Dit zegt de zevenjarige Cassandra van Aleppo over ons

Brooke Blair, een Brits meisje van vijf jaar oud, vertelde premier Theresa May deze week in een filmpje eens even goed de waarheid over het daklozenprobleem. Een avond eerder had ze op straat wel honderden, nee miljoenen zwervers gezien. Ze zwaait met een vingertje naar de camera terwijl ze haar verontwaardigdste gezichtje opzet. Het felgekleurde kinderbehang op de achtergrond legt het af tegen het vuur in haar ogen.

“Je moet koekjes, warme chocolademelk en sandwiches uitdelen!” commandeert de kleuter. “Huizen bouwen!” Ze besluit: “We’ve had lots of wars in this country. And. I. Do. Not. Like. That, Theresa May! I’m very angry.” Ik zag een fanatieke vader of moeder al gehurkt voor het kind zitten. “Oké, probeer nu je wenkbrauw iets hoger op te trekken bij het woord ‘koekjes’. Ja, morgen doen we weer Mega Mindy, even bij de les blijven nu. Take 17, action!”

De achtjarige Daisy stond ondertussen in haar judopak (groene band) voor het kinderkledingschap in een filiaal van de Engelse supermarkt Tesco. Op de meisjestruien staat ‘Beautiful’ en ‘I feel fabulous’. Op de jongenstruien staat ‘Hero’ en ‘Think outside the box’. “Wat vind je van de kleren die hier te koop zijn,” vraagt een filmende vrouw, waarschijnlijk haar moeder. “Het is oneerlijk, want iedereen denkt dat meisjes gewoon mooi moeten zijn,” antwoordt Daisy. “Waarom moeten jongens en meisjes verschillende kleren dragen? We zijn allemaal even goed.”

Ze heeft natuurlijk groot gelijk, maar de sturende vragen van de filmer maken het licht ongemakkelijk om naar te kijken. Is het een vroegwijs kind of een buikspreekpop? En wat zegt het eigenlijk over ons dat dit soort filmpjes sneller viral gaan dan een dikke kat die met een niezende panda en twee manke eenden boos naar een Donald Trump-speech ligt te kijken?

De ene helft van de mensheid is zo cynisch geworden dat hij schrijnende verhalen niet meer van volwassenen aanneemt. Er zijn kinderen nodig als onheilsprofeten. De andere helft is zowaar nog cynischer, en kan niet meer naar een kleuter met een vurig betoog kijken zonder te vermoeden dat het door een militante ouder is geregisseerd.

Syrische kinderen geloven we doorgaans pas als ze dood zijn, of op zijn minst zwaargewond. Misschien is het een beschermingsmechanisme dat ons in staat stelt om het lijden dat eraan voorafgaat niet te hoeven zien. Bana Alabed, een op het oog fris zevenjarig Syrisch meisje dat samen met haar moeder Fatemah in Aleppa woont, doet op Twitter in vrijwel foutloos Engels verslag van de oorlog. Boek voor haar neus, rood-wit varsityjasje aan, grote roze strik in het haar, ernaast een blonde pop in een met veertjes afgezette jurk. ‘Goedemiddag uit Aleppo. Ik lees om de oorlog te vergeten.’ Ze mist school. Ze is bang. Er ontploffen bommen. Volgens Assad is het account propaganda van terroristen. Ook de rest van de wereld is sceptisch over de authenticiteit.

In de Griekse mythologie heb je de mooie Cassandra. Ze sloot een dealtje met Apollo: hij met haar de koffer in, zij de gave om de toekomst te voorspellen. Toen ze hem aan de poort van haar kribbe toch weigerde, voegde hij eraan toe dat niemand haar voorspellingen ooit zou geloven. Ze riep en riep, en zag Troje voor haar neus ten onder gaan. Maar dat is natuurlijk een sprookje.