadering aangenomen. Op dit moment hebben 195 landen het verdrag geratificeerd. Saillant detail: de Verenigde Staten zijn een van de weinige landen binnen de Verenigde Naties die het verdrag alleen tekenden, maar tot op heden niet geratificeerd hebben. Het verdrag bestaat uit 54 punten en is op de website van Unicef volledig te downloaden.

Maar goed, terug naar die ombudsman, die inmiddels naar goed zwartepietendiscussiegebruik (een bedenkelijke traditie binnen een traditie) met de dood bedreigd is. Volgens Kalverboer bevordert het kinderfeest ongelijke behandeling en discriminatie. Volgens Kalverboer neemt uitsluiting, pesten en discriminatie van gekleurde kindjes rond sinterklaastijd toe, en is dit dus in strijd met het internationale verdrag voor de rechten van het kind.

Hier haalt de ombudsman artikel 2.1 van het verdrag aan, en dat luidt als volgt: ‘De Staten die partij zijn bij dit Verdrag, eerbiedigen en waarborgen de in het Verdrag beschreven rechten voor ieder kind onder hun rechtsbevoegdheid zonder discriminatie van welke aard dan ook, ongeacht ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale, etnische of maatschappelijke afkomst, welstand, handicap, geboorte of andere omstandigheid van het kind of van zijn of haar ouder of wettige voogd.’

En punt 2.2: ‘De Staten die partij zijn, nemen alle passende maatregelen om te waarborgen dat het kind wordt beschermd tegen alle vormen van discriminatie of bestraffing op grond van omstandigheden of de activiteiten van, de meningen geuit door of de overtuigingen van de ouders, wettige voogden of familieleden van het kind.’

Volgens de redenering van Kalverboer is het sinterklaasfeest door de hierboven genoemde toename van discriminatie en pesterijen dus wel degelijk in strijd met dit artikel, losstaand van de discussie of het waar is wat ze beweert.

Daarnaast zou volgens Kalverboer het Kinderrechtenverdrag het belang van het kind centraal moeten staan bij maatregelen die voor hen belangrijk zijn, en worden de kinderen momenteel niet betrokken bij de discussie. Bij dit punt haalt ze allereerst artikel drie (Belang van het Kind) aan: ‘Bij alle maatregelen die kinderen betreffen dient het belang van het kind voorop te staan.’ Maar ook artikel twaalf (De Mening van het Kind) zegt hier iets over, en wel het volgende: ‘Ieder kind heeft het recht zijn mening vrijelijk te uiten in aangelegenheden die het kind betreffen, waarbij aan de mening van het kind passend belang moet worden gehecht.’

En met name voor dat punt is – tot welk kamp je ook behoort, of niet behoort – begrip voor op te brengen. Het jaarlijkse moddergooien tijdens de Zwarte-Pietendiscussie, de bedreigingen en de schreeuwende menigten die een kinderfeest danig verstieren: het zijn allemaal volwassenen. De twee uitersten lijken al een paar jaar vergeten waar het feest in eerste instantie om draait: het plezier van het kind.