Waarom 2016 een topjaar voor de cocaïnehandel in Rotterdam wordt

In de eerste helft van 2016 is er al ruim twee keer zoveel cocaïne onderschept in Nederland als in heel 2015. Ook is de omvang van de gemiddelde lading verdubbeld. Onlangs nog wist de douane in de haven van Rotterdam een partij van 800 kilo verstopt in een container met noten uit Nicaragua te onderscheppen. Het witte poeder is voornamelijk afkomstig uit Colombia. Naast de ontmanteling van de Farc-beweging aldaar lijkt een sproeiverbod de reden voor de steeds grotere partijen cocaïne die hun weg naar Nederland vinden.

Het Belgische dagblad De Standaard wist deze week te melden dat de gemiddelde lading onderschepte cocaïne in de haven van Antwerpen verachtvoudigd is. Ook in Nederland zien we een toename in de hoeveelheid coke die wordt ingevoerd en – soms – ontdekt door de douane. Het Latijns-Amerikaanse Colombia is daarbij volgens de Verenigde Naties de belangrijkste exporteur van cocaïne naar Europa; het land zou 42 procent van alle naar Europa gesmokkelde cocaïne produceren. Veel daarvan komt het continent binnen via de haven van Rotterdam.

Het afgelopen jaar is de aanvoer van cocaïne uit Colombia niet alleen sterk gegroeid, ook worden de partijen smokkelwaar steeds groter. Begin september werd een lading van 800 kilo onderschept in de Rotterdamse haven. Op 1 juni van dit jaar werd een container met bijna vierduizend kilo cocaïne onderschept in de haven. Het ging om de op één na grootste vangst ooit. De drugs hadden een groothandelswaarde van ongeveer 140 miljoen euro, zo wist het Openbaar Ministerie toen te melden. Niet alles loopt overigens via de Rijnmond. Eind 2015 vond de douane in Raamsdonkveer nog een partij van duizend kilo, verstopt onder een deklading ananassap. Die partij was afkomstig van de haven van Antwerpen.

Speurders leggen in toenemende mate ook verbanden tussen smokkelbendes en corrupte douaniers. Zo worden twee Rotterdamse douaniers ervan verdacht dat zij honderden kilo’s cocaïne hebben doorgelaten voor criminelen. “Uit één van de onderzoeken is gebleken dat nog twee douaniers worden verdacht van ambtelijke corruptie,” stelt advocaat Adam Doesburg die één van de bijna dertig verdachten bijstaat in het Algemeen Dagblad. “Maar ik weet bijna zeker dat het afdelingsbreed is.” De verdachte douaniers werkten beiden op de afdeling Pre-arrival. Daar wordt besloten welke containers aan een nadere inspectie worden onderworpen en welke ongemoeid doorgelaten worden. Op die manier konden containers met de verboden waar ongehinderd Europa binnen komen.

En die containers bevatten dus in toenemende mate steeds grotere partijen cocaïne. Dat is niet zonder risico, omdat grotere partijen niet alleen meer opvallen, maar bij onderschepping ook grotere verliezen voor de misdaadsyndicaten betekenen. Toch veroorloven ze zich grotere transporten omdat het aanbod in Colombia is toegenomen. Daar zijn verschillende redenen voor. Een daarvan is dat er simpelweg meer hectares zijn waarop cocaplanten worden aangebouwd. Dat komt omdat de Colombiaanse regering de velden sinds 2015 niet meer vanuit de lucht besproeid met bestrijdingsmiddelen. Uit cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie is namelijk gebleken dat de onkruidverdelger glyfosaat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ is. Omdat de sproeibeurten ook de lokale bevolking in aanraking bracht met glyfosaat zag de Colombiaanse overheid af van verdere inzet van het bestrijdingsmiddel. Met als gevolg een groeiende cocaoogst.

Een andere reden is gelegen in de geleidelijke ontmanteling van de gewapende Colombiaanse verzetsbeweging Farc. Die controleerde een groot stuk van de cocaïneproductie en -handel om zijn activiteiten te bekostigen, maar met het op gang komen van het vredesproces in het Latijns-Amerikaanse land verslapt de grip die Farc heeft op de cocaplantages. Daardoor is er minder strijd om de beschikbare cocaplanten in Colombia en gedijen de lokale drugsbendes en plantages beter.