De Veertig Zetelrovers van DENK in Alkmaar

Mir bleibt doch gar nichts erspart auf dieser Welt! En het was nog wel zo’n schitterende zondag in de Algarve.

U kent dat wel: 28 graden, de geur van gegrilde sardines en Nivea. Vinho verde als vloeibaar ontbijt (de Brinta was op en ik kon mijn kunstgebit even niet vinden dus dat kwam mooi uit). Voor mijn schatjes van hondjes was er een levend, gemeen gillend en krijsend speenvarken, en een gros piepkuikens als toetje. De O.D.O.L had ik slinks weggemasseerd bij de laatste speelfilm van Bobbi ‘DP’Eden (The Terrible Revenge of The Harlem Globetrotters/Slaughter in the Trailer Park).

Ik had mijn linnen kostuum (plus Panamahoed) aangetrokken vanwege de boerenmarkt in het dorp. De inheemse mannekes namen hun pet voor mij af. De vrouwkes hadden hun snor bijgepunt voor de zondag en gilden: ‘Don Arturo! Don Arturo! Kom toch even naar een mopje fado luisteren, onder het genot van bloedworst en stinkkaas!’

Ik neuriede: Just a perfect day. Problems all left alone. Weekenders on our own. When I put a spike into my vein. And I tell you things aren’t quite the same. It’s such fun.

En dan: tring tring. De telefoon. Rob Hoogland! De gesel van de Basisweg! Van schrik liet ik een natte wind in mijn hagelwitte kostuum. De gevreesde columnist zat helemaal stuk. Met horten en stoten kwam het verhaal er uit, ik probeer het zo zorgvuldig mogelijk te reconstrueren.

Jongstleden zaterdag, notabene op de dag van Alkmaar Ontzet, werd Rob’s broer Jaap benoemd tot lid in de orde van Oranje Nassau in de Grote Sint Laurenskerk in de Kaasstad. Jaap zet zich al sinds 2008 in voor de 8 October Vereeniging Alkmaar Ontzet. Daarnaast organiseerde hij als bestuurslid ‘Muziek’ de muzikale activiteiten tijdens Alkmaar Ontzet. Jaap was verder onder andere penningmeester van de Stichting Grote Sint Laurenskerk. Maar ook zwem- en waterpolovereniging DAW mocht van zijn expertise gebruik maken!

Natuurlijk wist Jaap niets van wat hem te wachten stond. Ik citeer broer Rob: ‘We hebben hem naar de kerk gelokt. Samen met zijn vrouw die in het complot zat. Toen Jaap al lang in de kerk zat namen de andere familieleden achter in de kerk plaats zonder gezien te worden door Jaap.’

Op dat punt moest ik meneer Hoogland even onderbreken: ‘Kom ter zake, beste man. Ik moet mij weldra verschonen. Het is geen gezicht, zo’n remspoor in het linnen kostuum dat mijn vader nog droeg in ons Indië toen hij onder generaal Van Heutsz diende.’

Terwijl ik mij verschoonde in het pissoir van café De Lachende Stokvis dacht ik aan de persconferentie van DENK die die zaterdag in Alkmaar had plaatsgevonden. Een pure provocatie naar het Nederlandse volk toe op deze voor ons zo belangrijke feestdag. Tout court: Ali Kuzu Baba kondigde aan dat er een racismegestapo zou komen en dat iedere verwijzing naar de Nederlandse geschiedenis uitgebannen moest worden. Kuzu: ‘De nieuwe Nederlandse geschiedenis begint bij de komst van de eerste gastarbeiders die Nederland hebben opgebouwd en grootgemaakt.’

Een ander leuk nieuwtje was dat er wederom een PvdA-stemveetrekker over was gelopen naar DENK: de ‘Alkmaarder’ Mohammed Keskin.

Tweede Kamerzeteldief Selçuk ‘1 fles rode port per dag’ Öztürk zei dat broeder Keskin het eerste Denk-raadslid ooit was, maar formeel klopt dat uiteraard niet. Ach, waarde lezers: u kent dat mopje toch? Hoe weet u wanneer Öztürk en Kuzu liegen? Als ze hun mond openen!

Het ‘raadslid’ Keskin zit namelijk onder zijn eigen naam in de gemeenteraad. DENK deed niet mee aan de gemeenteraadsverkiezingen en kan dus ook geen zetel opeisen. Enfin.

Rob Hoogland: ‘Ik hield voor mijn broer in verband met Alkmaar Ontzet heel toepasselijk een vertoog over de uitdrukking Liever Turks dan paaps. Die spreuk werd door de Watergeuzen gebruikt om ermee aan te geven hoe anti-katholiek ze waren. De Turken werden in die dagen nog altijd gezien als een grote bedreiging voor Europa, maar de gebetenheid van de Geuzen op de katholieken was zo fel, dat men zelfs de Turken verkoos boven de katholieke Filips II van Spanje. Kunt u nagaan! Behalve de Amsterdammers natuurlijk, die in de Tachtigjarige oorlog al fout waren: zij bleven de roomse Filips steunen. Daar kwam pas in 1578, met de Alteratie, een einde aan, al lagen aan die ommezwaai natuurlijk weer uitsluitend handelsbelangen aan ten grondslag. Bah bah.

Rob Hoogland vervolgde – terwijl ik mijn pantalon en onderbroek aan de waslijn achter café De Lachende Stokvis te drogen hing – zijn ontroerend vertoog. Hoogland: de u welbekende dichter Jan Fruytiers schreef in 1577:

En daarom droegen sommige geuzen destijds zilveren halve manen met daarop de tekst “Liever Turks dan paus”. Want zij achtten de tirannie van de paus groter dan die van de Turk, die het geweten van de mensen tenminste ongemoeid laat als zij belasting betalen, en bovendien zijn beloften even goed of zelfs beter nakomt dan de paus.

Ik begreep van meneer Hoogland dat uitgerekend tijdens deze verzoenende en verbindende speech naar de Turkse medemens toe, een brooddronken meute van Denkianen met fakkels en mestvorken de kerk binnen stormde, begeleid door de antiracisme-Sturmabteilung onder leiding van Sylvana ‘Martin Luther’Simons en Badr ‘Boeddha’Hari. Sylvana brulde: ‘De naam van deze kerk is kwetsend voor mohammedanen! Sint Laurens was een racist! De koster riep: ‘Die goeie ouwe Sint heeft nog nooit slaven gehad en u heeft nog nooit katoen geplukt, juffrouw.’ De beste kerel leefde in Rome in de derde eeuw na Christus, excusez le mot, en was een groot voorvechter van diversiteit al waren er nog maar weinig Afro-Italianen. De keizer besloot onze Laurentius op een rooster boven een vuur te folteren. Volgens een betrouwbare bron zou hij toen gezegd hebben: “Ik ben al gaar, keer mij om en eet me op. Niet aan laten branden graag, want dat zwarte laagje is kankerverwekkend, oh keizer.”

Toen waren de rapen gaar bij Sylvana. DENK wilde de kerk stante pede dichttimmeren en er een meteen een shishalounge van maken. Kersvers DENK-raadslid Keskin had nog wel een oom in de Rif – of in Oost-Anatolië, daar wil ik vanaf zijn – die voor speciale ‘tabak’ in de waterpijpen kon zorgen. De naam Alkmaar moest veranderd worden in Mohamed Keskin-stad.

Een geëmotioneerde Rob Hoogland: “Het was afschuwelijk, Tuur. Terwijl ik met tranen in de ogen aanhoorde hoe de burgervader vertelde dat het Zijne Majesteit had behaagd om mijn broer wegens verdiensten voor de gemeenschap tot lid in de Orde van Oranje-Nassau te benoemen, werden in mijn geboortestad de fundamenten gelegd voor de vestiging van het nieuwe Ottomaanse Rijk. Op 8 oktober, nota bene! In Alkmaar. Snikkend dacht ik, tussen die 800 andere notabelen in de Grote Kerk, aan de beroemde laatste woorden van Willem van Oranje, de man aan wie het Alkmaarse verzet in 1573 eeuwige trouw had gezworen: “Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk.” De geschiedenis herhaalt zich, Tuurke, wat ik je brom!’

Inmiddels waren pantalon en onderbroek weer droog – dat gaat snel bij 28 graden en een zeebriesje – en kon ik eindelijk naar de markt. Ik had het erg te doen met oom Rob en sprak tot mijzelf: “Mijn God, mijn God, heb medelijden met dhr. Hoogland en zijn arme lezers. Leve de Geuzen! Pro Rege, Lege et Grege!”