Een middagje Willem II. Gezellig.

‘Waar sta je?’
‘Net naast het openbaar toilet.’

‘Waarom sta je daar?’
‘Ik dacht: een centraal punt. Waar zijn jullie?’
‘Wij gaan nu weg.’
‘We hadden drie minuten geleden afgesproken.’
‘Dat halen we denk ik niet meer.’
‘Lekker dan.’
‘Je kunt ook lekker met de trein naar Tilburg, als je dat liever doet.’
‘Nee…’
‘Naast het openbaar toilet dus. Stinkt het?’
‘Wat denk je zelf?’
‘We gaan NU weg.’

‘Waarom moesten we eigenlijk zo vroeg afspreken? Wedstrijd begint toch pas om 14.30?’
‘We gaan eerst bierdrinken. Ik heb je toch een tijdsschemaatje gemaild?’
‘Ik dacht dat dat een grapje was.’
‘Ik maak alleen grappen als Willem II gewonnen heeft.’
‘Da’s dan niet vaak. Wat doe je dan met grappen die je in de tussentijd bedenkt?’
‘Die spaar ik op. Of ik mail ze naar mezelf. Heb je er in zin, vanmiddag?’
‘Dat kan ik vanmiddag pas zeggen. Dat bier drinken, hoe laat begint dat precies?’
‘Is al begonnen.’
‘Maar het is kwart over tien!’
‘Ja nou?’
‘Mooi weer wel voor een middagje voetbal.’
‘Heb je nou een rugzak bij je?’
‘Ja. Is dat raar?’
‘Wat zit erin?’
‘Boek. Boterhammetje met hoemoes. Flesje water voor als ik dorst krijg.’
‘Haha. Dorst.’

‘Nee, wij hoeven geen kaart te zien. Twee pils en twee uitsmijters spek-kaas. Bruin brood. Hele dooier. Beetje sla erbij, tomaatje, uitje. Schijfje komkommer, olijfje. Wat voor azijn heb je? Heb je een beetje stevige balsamico? Dan een beetje balsamico. Alleen over de sla graag, niet over de rest. En die twee pils. Grote pils, heb je dat? Nou, dan sluit je dat fust eerst even aan, en dan tap je daarna twee grote pils. Lukt dat? Weet je waar wij naartoe gaan? Kun je dat niet zien? Ken je Willem II. Nee, een voetbalclub. Ja, dat kan wel zijn, maar het is ook een voetbalclub. Hoezo? Dan hebben ze misschien die koning naar de club vernoemd, wat dacht je daar van? Heb je een vriend? Dat dacht ik al.’

‘Jongens, bier, bier, bier, bier, bier – vijf bier?’
‘Ik zou wel een kopje thee lusten.’
‘Wat?’
‘Thee.’
‘Ik weet niet of ze bij ‘D’n Beitel’ aan warme dranken doen.’
‘D’r stond wel een waterkoker toen ik net keek.’
‘Die staat er volgens mij alleen om water in te bewaren.’
‘Koffie?’
‘Vergif voor de maag. Bier?’
‘Lekker.’

‘Goedemiddag. Wat staat u dicht achter me.’
‘Hoi.’
‘Zin in de wedstrijd?’
‘Ik moet pissen.’
‘Denkt u dat ze een kans maken?’
‘Eerst pissen.’
‘Feyenoord wel in topvorm de laatste weken natuurlijk.’
‘Mag ik anders effe voor? Ik moet nogal.’
‘Tuurlijk.’
‘Gezellig.’

‘Waar zitten we?’
‘Hoe bedoel je: waar zitten we?’
‘Dit is de trap. Waar zijn onze stoeltjes?’
‘Hoe bedoel je: stoeltjes?’
‘Blijven we staan?’
‘Wou jij gaan zitten?’

‘Ze spelen best goed. Overwichtje.’
‘Ach jong, Feyenoord speelt gewoon op halve kracht. Die zetten twee keer aan en dan wordt het 0-2. Geloof mij nou maar. We mogen geluk hebben als we ze er niet zelf in schieten. Kijk die Lachman nou, overal weggestuurd en hier gewoon in de basis. Ojo, kom op man, voetballen! Het is kansloos. Het is al jaren kansloos. Er zit geen lijn in, er zit niks in. En dan hebben we een keer een talent en dan verkopen we ‘m voor 1 euro aan Ajax.’
‘Gelukkig is het lekker weer.’
‘Het gaat zo regenen, zegt Buienradar.’

‘Wat ik jammer vind, is dat er in de boekenbijlages zo weinig aandacht is voor Aziatische literatuur. Als je dat vergelijkt met The New York Review of Books bijvoorbeeld – o, shit. Wat zei ik? 0-2. Potverdomme.’
‘Jammer. Maar het begint wel op te klaren.’
‘Hier, loop maar door, de verdediging gaat wel opzij.’
‘Gelukkig heb ik mijn zonnebril bij me.’
‘Oh, rellen. Zeker gejuicht bij dat doelpunt. Dat moet je ook niet doen.’
‘Ze gooien hem gewoon over de reling.’
‘Wat een losers. Dat kan echt niet, vind ik. Jongens, iedereen bier?’
‘Die van mij is nog halfvol.’
‘Iedereen?’
‘Nou, in principe heb ik dus-…’
‘Ik haal gewoon, het komt wel op.’

‘Jammer! Wel leuk om eens mee te maken!’
Schatje, mag ik je foto!
‘Met name de rechterflank van Willem II, daar lag het steeds helemaal open!’
Brabantse nachten zijn lang!
‘Maar Feyenoord-thuis, dat kun je natuurlijk verliezen!’
Het was aan de Costa del Sol, TINGELING!
‘Bier? Bier? Iedereen bier?! Gezellig!’