Floortje vertelt in Syrië ‘A Tale of Two Cities’

Acht jaar geleden reisde Floortje Dessing nietsvermoedend af naar Syrië, een welvarend land in het Midden-Oosten met een rijk cultureel erfgoed, waar oosterse tradities en westerse nieuwigheden samenkwamen, en waar buitenlanders zich welkom mochten heten. In Floortje terug naar Syrië bezoekt ze de restanten van een bouwwerk dat met veel geraas en voor de ogen van de wereld instortte.

Op de touringbus in Turkije, vrijwel ongehinderd de landsgrens over, van Aleppo zo naar Damascus. Een precieze nabootsing van haar reis in 2008 kan Floortje in 2016 niet maken. Na een veiligheidscursus, EHBO-training en een niet al te plezierig afscheid van vrienden en familie, betreedt de televisiepresentatrice via Libanon het regeringsgebied in Syrië.

De waan blijkt beangstigender dan de werkelijkheid; als Floortje hoofdstad Damascus per auto binnenrijdt, zijn de groene parken gevuld met ontspannen ogende recreanten. In de moskee poseert een jonge vrouw voor haar selfiestick. Er wordt handel gedreven op straat. ‘Alsof er niks aan de hand is,’ stamelt de blonde presentatrice. Als er in de buurt een mortiergranaat explodeert, geeft vrijwel niemand een kik. Behalve Floortje. Het collectieve oor is doof geworden voor dit constante oorlogsgedruis.

Floortje bezoekt een verlaten dierentuin in de buurt van Damascus, waar nog een tijger, een pauw, wat hoefdieren en een dozijn leeuwen leven. Met moeite zijn die dieren in leven gehouden. Een tweede tijger werd geraakt door een granaatscherf en stierf. De dierenverzorger neemt Floortje mee naar een van de verblijven. De bewoner, een broodmagere leeuwin, neemt niet eens de moeite voor haar gast uit Nederland op te staan. Er is al genoeg bloed vergoten tijdens de oorlog die tot nu toe meer dan 300.000 mensen het leven kostte.

De verwondering over de geestelijke atmosfeer in het door oorlog verscheurde land neemt toe als Floortje de Nederlandse Nicole Wouters bezoekt in haar chocolaterie. Nicole woont met haar Syrische man en twee zoons sinds 2003 in het land, en peinst er niet over om weg te gaan. Iedereen dealt op zijn of haar eigen manier met de oorlog, en Nicole is inmiddels boven haar angsten uit gestegen, vertelt ze ’s avonds op het balkon met een kop thee. En zolang er Syriërs trouwen, hebben zij en haar man inkomsten. Pas wanneer Floortje een luxueuze bruiloft bezoekt op de zoveelste verdieping van een hotel, compleet met sprookjesachtige bruidsjurk en zoveel verdiepingen hoge bruidstaart, is de verwarring compleet. ‘Je kunt niet altijd maar treurig zijn,’ vertrouwt een van de gasten Floortje toe, en ze concludeert: ‘Zelfs tijdens de oorlog: het is een fantastisch land.’ Een uur later ligt ze op bed in hetzelfde hotelpand te kijken naar bloedige beelden van het front.

Eén plek kan Floortje niet opnieuw bezoeken: Aleppo. De stad, of wat daar van over is, wordt gebombardeerd. Op weg naar het noorden van Syrië, waar ook Aleppo ligt, rijdt ze langs een haag van vernietiging en komt de oorlog zoals zij en wij, de kijkers, die kennen van onze smartphoneschermen dichterbij. De betonnen skeletten van steden en dorpen staan te verbleken in het felle zonlicht. Links en rechts pakken teruggekeerde vaders en zonen hoopvol de kruiwagen, de hamer en het plamuurmes op. Uit de as van de oorlog ontspruiten de eerste groene plantjes van wederopbouw.

Het verhaal van Syrië, dat Floortje met oprechte en begrijpelijke verbijstering vertelt, is dat van tegenstellingen, van twee kanten, van twee tijdsopnamen, van twee steden: Damascus en Aleppo. Zoals Charles Dickens schreef in zijn wereldberoemde A Tale of Two Cities:

Het was de beste der tijden, het was de slechtste der tijden,
het was de eeuw van wijsheid, het was de eeuw van dwaasheid,
het was het tijdvak van het geloof, het was het tijdvak van ongeloof,
het was het jaargetijde van het licht, het was het jaargetijde van duisternis,
het was de lente van de hoop, het was de winter van de wanhoop.

De aflevering is hier terug te zien.

Beeld: NPO