Eén ‘multicultureel’ Kalf. De overige diversiteit zat in de optredens

In een jaar dat gedomineerd werd door veilige oer-Hollandse boekverfilmingen, won vrijdagavond op de slotavond van het Nederlands Film Festival in Utrecht de gedurfde multiculturele mozaïekfilm The Paradise Suite drie Gouden Kalveren, waaronder die voor beste film, beste acteur en beste scenario.

Publieke Werken, met tien nominaties een van de grote favorieten, werd door de Dutch Academy For Film, volledig genegeerd. Van de acht nominaties van de boekverfilming De Helleveeg verzilverden alleen actrices Hannah Hoekstra en Anneke Blok de prijs. Knielen op een bed violen (zes nominaties) kreeg zelfs maar één beeldje. Een film die wel meer in de prijzen viel, was Beyond Sleep, de openingsfilm van het afgelopen International Film Festival Rotterdam. Deze eigenzinnige verfilming van de klassieker Nooit meer slapen van W.F. Hermans werd beloond voor beste regie (Boudewijn Koole), beste muziek en beste sound design. Door veel critici wordt Beyond Sleep dan ook gezien als een uitzonderlijk geslaagd voorbeeld van een boek op het witte doek.

De afgelopen week werd er tijdens het Nederlands Film Festival eindeloos gedebatteerd over het gebrek aan diversiteit in de Nederlandse film, dat nog altijd een wit oudemannenbolwerk is. Dat er meer moet gebeuren dan alleen maar praten, blijkt wel uit de genomineerde filmmakers, door de Volkskrant deze week de ‘blanke boekenclub’ genoemd. De uit Burkina Faso afkomstige, Noorse Issaka Sawadogo was de enige donkere man die tot het rijtje genomineerde acteurs wist door te dringen. Prompt kreeg hij vrijdagavond ook een Gouden Kalf voor zijn hoofdrol in The Paradise Suite. In een emotionele speech – waar er dit jaar overigens verbazingwekkend weinig van waren – zei Sawadogo met een snik dat hij door Nederland was geadopteerd.

Afgezien van dit ene ‘multiculturele’ Kalf kwam de enige vorm van diversiteit uit de optredens tijdens het Gala. Zo wist de Rotterdamse groep Broederliefde met hun Arubaanse en Kaapverdische roots het wat stijve filmpubliek tot staan te bewegen en mocht de Surinaams-Nederlandse Kenny B ook een prijs uitreiken. En de publieksprijs ging naar het veelkleurige Bon Bini Holland, met de uit Curaçao afkomstige komiek Jandino Asporaat. Dat hier een opdracht voor de Nederlandse filmsector ligt, moge duidelijk zijn.

Ook helder is de moeizame positie waarin het Nederlands Film Festival zich al jaren bevindt. Het Gouden Kalveren Gala is de redding van het NFF. Zonder dit blijft er slechts een handjevol magere filmpremières over, wat voorpremières van tv-series en speciale debatten voor de filmindustrie waar het grote publiek geen boodschap aan heeft. Een eigen, niet-representatieve steekproef wees de afgelopen week ook uit dat Utrechters volstrekt niet warmlopen voor het festival. Allemaal kennen ze wel een paar mensen die ‘misschien wel wat films zien’, maar zelf gaan ze niet. Wel vinden ze het leuk dat je ineens veel bekende acteurs door de stad ziet lopen. Een wat zwakke basis voor een groot festival als het NFF.

Het International Film Festival Rotterdam weet onder leiding van de nieuwe directeur Bero Beyer, veel beter dan NFF-directeur Willemien van Aalst, premières van bijzondere Nederlandse films binnen te halen. Beyer heeft ook gezegd dit als één van zijn speerpunten te zien en hij lijkt er werk van te maken. Niet voor niets staat hij dit jaar een flink stuk hoger op de Filmkrant Filmbonzen toptwintig dan Van Aalst. Zelfs het documentairefestival IDFA opende vorig jaar met een Nederlandse documentaire, A Family Affair. Deze film ging er vrijdagavond ook met een Gouden Kalf vandoor. Schrale troost: The Paradise Suite draaide vorig jaar wél op het NFF.

Een film die de ideale opening van het NFF zou zijn geweest, is het indrukwekkende Tonio, de Nederlandse inzending voor de Oscars. Maar omdat distributeur September Film het belangrijker vond om de film op een nieuw klein filmfestival in Amsterdam te draaien, ging dat niet door. Het lijkt op een duidelijk statement tegen NFF-directeur Van Aalst, al is het maar de vraag in hoeverre de koers van het festival kan worden bijgestuurd. Boekverfilmingen zullen dus voorlopig ook nog wel in grote aantallen worden gemaakt. De schrijfster Esther Gerritsen, die vrijdagavond een Kalf moest uitreiken, zei het op het podium nog mild: “De liefde voor de literatuur in de Nederlandse film is overweldigend.” Een tijdelijk moratorium voor boekverfilmingen is misschien een beter idee. De liefde wordt namelijk wel erg beklemmend.