Dit wetsvoorstel moet de positie van doven en slechthorenden verbeteren

De ChristenUnie en de PvdA hebben vandaag een wetsvoorstel ingediend om de Nederlandse Gebarentaal te erkennen als officiële taal. De partijen willen dat de taal een officiële status krijgt, net als het Nederlands en Fries, om de positie van doven en slechthorenden te verbeteren.

Er zijn al eerder initiatieven geweest om de gebarentaal officieel te laten erkennen, de ChristenUnie deed in 2010 een voorstel en de PvdA werkt sinds 2014 aan een initiatiefwet. Hoewel bij de voorgaande pogingen het resultaat uit is gebleven, willen de partijen nu dat het voorstel nog voor de verkiezingen in de Tweede Kamer in behandeling wordt genomen.

De erkenning van de Nederlandse Gebarentaal moet er voor zorgen dat doven en slechthorenden zich erkend voelen in hun bestaan. Maar ook moet het bijdragen aan betere communicatie met onder andere de overheid. Belangrijke debatten moeten ook vertaald worden door een doventolk en de bereikbaarheid van alarmcentrales moet beter worden ingericht op doven. Volgens Roelof van Laar, initiatiefnemer namens de PvdA, is het grootste probleem het recht op een gebarentolk. Het gebrek hieraan zorgt ervoor dat doven en slechthorenden niet dezelfde kansen hebben bij het volgen van een opleiding.

In veel andere landen is de gebarentaal al opgenomen als officiële taal. In de Verenigde Staten is de Gebarentaal al ruim 50 jaar erkend. In Europa duurde het wat langer, maar heeft ook in Oostenrijk, Portugal, Finland en Hongarije de gebarentaal een officiële status. In België werd de Vlaamse Gebarentaal in 2006 erkend en Denemarken verklaarde in 2014 de gebarentaal tot officiële taal. Volgens de gebruikers van de gebarentalen in de landen waar hun taal officieel erkend is biedt de status een gevoel van gelijkheid.

Het Nederlands Gebarencentrum, wat dit jaar 20 jaar bestaat, juicht het wetsvoorstel toe. Het expertisecentrum heeft als missie de Nederlandse Gebarentaal op alle mogelijke manieren te bevorderen. Op hun site is ‘wetsvoorstel’ het toepasselijke gebaar van de week.